Twee wielrenners rusten uit op Mont Ventoux in Zuid-Frankrijk.
Twee wielrenners rusten uit op Mont Ventoux in Zuid-Frankrijk. © UIG via Getty Images

Proefpersoon vs. onderzoeker over epo: kun je op basis van Leids onderzoek zeggen dat het werkt of niet?

Epo helpt wielrenners nauwelijks beter presteren, zou blijken uit onderzoek onder 48 amateurwielrenners. Mark de Bruijn was een van de deelnemers. Hij vindt het een ongeloofwaardige conclusie.

Een van de onderzoekers betrokken bij het experiment reageert onderaan de bijdrage van De Bruijn. 'Wat we hier zien is een strijd tussen geloof en wetenschap.'

Het staat nu zelfs in het wetenschappelijke tijdschrift, The Lancet Haematology. Logische gedachte: dan zal het wel waar zijn, weg met alle theorieën uit het Armstrong-tijdperk. Een jaar lang puzzelden onderzoekers van het Centre for Human Drug Research (CHDR) met de data van ons, de proefpersonen. We deden inspanningstesten om voor eens en altijd aan te tonen wat nou het effect van epo is.

De conclusie die er nu ligt, blijkt een blauwdruk van de veronderstelling die de onderzoekers hadden: we hebben met z'n allen het effect van epo jarenlang overdreven. Een interessante, tegendraadse gedachte die uiteraard extra media-aandacht krijgt rond de start van de Tour.

Maar wilden ze in Leiden niet iets te gretig hun gelijk aantonen?

Omdat ik het op mijn 44ste vermoedelijk niet meer tot profwielrenner zou schoppen, was het een buitenkansje. Het CHDR gaf me de juiste medische begeleiding om mijn persoonlijke record op de Mont Ventoux aan te scherpen. De wetenschap als sponsor én als alibi.

Ze vroegen geeneens hoe snel ik er clean over deed. En de testjes die we wekelijks deden in het laboratorium, drie maanden lang, zeiden die niet meer over onze kracht dan over ons uithoudingsvermogen? Ik had begrepen dat epo helpt bij langdurige, zware inspanningen.

Maar ik was hier nou eens niet de betweterige EenVandaag-journalist, die graag verhalen maakt over dopingzondaars en zijn bevindingen bijhield voor jawel, een egodocument. Maar er was een hoger doel, ik diende hier de wetenschap.

Adam Cohen, de oprichter van dat Leidse medicijn-onderzoeksinstituut CHDR vertrouwde me toe dat het effect van doping vooral tussen je oren zit.

Godzijdank, één keer betrapt, toch net een echte wielrenner

Interessant. Merkwaardig ook, moet een wetenschapper niet nóg voorzichtiger zijn met aannames dan een journalist?

Ik stelde de onderzoekers wel vragen, off the record.

Waarom gingen we maar één keer die Ventoux op fietsen? Dat was toch geen echte wielerwedstrijd, laat staan te vergelijken met Tour de France-achtige inspanningen. En waarom was onze groep een onvergelijkbare mix van zondagsfietsers en wedstrijdrijders? Waarom deden de onderzoekers bijna niks met de trainingsdata die we moesten aanleveren?

Vragen die zijn ingehaald door de wetenschappelijke publicatie.

Ach, eigenlijk wilden we als proefpersoon vooral weten of we nou écht epo kregen, of bij de placebogroep hoorden - die mannen zaten wekelijks uren te wachten in Leiden om een spuitje met water te krijgen.

Ik kreeg het echte spul, zo bleek. Godzijdank, één keer betrapt, toch net een echte wielrenner. Een paar weken eerder had ik mijn eerste wielerprijs ooit gewonnen, bij een wedstrijdje voor omroepmedewerkers. In een egodocument mag je daar conclusies aan verbinden, maar niet in de wetenschap.

Toen het moest gebeuren, had ik een slechte dag op de Ventoux, nog zoiets futiels. Maar het was een offday met gevolgen. Ik haalde de gemiddelde klimtijd van de epo-groep flink omlaag.

Sorry wetenschap.

Diezelfde avond nog kwamen de onderzoekers met hun conclusie, dezelfde die ze nu dus verspreiden: de renners mét epo reden niet sneller dan de niet-gedrogeerde renners. De camera van het NOS Journaal ronkte gretig mee. Dat niets van alle beschikbare data was doorgerekend, was ineens een bijzaak.

Een jaar later, toevallig opnieuw voor de Tour-start, is dat dus wel gebeurd.

Stel je voor dat ik die dag mijn tijd wél verbeterd had

Wat blijkt: de epo-mannen maakten tijdens het onderzoek in het lab wel degelijk méér progressie dan de placebo-groep.

Dat is een bijzin geworden in het persbericht, het is ook niet wat er blijft hangen in de krantenkoppen. Dat onze maximale zuurstofopname steeg dankzij epo, feitelijk best nogal een belangrijk gegeven als je beseft dat wielrenners tegenwoordig al hun data uitvoerig laten doormeten.

Verrassender is de conclusie die de onderzoekers ervan maakten: epo maakt amper verschil in een wedstrijd.

Wedstrijd?

Ineens doemt die kolere Ventoux dus weer op, het media-uitje aan het eind van de test.

Stel je voor dat ik die dag mijn tijd wél verbeterd had. Dat een andere epo-renner niét kotsend in de berm was geëindigd. Dan waren we vast sneller geweest dan de placebo-groep.

Dan hadden die onderzoekers verder moeten puzzelen, of concluderen wat eigenwijze journalisten allang weten. Het werkt wel. Of is dat oud nieuws?

Mark de Bruijn is journalist.

Adam Cohen, directeur Centre for Human Drug Research, reageert:

'Wat we hier zien is een strijd tussen geloof en wetenschap. Mensen die simpelweg denken 'epo werkt', en wetenschappers die een experiment organiseren om te méten of iets werkt.

'Vanzelfsprekend had ik het liefst in de winter een experiment van twee weken op Majorca gehouden met profrenners. Dat is niet mogelijk, profrenners mogen geen middelen op de dopinglijst gebruiken, ook niet buiten het wielerseizoen. Daarom deden we het experiment met 48 goed getrainde amateurrenners. De helft kreeg epo, de helft een placebo. Een van de proefpersonen zal vast wel eens hebben gevraagd 'en als ik nu epo krijg en het werkt niet, zit het dan allemaal tussen de oren?'. En dan zal ik iets geantwoord hebben als 'zou kunnen'.

'Als ik vooraf al had geweten wat er uit het experiment kwam, dan had ik dat experiment niet hoeven organiseren. Deze proefpersoon, Mark de Bruijn, zegt dat hij een slechte dag had en in zijn eentje de klimtijd van de epo-groep daardoor flink omlaag haalde. Maar dat is erg geredeneerd vanuit het individu: je moet naar de hele groep proefpersonen kijken. In beide groepen - epo en placebo - zaten even sterk getrainde mannen. In beide groepen - epo en placebo - stapten twee renners af omdat ze het te zwaar vonden.

'Onze critici zeggen: epo heeft op profrenners een totaal ander effect dan op amateurs. Dan zeg ik: oké, dan zou je dus verwachten dat epo bij onze proefpersonen op de best getrainde mannen een sterker effect heeft dan op de minst getrainde mannen. Bleek niet zo te zijn.

'Onze critici zeggen: een paar labtests en één beklimming van de Mont Ventoux is niet genoeg, epo is belangrijk voor herstel en dat merk je pas na veel meer ritten bij een veel grotere inspanning. Oké, zeg ik dan als wetenschapper, herstel kun je onder meer meten door te kijken naar het enzym CPK. Hoe hoger die waarde na een inspanningstest, hoe zwaarder de spieren het hebben gehad. Maar als we kijken naar dat enzym zien we in de epo- en placebogroep wederom amper verschillen. Het valt niet uit te sluiten dat epo op de lange termijn voor sommige profrenners toch iets uitmaakt, maar ons onderzoek laat in ieder geval zien dat het geen wondermiddel is waar mensen ineens massaal beter van gaan fietsen.

'Je ziet bij doping vaak dat de redenering wordt gemaakt: zieke mensen knappen op van dit middel, dus dan gaan gezondere mensen er vast nóg beter van presteren. Maar zo werken medicijnen vaak niet. Als je iemand met een goed humeur antidepressiva geeft, wordt ie dan nóg vrolijker?'

Adam Cohen is directeur van het Centre for Human Drug Research

Meer over het epo-onderzoek

Is epo wel het supermiddel dat wielrenners beter laat presteren? Het verboden middel epo is waarschijnlijk lang niet zo prestatiebevorderend als in de professionele wielerwereld wordt gedacht. Dit stellen Leidse wetenschappers van het Centre for Human Drug Research (CHDR) in een studie die vrijdag werd gepubliceerd in The Lancet Haematology.

Reactie van Boogerd, Rasmussen, Voskamp en Kemna 
Aan de vooravond van de Tour de France trekken Leidse onderzoekers dat in twijfel, na een experiment met amateurwielrenners. Bekende dopingzondaars reageren verbaasd. En drie vragen over de dopinglijst. (+)