Psychiaters moeten erkennen dat iemand uitbehandeld kan zijn

Psychiaters zijn vrijwel nooit bereid patiënten die chronisch psychisch lijden te helpen bij suïcide. Daarmee veronachtzamen zij een van hun taken.

Veel mensen die lijden onder een chronische psychiatrische aandoening, vinden hun leven zo ondraaglijk en uitzichtloos dat zij liever sterven. Ze vinden echter zelden gehoor voor hun vraag om hulp bij een menswaardig levenseinde, ook al biedt de euthanasiewet artsen en psychiaters daartoe ruimte. Het Humanistisch Verbond en de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) willen het wettelijk recht op hulp bij een zelfgekozen levenseinde voor mensen die ernstig psychisch lijden gehonoreerd zien. Nu laten we deze mensen vaak geen andere keus dan hun leven in eenzaamheid en op gruwelijke wijze te beëindigen. Van de ruim driehonderd weloverwogen verzoeken om stervenshulp vanwege ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden, worden er jaarlijks minder dan vijf ingewilligd. De euthanasiewet maakt geen onderscheid tussen lichamelijk of psychisch lijden bij een verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding. Maar in de praktijk blijft een waardige zachte dood voorbehouden aan mensen die fysiek lijden. Dat is een onwenselijke situatie. Ook onbehandelbaar psychisch lijden kan ondraaglijk en uitzichtloos zijn en moet dus na de vereiste zorgvuldige afweging tot hulp bij zelfdoding kunnen leiden. Nu wordt deze hulpvragers het wettelijk recht op een mogelijke keuze ontzegd door het tekortschieten van een beroepsgroep. Ophanging Waar hulp wordt geweigerd of de hulpvraag niet serieus wordt genomen, raken mensen geïsoleerd. Wie echt dood wil, beëindigt vroeg of laat toch het leven. Maar dan zonder hulp, in eenzaamheid en op mensonwaardige wijze: voor de trein, van een flat, door ophanging. Een dergelijke dood is een verschrikking voor de persoon zelf. Ook nabestaanden en getuigen zoals treinmachinisten en medewerkers van hulpdiensten krijgen te maken met onnodig leed en een pijnlijk verwerkingsproces. Nabestaanden hebben geen afscheid kunnen nemen van hun kind, vader of zus en de gedachte aan hun laatste levensmomenten is onverdraaglijk. De meeste psychiaters lijken hiervoor hun ogen te sluiten, terwijl zij dit leed in een aantal gevallen hadden kunnen voorkomen. Wij bepleiten natuurlijk geen stervenshulp voor psychiatrisch patiënten die vanuit een waan of impuls dood willen, maar voor degene die daar weloverwogen, duurzaam en wilsbekwaam voor kiest op grond van langdurig en onoplosbaar lijden. Als chronisch psychiatrische patiënten geen perspectief meer zien, zullen hulpverleners en familie alternatieven en nieuwe perspectieven bieden. Terecht, maar de praktijk leert ook dat hulp en therapie grenzen kennen en dat iemand soms echt niet verder kan en wil. In die gevallen vinden wij dat een beroep op de wettelijke mogelijkheden moet worden gehonoreerd.Luisterend oorWie voor een doodswens geen gehoor krijgt bij zijn behandelaars komt soms bij anderen terecht. Medewerkers van de NVVE, humanistisch geestelijk verzorgers, vrijwilligers van de Stichting Vrijwillig Levenseinde en counselors verbonden aan Stichting De Einder bieden wel dat luisterend oor, en – soms, op verzoek – algemene informatie over hoe de doodswens ten uitvoer kan worden gebracht. Een gesprek waarin de doodswens serieus wordt genomen, geeft vaak al zo’n opluchting dat hulpvragers (voorlopig) weer verder kunnen. Wie toch echt dood wil kan met die algemene informatie kiezen voor een zachte dood. Genoemde hulpverleners mogen daarbij op grond van de euthanasiewet zelf geen actieve rol spelen. Dat is voorbehouden aan artsen en psychiaters. Dus moet de hulpvrager zelf – illegaal – aan de benodigde middelen zien te komen door een arts om de tuin te leiden, via internet of in het buitenland. Wie daartoe niet in staat is, rest noodgedwongen ophanging of een andere, inhumane weg. Het Humanistisch Verbond en de NVVE vinden het gebrek aan hulp en de pijnlijke gevolgen voor hulpvrager en omgeving schrijnend, inhumaan en respectloos. Nabestaanden begrijpen niet dat hun dierbaren door politiek, medici en samenleving zo alleen gelaten worden dat zij zich gedwongen voelen tot een eenzame gruwelijke dood. Het wordt tijd dat psychiaters erkennen dat iemand uitbehandeld kan zijn. En dat zij een doodswens en een verzoek om hulp bij zelfdoding serieus nemen als onderdelen van hun zorgtaak als hulpverlener. Wanneer psychiaters deze taak niet op zich durven of willen nemen, zouden niet-medische hulpverleners die deze mensen wel willen bijstaan, daartoe de wettelijke ruimte moeten krijgen. Zeker waar het gaat om geestelijk en psychisch lijden of verlies van zingeving en menselijke waardigheid, ligt het voor de hand daarbij speciaal opgeleide geestelijk verzorgers, psychologen, counselors en andere niet-medische hulpverleners te betrekken.Verdere discussieDe regering wil de wettelijke mogelijkheden voor hulp bij zelfdoding niet verder ter discussie stellen. Naar ons oordeel is dat betreurenswaardig, omdat het recht op een zelfgekozen humaan levenseinde voor mensen, die daarvoor wettelijk in aanmerking zouden kunnen komen, niet wordt gehonoreerd. De wetgever heeft de plicht deze wettelijke mogelijkheid te garanderen door de medische beroepsgroep tot een loyale medewerking aan de uitvoering van de wet op te roepen. Daarnaast moet de regering de wettelijke mogelijkheid openen om een nauwkeurig omschreven groep van gecertificeerde niet medische hulpverleners actieve hulp bij zelfdoding te laten verlenen.Uiteraard moeten bij zo een regeling specifieke zorgvuldigheidscriteria worden vastgelegd. Maar wij vinden bovenal dat elke serieuze en weloverwogen wens naar de dood in alle rust, openheid en respect besproken moet kunnen worden. Het taboe op een doodsverlangen vanwege psychisch lijden moet doorbroken worden om meer hulp mogelijk te maken. Anders staan we toe dat we de lijst van eenzame, gewelddadige suïcides eindeloos laten groeien.