Peter Middendorp: Baudet stelde in de Kamer een legitieme vraag, maar werd daarop luid en duidelijk uitgelachen
©

Peter Middendorp: Baudet stelde in de Kamer een legitieme vraag, maar werd daarop luid en duidelijk uitgelachen

Persoonlijk heb ik niets tegen Thierry Baudet van het Forum voor Democratie. Hij lijkt me voorkomend en hoffelijk. Maar zakelijk gesproken, zo mag voor de lezers van deze column intussen toch ook wel bekend worden verondersteld, vind ik hem, om even wat krachttermen achterwege te laten, niet zo. Dat is de andere kant van het verhaal.

Maar nu, vorige week, stelde Thierry Baudet in de Kamer ineens een legitieme vraag

Het is het vijanddenken, languit over het alt-rechtse orgel. Alles moet 'stuk worden gemaakt', de hele EU; alle middelen zijn geoorloofd. Het doelbewust verspreiden van hoaxes, het inzetten van bots op sociale media, het zaaien van twijfel over het onderzoek naar de ramp met de MH17. Het flirten met extreem-rechts, met 'ondergang', 'verval' en 'alleenheerschappij', en daarna snel 'ironie!' roepen, buut-vrij.

Het zijn middelen voor wie niet op een normale manier kan of wil winnen. Die vooral de verzwakking van het geheel zoeken, tweedracht, chaos. Zoals terrorisme tot oorlog staat, zo staat de methode-Baudet wat mij betreft tot democratie.

Maar nu, vorige week, stelde hij in de Kamer ineens een legitieme vraag over al die mooie banen die vooral VVD'ers overal krijgen als ze klaar zijn met politiek - dat gaat inderdaad maar naar Schiphol alsof er geen belangenverstrengeling bestaat.

Klaas Dijkhoff (VVD) antwoordde dat het logisch was - VVD'ers konden nu eenmaal goed besturen, en de PSV-spelers kwamen ook niet van het hockeyveld gerend. Waarna de Tweede Kamer Baudet luid en duidelijk begon uit te lachen.

Leek dat een beetje op de manier waarop Wilders in de Kamer werd uitgelachen? Of vergis ik me nou? Nee toch, toen hij nog klein was? Ja, eerst lachten ze hem uit, dat was de volgorde, daarna lachten ze met hem mee en weer later werd het stil. Toen was het niet grappig meer, ik weet niet wat er in de tussentijd is gebeurd.

Eigenlijk was de opmerking van Dijkhoff niet eens zo leuk. Volgens mij was die niet als grap bedoeld, maar gewoon, serieus. Toen het uitlachen begon, keek Dijkhoff ook even verbaasd op. Vlak daarna moest hij ook lachen, want bedoeld of niet, een collectieve lach blijft een pretje, daar kunnen we niet kinderachtig over doen.

Leek dat een beetje op de manier waarop Wilders in de Kamer werd uitgelachen? Of vergis ik me nou? Nee toch, toen hij nog klein was?

Mij bekroop dit gevoel, ook de dag erop, toen de kranten meelachten: de leden voelen het ongemak bij Baudet, onbehagen over de democratische hygiëne bij het FvD, maar ze durven er niets van te zeggen, want hij is populair, en straks demoniseer je nog. En dit conflict, deze spanning, zou Freud zeggen, ontlaadt zich in een bevrijdende lach.

Ik heb vroeger een hoop strafwerk gekregen. Ik zal daar niet over klagen, veel had ik aan mezelf te wijten. Maar ik denk achteraf ook weleens dat het niet zozeer mijn opmerkingen waren die leraren in hun waardigheid hebben gekrenkt - zo waren ze vaak niet eens bedoeld - maar vooral de reactie van de klas.

Iedereen: ohóóó!

Iedereen: hahaha!

Eén blik van de leraar en de lach was van de gezichten gevallen, uit de handen, op de grond. Is er gelachen, meneer? Wij hebben niets leuks gehoord. En ik maar strafregels schrijven, want de lafheid is niet gratis, er moet altijd iemand een prijs voor betalen.


Thierry Baudet moet nog veel leren

Met spanning werd uitgekeken naar de eerste Algemene Politieke Beschouwingen van Thierry Baudet. De welbespraakte Forum voor Democratie-leider kan zich gesterkt voelen door de laatste peilingen. Toch ging het mis.