Sportarts Peter Janssen vertelt in een interview met de Volkskrant welke wielrenners hij van doping heeft voorzien.
Sportarts Peter Janssen vertelt in een interview met de Volkskrant welke wielrenners hij van doping heeft voorzien. © Thomas Blom

Psychiater en topatleet: 'Dek doping niet toe met beroepsgeheim'

Doping

Het toedienen van doping is geen medische handeling en valt daarom niet onder het beroepsgeheim.

Het interview met sportarts Peter Janssen in de Volkskrant (Zaterdag, 9 september) veroorzaakte veel ophef. Dat een dokter vertelt welke wielrenners hij van doping heeft voorzien, resulteerde in geschokte reacties, zowel bij artsen als het algemene publiek. Janssen zou het beroepsgeheim hebben doorbroken, en dit werd hem onder meer op de sociale media meer aangerekend dan dat er afkeurend werd geoordeeld over de genoemde sporters.

Net als Janssen, die zich hierover uitliet in het interview, denken wij dat dopingpraktijken niet toegedekt moeten worden middels een aanspraak op het beroepsgeheim.

Medisch beroepsgeheim brengt dopinggebruikende sporters in gevaar

Het medisch beroepsgeheim is er om de vertrouwensband tussen arts en patiënt veilig te stellen. Een patiënt moet zeker weten dat zijn of haar medische zorgvraag honderd procent veilig is bij de arts om toegankelijkheid tot adequate medische zorg garant te stellen, ongeacht juridische implicaties. Wij vinden echter dat toediening van doping niet onder medisch handelen valt en dat toepassing van geheimhouding van doping meer kwaad doet dan goed.

De afgelopen decennia is de internationale topsport geteisterd door dopingschandalen van enorme omvang. Artsen speelden daar vaak een essentiële rol in vanwege hun expertise en toegang tot bevorderende middelen. Hoewel bewijs meestal voor het oprapen lag, liepen verschillende dopingzaken dood; juist bij de artsen die een spil vormden in de dopingnetwerken.

Zo werden bij dopingarts Eufemiano Fuentes honderd ingevroren bloedzakjes gevonden waarvan vrijwel vaststaat dat ze voor doping waren bedoeld. Omwille van het medisch beroepsgeheim was eventueel onderzoek naar de oorsprong van de bloedzakjes jarenlang onderwerp van ingewikkelde rechtszaken. Na definitieve toestemming om de zakjes te onderzoeken is uiteindelijk enkele maanden geleden besloten het onderzoek te staken.

Veel dopinggebruikers wezen naar elkaar. Omdat anderen gebruikten, was het normaal en ethisch verantwoord. In het wielrennen werd dopinggebruik de standaard, het hoorde erbij. Lang bleef het een publiek geheim, en het medisch beroepsgeheim was een belangrijk hulpmiddel dat de omerta, en daarmee het wijdverspreide dopinggebruik, in stand hield. Het medisch beroepsgeheim heeft op die manier niet alleen de topsport aangetast, maar ook dopinggebruikende sporters in gevaar gebracht. Dit heeft eraan bijgedragen dat meerdere mensen al op jonge leeftijd, soms tijdens hun sportcarrière, zijn overleden.

Bekentenis van sportarts Janssen heeft topsport niet geschaad, maar een dienst bewezen

Wij zijn van mening dat het toedienen van doping niet onder het medisch handelen valt. Het voorschrijven van medicijnen is voorbehouden aan artsen en het intraveneus toedienen van middelen is een medische ingreep. Maar dat wil nog niet zeggen dat het toedienen van doping als medisch handelen moet worden gezien. Als een sporter en een sportarts bewust besluiten doping toe te dienen, puur om sportieve prestaties te verbeteren, dus zonder dat er een medische indicatie voor bestaat, is er sprake van frauduleus en dus crimineel handelen. De arts handelt dan niet als arts, maar misbruikt zijn kennis, kunde en beroepsmatige voorrechten om redenen die niets met geneeskunde te maken hebben.

Doping valt daarom volgens ons buiten het domein van het medisch beroepsgeheim. Niet het spreken over, maar het toedienen van doping is onrechtmatig en schadelijk. Sportarts Janssen heeft met zijn bekentenis de topsport en de topsporters een dienst bewezen, in plaats van geschaad.

Thijs Feuth, longarts in opleiding en topatleet, en Bram Bakker, psychiater en mentaal begeleider van topsporters.

De bekentenissen van wielerarts Peter Janssen

Viervoudig olympisch wielerkampioene Leontien van Moorsel heeft onder meer in de aanloop naar de Zomerspelen van 2000 het verboden middel epo gebruikt. Dit zegt voormalig wielerarts Peter Janssen in een interview met de Volkskrant.

De belangrijkste Nederlandse wielerarts van de afgelopen dertig jaar, Peter Janssen (75), doet als eerste arts zijn verhaal. Doping kent voor hem geen enkel geheim. 'Er moet openlijk over gesproken worden', vertelt hij in Thailand. 'Anders verandert er nooit iets. Het systeem moet op de schop.'