Stel forse fysieke eisen bij brandweer, ook aan vrouwen
© ANP

Stel forse fysieke eisen bij brandweer, ook aan vrouwen

Het stellen van forse fysieke eisen bij de brandweer is volledig legitiem. De eis van een vrouw om anders behandeld te willen worden, is moreel verwerpelijk, betoogt gedragsbioloog Alewijn Brouwer.

In de meeste maatschappelijke functies zijn fysieke kracht of andere sportieve prestaties van geen belang meer en zijn verschillen tussen mannen en vrouwen op dat punt irrelevant. Een uitzondering zijn speciale legeronderdelen en natuurlijk ook de brandweer. Snelheid en fysieke kracht op het juiste moment geleverd kunnen net het verschil maken.

Momenteel is de discussie opgelaaid of er niet, net als bij defensie, minder strenge fysieke eisen moeten worden gesteld aan vrouwen. Bij de invoering van een universele test door de brandweer dreigen nu sommige vrouwen buiten de boot te vallen. Een vrouw heeft bezwaar gemaakt bij het College voor de Rechten van de mens. Zij vindt dat voor vrouwen lichtere eisen moeten gelden.

Verschillen in spierkracht

In geen enkele sport kan een getrainde vrouw het nog winnen van een getrainde man

In de jaren '70 toen men heilig geloofde in de volledige maakbaarheid van mens en samenleving, was een kleine groep uit de sociale wetenschappen ervan overtuigd dat de verschillen in spierkracht tussen mannen en vrouwen grotendeels door cultuur en opvoeding bepaald werden. Van die dwaling zijn we inmiddels teruggekomen, maar het heeft er destijds wel toegeleid dat de fysieke eisen omlaag gebracht werden om bij voorbaat meer vrouwen toegang te geven tot fysiek veeleisende banen.

Omdat we de laatste eeuwen door de technologische vooruitgang minder spierkracht zijn gaan gebruiken, zijn ook de uiterlijke verschillen in spiermassa tussen mannen en vrouwen iets kleiner geworden. Een getrainde vrouw kan op fysiek gebied dan ook een minder getrainde man de baas zijn. Dat wordt echter geheel anders als zowel mannen als vrouwen flink gaan trainen. Door verschillen in biologisch aanleg en een andere hormoonhuishouding ontwikkelen mannen veel meer spiermassa dan vrouwen en in geen enkele sport kan een getrainde vrouw het nog winnen van een getrainde man.

Mannen zijn ongeveer 10 procent sneller op verschillende hardloopafstanden en tot 30 procent sterker (zie bijvoorbeeld records gewichtheffen). Deze verschillen zijn beslist niet kinderachtig. De sterk in opmars komende actiefilms waarin vrouwen met minder spiermassa toch het fysieke overwicht op mannen lijken te hebben kunnen dan ook echt naar het rijk der fabelen verwezen worden. In real life heeft een karakter als Arnold Schwarzenegger toch echt betere papieren om een zwaargebouwde gewonde uit een brandend huis te redden dan een Gal Gadot of welke andere Hollywood-heldin dan ook. Om die reden passen we in de sportwereld terecht positieve discriminatie toe: om vrouwen toch het genoegen van de overwinning te laten smaken, laten we mannen en vrouwen onderling strijden en niet tegen elkaar. Moeten we deze positieve discriminatie nu ook toepassen bij de brandweer en wat zijn de maatschappelijke implicaties daarvan?

Minder strenge eisen

Er kan zich een situatie voordoen dat een vrouw net de fysieke kracht en snelheid mist voor het redden van een gewonde

Op het eerste gezicht lijkt het fair om op fysiek gebied minder strenge eisen te stellen aan vrouwen. Sociale vaardigheden zijn toch ook belangrijk. Maar je mag van het management van de brandweer verwachten dat ze uitstekend af kunnen wegen welke kwalificaties echt van belang zijn. Voor een koffiejuffrouw of een logistieke functie gelden natuurlijk andere eisen dan voor het team dat in het veld opereert. Daar kan snelheid en fysieke kracht net het verschil maken. Het stellen van forse fysieke eisen is dan ook volledig legitiem. 

De eis van de vrouw om anders behandeld te willen worden, is om een aantal redenen moreel verwerpelijk. In de eerste plaats suggereert zij hiermee dat haar vrijwilligersbaan belangrijker is dan het maximaliseren van de prestaties van de brandweer als geheel, alsof het om een sociale werkplaats gaat in plaats van een verantwoordelijke professionele organisatie. In de tweede plaats vindt ze haar baan belangrijker dan het redden van levens. Er kan zich immers een situatie voordoen dat zij net de fysieke kracht en snelheid mist voor het redden van een gewonde. Zij houdt echter wel een plaats bezet voor een betere aspirant-collega die mogelijk wel die topprestatie kan leveren. In dat geval kost haar handelswijze een mensenleven. In de derde plaats is haar handelswijze verre van motiverend voor de rest van het team, die wel aan die eisen moet voldoen en van wie meer gevergd gaat worden indien zij haar zin krijgt.

Ik ben benieuwd waar het College voor kiest: voor het eigen belang van een kleine groep minder goed presterende vrouwen of voor het maximaliseren van de prestaties van de brandweer waardoor op lange termijn meer mensenlevens kunnen worden gered.     

Drs. Alewijn Brouwer, gedragsbioloog