Column Loes Reijmer: Seada Nourhussen verdient alle steun, maar solidariteit is groter dan Twitter

Column Loes Reijmer

Het was een pijnlijke vraag. 'Waar bleven mijn collega's toen ik racisme aan de kaak stelde?', schreef columnist Seada Nourhussen donderdag in Trouw. In een podcast van The Post Online, een wat onevenwichtige site die vooral ANP-berichten doorplaatst en van schuimbekkende koppen voorziet, was ze 'die negerin van Trouw' genoemd.

Op Twitter werd ze belaagd door racistische en seksistische trollen. 'Ik ben eraan gewend dat mijn kritiek wordt gesmoord in een moeras van haat', aldus Nourhussen. 'Ik ken het proces, ik vrees het niet en toch werd ik er nu intens verdrietig van, omdat niet één collega me de hand reikte.'

Als de trollen hun racistische en seksistische drek hebben verspreid, klappen ze de laptop dicht en schuiven gewoon als Willem, Remco of Alex aan bij het avondeten

Dus ja, waar was ik? Het banale antwoord is dat ik zo veel mogelijk offline probeerde te blijven, ver van de relletjes die tegenwoordig bij het werk van journalist lijken te horen. Ik stond urenlang in een pan rendang te roeren en probeerde mijn dochter te paaien met Sesamstraat. In alle kleinburgerlijkheid bewijzen die bezigheden dat de wereld godzijdank groter is dan Twitter en treiterblogs, hoewel ik óók weet dat dit niet zo voelt als je mikpunt bent van haat.

'Het zijn maar trollen', 'trek je er niets van aan', - het zijn goedbedoelde mantra's en tegelijkertijd heel irritante relativeringen. Trollen opereren vaak anoniem. Als zij hun racistische en seksistische drek hebben verspreid, klappen ze de laptop dicht en schuiven gewoon als Willem, Remco of Alex aan bij het avondeten. Hun online-identiteit staat los van het echte leven. Voor de slachtoffers van internethaat gaat dit niet zo makkelijk. De drek wordt bij hun echte naam en foto geplaatst, ze kúnnen de aanvallen niet los zien van wie ze offline zijn.

Kunnen mensen met een moslimachtergrond even laten weten hoe boos zij zijn over het schrappen van de evolutieleer in het Turkse onderwijs?

Toch ga ik hier Twitter relativeren, maar dan op een ander vlak. Nourhussen wilde weten waar haar collega's waren in deze kwestie. Die vraag wordt vaker gesteld op het medium. Waarom hoor je feministen niet over vrouwendiscriminatie in Saoedi-Arabië? Waar is de woede over de foute column van Youp van 't hek? Kunnen mensen met een moslimachtergrond even laten weten hoe boos zij zijn over het schrappen van de evolutieleer in het Turkse onderwijs?

De dictatuur van de ophef: wie zich ooit heeft laten horen op het ene onderwerp, moet publiekelijk ook wat vinden van het andere onderwerp. Maar je kunt niet verlangen dat twitteraars de hele dag hun tijdlijn zitten te verversen om te kijken of ze zich nog ergens over kunnen uitspreken. Dat is een overschatting van het belang van het medium en een onderschatting van de levens die mensen leiden.

Nourhussen verdient alle steun. Ze is een belangrijke stem in het racismedebat, iemand die met haar columns Nederland terecht een spiegel voorhoudt. De onlinehaat die zij als uitgesproken zwarte vrouw over zich heen krijgt, is ongekend. Gelukkig leidde haar column donderdag alsnog tot veel goede reacties.

Maar solidariteit is groter dan Twitter. Steun kan er ook zijn in de vorm van appjes, mails, mensen die haar op verjaardagen verdedigen tegen een brommende oom. En er zijn veel lieve lezers. Naar aanleiding van de kwestie met GeenStijl stuurden sommigen mij brieven, getypt én handgeschreven. Er kwam zelfs een vakantiekaart uit Frankrijk. Ik hoop dat Nourhussen die ook mag ontvangen.