Opinieblog - Paul Tang (PvdA): 'Regel winstbelasting op Europees niveau'

Een selectie van interessante debatten op internet en in andere media, bij elkaar geblogd door opinieredacteuren van de Volkskrant.

Berichten

Bekijk nieuwe update(s).
  1. Nederland blijft een populaire fiscale vluchthaven voor multinationals. Van de vijfhonderd grootste ondernemingen in de Verenigde Staten heeft meer dan de helft een of meer dochterondernemingen in Nederland.

    PvdA-europarlementariër Paul Tang heeft samen met een Franse collega het initiatief genomen om dit probleem op Europees niveau aan te pakken. Tang: ‘De huidige nationale stelsels van winstbelasting zijn volstrekt gedateerd en proberen tevergeefs de locatie van ‘footloose’ kapitaal te achterhalen. Daardoor is Nederland een doorvoerhaven van dividend, rente en royalty’s geworden.’

    De twee onderliggende principes van een Europese winstbelasting zijn simpel, stelt Tang. ‘Trekken we de grondslag waarover en de manier waarop we de winstbelasting berekenen gelijk, dan verdwijnen de meeste constructies voor belastingontwijking. Kiezen we ervoor dat we de winsten toewijzen in het land waar de economische activiteit van het bedrijf plaatsvindt, dan stopt het schuiven met winsten.’

    De Europese Commissie neemt weliswaar initiatieven, maar die gelden alleen voor de allergrootste multinationals met een omzet van 750 miljoen euro of meer. Dit is slechts 1,6% van alle bedrijven in Europa. ‘Willen we het speelveld tussen kleine en grote bedrijven gelijktrekken, dan moet de drempel omlaag naar 40 miljoen euro. En wat mij betreft moet deze nieuwe belastingregels op termijn zelfs voor alle bedrijven gelden, betoogt Paul Tang.

    In het blad Socialisme & Democratie van de Wiardi Beckman Stichting (nummer 2017/4) hekelt Tang ook zijn eigen partij: ‘Een vernieuwde PvdA zal moeten breken met een Nederland als spin in het web van belastingontduiking dat door PvdA’ers actief gesponnen is of oogluikend is toegelaten. Effectieve belasting op winst en vermogen is essentieel om de groeiende ongelijkheid binnen de perken te houden en iedereen in een stijgende welvaart te laten delen.’

    Een vernieuwde PvdA zal moeten breken met een Nederland als spin in het web van belastingontduiking dat door PvdA'ers actief is gesponnen


  2. Seksuele aantrekkingskracht tussen mensen is een feit en daar over praten en er naar handelen zou op geen enkele manier taboe moeten zijn, stelt Annelien Jonkman.

    Met groeiende ongerustheid volg ik de discussie over seksuele intimidatie, omdat hij mijns inziens de verkeerde kant op gaat. In een samenleving waar ik graag deel van uitmaak nemen mensen zelf verantwoordelijkheid voor hun welbevinden en voelt iedereen zich even machtig. Niet door op gekwetste toon te roepen dat ‘het een gigantisch probleem is en mannen nu echt eens moeten ophouden om zich op te dringen’, maar door je te allen tijde vrij te voelen om aan te geven hoe je met iemand wilt omgaan.

    Seksuele aantrekkingskracht tussen mensen is een feit en daar over praten en er naar handelen zou op geen enkele manier taboe moeten zijn. Het is al zorgelijk dat hele groepen vrouwen menen dat zij hun schoonheid moeten verbergen onder hoofddoeken en ruim zittende kleding, om aan te geven dat zij de verantwoordelijkheid voor het in toom houden van seksuele driften op zich willen nemen. In hun ogen is kiezen voor een kuis uiterlijk de enige manier om gespeend te blijven van ongewenste intimiteiten van de mannen uit hun omgeving en sociale uitsluiting te voorkomen. Dat is niet de vrije keuze die ik voor mijn medemensen zou wensen.

    De verantwoordelijkheid voor hoe vrij je met elkaar wilt omgaan moet bij ons allemaal liggen en zou een individuele, totaal vrije, keuze moeten zijn. Laten wij ons daar hard voor maken. Macht is in dit land nooit echt. Niet reëel, maar slechts een idee in ons hoofd. Je bent als persoon altijd vrij om te zeggen dat je ergens niet van gediend bent of een einde te maken aan een relatie die jij als onevenwichtig ervaart. Liever zou ik dus zien dat personen zich afvragen waarom zij zich geïntimideerd voelen dan bij gedrag dat als aanranding wordt ervaren te vragen dit gedrag aan te passen.

    Gevoelens van intimidatie verdwijnen als wij ons allemaal even machtig voelen. Laten wij het er over hebben hoe wij dat voor elkaar gaan krijgen. Ik zou het een verarming vinden als wij allemaal op eieren moeten lopen. Je kunt het dan nooit goed doen. Er zijn ook mensen die flirten en fysiek contact prettig vinden, of die schuine grappen zeer waarderen. Laten wij alsjeblieft ophouden met schaamte, schuldbekentenissen en ander zwak gedrag achter de vele hashtags. Leer zeggen dat je bepaald gedrag niet prettig vindt en leer grootmoedig incasseren dat iemand dat tegen je zegt. Hoe krijgen wij de lading er uit zonder de aangename spanning te verliezen. Dat bereiken, daar zou de discussie over moeten gaan.
    Annelien Jonkman, Haarlem, docent wiskunde

  3. Waarover hebben de media in Japan het? Over de noodzaak van een goede oppositie, constateert onze correspondent Jeroen Visser.

    Verkiezingen zijn doorgaans een feestje voor de media, maar de Japanse kranten hebben er met nog een paar dagen te gaan nu al flink tabak van.

    Eigenlijk stond de stembusgang gepland voor december 2018, maar een paar weken geleden schreef premier Abe vervroegde verkiezingen uit. De zomercrisis rond Noord-Korea, met raketten die over het Japanse vasteland vlogen, hadden zijn populariteitscijfers omhoog gestuwd. Dit was hét moment een groter mandaat te vragen, meende hij. ‘Ik vraag steun voor mijn huidige Noord-Koreabeleid: veel druk op het regime in combinatie met mijn sterke diplomatieke kwaliteiten’, zei Abe tijdens het recente lijsttrekkersdebat. ‘Deze verkiezingen zijn bepalend voor de toekomst van Japan.’

    De Asahi Shimbun, de tweede krant van het land, had een andere lezing. Volgens de krant had de oppositie tijdens het reces juist de messen geslepen om Abe in het parlement uit te horen over twee recente corruptiegevallen waarbij de premier betrokken zou zijn. ‘Dit was het perfecte moment de onvoorbereide oppositie te overvallen en te voorkomen dat hij gegrild zou worden over de schandalen.’

    ‘Het parlement werd ontbonden zonder een duidelijke verklaring of een open dialoog over de corruptieschandalen’, concludeerde de Yomiuri Shimbun, de grootste krant van Japan, die opmerkelijk streng was voor de premier. ‘Als er twijfels zijn, moet men deze altijd bespreken en ze van een antwoord voorzien.’

    Met een vers mandaat verzamelt premier Abe ook munitie voor een langgekoesterde wens: het aanpassen van de pacifistische grondwet. Hij wil onder meer het Japanse leger een expliciete plek geven in de grondwet. De oppositie is mordicus tegen, maar als Abes Liberaal Democratische Partij (LDP) zondag een tweederde meerderheid haalt in het parlement, en die kans is aanzienlijk, dan maakt dat nog maar weinig uit.

    De kranten volgen de gang van zaken met argusogen. ‘Het aanpassen van de grondwet kan niet een kwestie zijn van partijbelangen en zetelaantallen’, waarschuwde Asahi.

  4. Deze verkiezingen betekenen de teloorgang van links Japan

    Koichi Nakano

    De Engelstalige krant The Japan Times bracht in herinnering dat Abe al op verschillende manieren heeft geprobeerd om iets te doen aan de na de Tweede Wereldoorlog door de Amerikanen geschreven grondwet. ‘Wellicht is het wijzigen van de grondwet voor Abe slechts een doel op zichzelf. Als dat zo is, moeten kiezers bedenken of dit de juiste reden is de hoogste wet van de natie te veranderen.’

    Onder al deze kritiek schuilt een nog grotere frustratie: het gebrek aan een echte oppositie in Japan. Op twee korte periodes na heeft de conservatieve LDP sinds de oorlog altijd de regering gevormd. De LDP profiteert van het districtenstelsel, waarbij alleen de winnaar een zetel krijgt in het parlement. In veel districten heeft de partij een grote en trouwe aanhang. Ook de lage opkomst (rond de 50 procent) en de verdeeldheid onder de vele oppositiepartijen speelt mee. ‘Het geheim van Abes macht is vooral het gebrek aan een alternatief’, schreef hoogleraar politicologie Koichi Nakano in The New York Times.

    Even was er hoop toen de populaire gouverneur van Tokio, Yuriko Koike, vorige maand de nieuwe partij ‘Hoop’ lanceerde. Veel linkse oppositieleden liepen over waardoor Hoop in zetelaantal in één klap de tweede partij van het land werd. Zou Abe zich in zijn voet hebben geschoten met deze vervroegde verkiezingen?

    De teleurstelling was groot toen bleek dat Hoop veel conservatieve standpunten van de LDP overnam (de partij wil ook het leger vastleggen in de grondwet). Bovendien trok partijleider Koike zich vorige week om onduidelijke redenen terug als lijsttrekker.

    Hoogleraar Nakano: ‘Nog voordat een stem is uitgebracht, lijkt de uitslag al vast te staan: deze verkiezingen betekenen de teloorgang van links Japan.’

    De Asahi Shimbun riep in een emotioneel hoofdredactioneel commentaar thuisblijvers op om zondag de democratie te komen redden. ‘Sommige kiezers zullen denken dat er geen goede opties zijn, maar elke stem heeft de potentie de politiek te doen herleven. We hebben niet alleen de verantwoordelijkheid dat te proberen, we zijn het verplicht aan onze kinderen en de toekomst van ons land.’

  5. Naar aanleiding van de val van Raqqa, het laatste bolwerk van Islamitische Staat, constateert dagblad Trouw in zijn commentaar dat er in Irak ‘weinig reden tot juichen’ is. Trouw wijst erop dat de Koerden gebruik willen maken van de strijd tegen IS om hun territoriale claims in Noord-Irak te versterken. ‘Middenin de oorlog namen Koerdische strijders de oliestad Kirkuk in - de gedroomde (economische) hoofdstad van hun gebied. En drie weken geleden zagen de Koerdische leiders hun kans schoon om een referendum te organiseren over onafhankelijkheid van Bagdad.’

    ‘Daarmee, vervolgt Trouw, ‘hebben de Koerden hun hand overspeeld. Afgezien van Israël onthielden hun grootste bondgenoten (de Amerikanen) hun zegen aan de onafhankelijkheidswens. Niemand zit te wachten op een nieuw conflict in een totaal instabiel Midden-Oosten.’

    De krant heeft begrip voor de wens van de Koerden om van hun autonome regio een levensvatbare staat te maken. ‘Maar dat moment is niet nu. Door de zaken op de spits te drijven, snijden de Koerden zichzelf in de vingers: ze verliezen grondgebied dat ze stevig in handen leken te hebben en zetten hun onafhankelijkheidszaak mogelijk jaren terug in de tijd. Veel erger is dat ze een nieuwe burgeroorlog in Irak riskeren.’

    De Amerikaanse Wall Street Journal neemt het juist wel op voor de Koerden. ‘Een centraal uitgangspunt van president Trumps buitenlands beleid is het verbeteren van de relaties met Amerika’s bondgenoten. Die ambitie wordt nu op de proef gesteld in Noord-Irak. Maandag lanceerde het Irakese leger een grote aanval op de Koerden in Kirkuk.

    'Tijdens onze recente geschiedenis met Irak hebben we geen betrouwbaarder bondgenoot gehad dan de Irakese Koerden. Tot dusver heeft de Trump-regering weinig gezegd. ‘We kiezen geen partij, maar vinden het niet leuk dat ze botsen,’ zei Trump maandag.

    ‘Maar als de VS toelaten dat een van hun zichtbaarste bondgenoten verslagen worden in het Midden-Oosten, reken er dan op dat andere bondgenoten in de regio dit zullen opmerken en hun relatie met de Trump-regering anders zullen gaan bekijken.

    ‘Zeker, de Irakese Koerden hebben zelf bijgedragen aan wat er nu gebeurt. President Barzani’s onnodige referendum over onafhankelijkheid, tegen Amerikaans advies in, gaf de regering in Bagdad een voorwendsel om de nationalistische kaart te spelen en het olierijke Kirkuk te heroveren.

    'Maar de strategische details zijn van belang. Iraks aanval gaat met steun van Iran. Volgens het Institute for the Study of War in Washington zijn Iraanse milities vorige week richting Kirkuk getrokken om het Irakese leger te ondersteunen. De regering-Abadi in Bagdad staat onder constante druk van sjiitisch Iran om zich tegen de belangen te keren van Iraks soennitische bevolking in het noorden en westen van het land.’

    Tijdens onze recente geschiedenis met Irak hebben we geen betrouwbaarder bondgenoot gehad dan de Irakese Koerden

  6. TBS

    Advocaten proberen met man en macht te voorkomen dat hun cliënten tbs krijgen. Maar ze hebben ongelijk. Jos Korthout, coördinator tbs-kliniek de Kijvelanden in Poortugaal van 2006 tot 2008 en sociotherapeut in de pyschiatrische kliniek Den Dolder 1999-2006 over het waarom.

    Natuurlijk zien daders van ernstige delicten op tegen tbs voor onbepaalde tijd. Ze gaan liever voor bepaalde tijd de gevangenis in. Dan denken ze er zo snel mogelijk vanaf te zijn. Toch bewijzen hun raadslieden hen geen dienst door hen te ontraden om mee te werken aan persoonlijkheidsonderzoek op het Pieter Baancentrum. Het wordt hoog tijd dat de geheimzinnigheid rond de behandeling van geheel of gedeeltelijk ontoerekeningsvatbare patiënten wordt opgeheven. Meer openheid is in ieders belang.

    Natuurlijk dient de privacy van patiënten gewaarborgd te zijn. maar over werkwijze en methodieken mag veel meer naar buiten gebracht worden, om zo meer rust in de samenleving te krijgen.
    Als de rechter tbs oplegt wordt aan de hand van de vorderingen van de behandeling steeds opnieuw beoordeeld of verlenging nodig is. Bij mensen met ernstige stoornissen kan de behandeling inderdaad vele jaren duren. In uitzonderlijke gevallen lukt de behandeling niet en gaan de veroordeelden voor onbepaalde tijd naar een 'Long Stay-afdeling'.

    Toch is tbs-oplegging niet alleen in het belang van de veiligheid van de samenleving maar is het uiteindelijk ook in het belang van de veroordeelde zelf dat deze een adequate en gedegen behandeling krijgt. In de gevangenis wordt de delinquent niet wijzer, maar wel grimmiger. De kans op herhaling van strafbare feiten is erg groot.
    Bij tbs is de delinquent patiënt geworden.

    De ziekte en/of stoornissen worden opgespoord en bestreden langs diverse wegen, zoals medicatie en therapieën. Ik vind dat de sociotherapeut wel degelijk een nauwe band moet aangaan met de patiënt. Want alleen dan voelt deze zich op den duur veilig en vertrouwd en durft hij de vaste, foute patronen los te laten en nieuw verstandig gedrag aan te leren.

    Binnen de tbs-behandeling wordt gezocht naar oorzaken van de ontsporingen en naar de omstandigheden ten tijde van het delict. Na behaalde successen wordt geleidelijk aan een resocialisatieproces op gang gebracht met oefensituaties die steeds verder uitgebreid worden. Maar elke stap wordt grondig voorbereid en er moet tevoren toestemming voor verkregen worden van behandelaar, therapeuten en zelfs het ministerie. Er wordt alles aan gedaan om een gezond netwerk op te bouwen en zo gunstig mogelijke omstandigheden te creëren zodat de waarschijnlijkheid van een terugval en een nieuw delict tot erg klein wordt teruggebracht. Dat is beter voor de patiënt, beter voor diens familie en vriendenkring en beter voor de samenleving als geheel.

  7. Verkiezingen Oostenrijk

    Hoe verschillend de uitslag van de verkiezingen in Oostenrijk geïnterpreteerd kunnen worden, bewijzen twee grote Duitse kranten. De linkse Süddeutsche Zeitung concludeert in een somber commentaar dat het ‘platte populisme’ heeft gewonnen en dat de verkiezingen bewijzen dat er ‘nog geen tegengif tegen het rechtspopulisme’ is gevonden. Maar de conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung ziet de uitslag juist als ‘versterking van het burgerlijke midden’.

    Peter Münch in Süddeutsche Zeitung:
    ‘Oostenrijk is stram naar rechts afgebogen. Het dominante thema in de verkiezingsstrijd was de vluchtelingenpolitiek, en hier is er een absolute, ja verpletterende meerderheid in het land voor de afwijzende houding. Ondanks de verschillen tussen de partijen, heeft zich over dit thema al vooraf een Hele Grote Coalitie gevormd tussen ÖVP, FPÖ en SPÖ. De rechtse Vrijheid-strijders van Heinz-Christian Strache mogen zich daarbij niet alleen verheugen over een goed verkiezingsresultaat maar thematisch ook over een gladde zege.

    ‘Want Sebastian Kurz, de leider van de conservatieve ÖVP, heeft hun woorden als recept voor succes gekopieerd. En ook de sociaal-democratische kanselier Christian Kern heeft zich daaraan niet willen onttrekken. De winnaar in Oostenrijk is het platte populisme.

    ‘Een uitzondering is de Alpenrepubliek daarmee niet. Met xenofobie, islamofobie en het inspelen op de angst voor verval laat zich tegenwoordig in heel Europa voortreffelijk politiek bedrijven. Met Viktor Orban voorop, die met deze populistische driesprong zijn macht verzekert. De tijdgeest waait uit deze richting en het valt te vrezen dat de windkracht nog zal toenemen. Deze verkiezingen maken duidelijk dat er nog lang geen duurzaam recept is gevonden, geen werkzaam tegengif tegen het rechtspopulisme.’

    Stephan Löwenstein in Frankfurter Allgemeine Zeitung:
    ‘Er zijn twee winnaars van de verkiezingen. De eerste heet Sebastian Kurz. Hij maakt goede kans de jongste regeringsleider van Europa te worden. De tweede heet Heinz-Christian Strache, leider van FPÖ, wiens partij op regeringsdeelname mag hopen. De sociaal-democraten hebben pas op de plaats gemaakt. Daarmee is Oostenrijk politiek ongetwijfeld naar rechts afgebogen. De groei van de FPÖ zal op sommige plekken tot ophef leiden. Ook Kurz is in zijn partij een conservatievere koers ingeslagen, vooral inzake migratie.

    ‘Maar als je de uitslag beziet in de context van de afgelopen jaren, dan betekent ze eerder een versterking van het burgerlijke midden, want daar kun je de ÖVP nog steeds plaatsen. Voordat Kurz het roer dit voorjaar overnam, dreigde de ÖVP te krimpen tot een klein partijtje. Bij de presidentsverkiezingen in 2016 immers, leek de rechts-populistische FPÖ op weg de grootste partij te worden – en dat was pas een echte ruk naar rechts geweest.’

  8. Weekendcolumns

    ‘Een knap staaltje werk,’ noemt Frank Kalshoven het regeerakkoord. Wij kiezers zadelden de partijen op met een lastige formatiepuzzel en de vier partijen die verantwoordelijkheid durfden te nemen, hebben die vakkundig opgelost. (…) Het gaat om de Grote Kwesties. (…) De coalitie versnelt het tempo waarin de hypotheekrente wordt afgebouwd en schrapt de aflosbonus (de wet-Hillen). De inrichting van de woningmarkt is een Grote Kwestie en de onvermijdelijke uitkomst (over een paar kabinetten) is dat de eigen woning verhuist naar box 3, dus fiscaal net zo behandeld wordt als ander vermogen van huishoudens. (…)De coalitie verhoogt het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent en houdt het hoge btw-tarief constant op 21 procent. De uitkomst (over een paar kabinetten) is dat Nederland één btw-tarief kent voor alle goederen en diensten.’

    Aleid Truijens hekelt in haar column de plannen van het nieuwe kabinet over de invoering van de ‘maatschappelijke diensttijd’. ‘In Frankrijk, waar ze een soortgelijke stage al tien jaar hebben, is die geen succes. Het vrijwilligerswerk blijkt geen opstapje tot een baan; na de stage zijn evenveel jongeren werkloos als ervoor. Laat het kabinet die honderd miljoen investeren in zinvolle, gegarandeerde en goed begeleide stages in het mbo en hoger onderwijs. Dat is beter besteed.’

    Martin Sommer schrijft over ‘de pacificatie van Buma’, de CDA-leider. ‘Buma zoekt in het kielzog van zijn voorvader aansluiting bij ‘het goede populisme’. Verstandig, als je het onbehagen niet aan Wilders wilt over­laten. Je mag het ook een zoektocht naar modern conservatisme noemen. Buma laat zien hoe moeilijk het is daarvoor woorden te vinden.’

  9. ‘Het ging de afgelopen dagen zoveel over de verdachte’, schrijft het Algemeen Dagblad, ‘dat we Tommy Wieringa vroegen iets te schrijven over het slachtoffer’.
    Wieringa: ‘We zijn voorzichtig met onze dochters. Maar ze groeien bij je vandaan, net zolang tot ze je niet meer kunnen horen. Ze fietsen nu rond zonder jouw stem in hun rug. (…) Zij zijn allang blij dat ze van onze zorgen zijn verlost. De waarschuwingen, de bezweringen, al die scenario’s. Ze willen vrij zijn en onbezorgd. Zo moeten ze door de wereld kunnen fietsen, en schuilen voor de regen zonder dat iemand met duisternis in zijn hoofd ze opwacht.’

    Volgens Mick van Wely van De Telegraaf lijkt het erop dat verdachte Michael P. eieren voor zijn geld heeft gekozen door open kaart te spelen met de recherche. De rechtbank zal de man zeker opnieuw naar het Pieter Baan Centrum sturen voor uitvoerig onderzoek. Van Wely: ‘Het is niet alleen in het belang van de maatschappij dat P. ditmaal meewerkt aan een onderzoek, maar ook in het belang van de verdachte zelf. Als hij schuldig wordt bevonden en toch niet meewerkt, dan is de hoop gevestigd op een rechtbank die dit keer wel het lef heeft om hem tbs op te leggen.’

  10. Amerika en Iran

    Alleen Trump zou er in kunnen slagen om het morele gelijk af te staan aan Iran

    We moeten geweld gebruiken om te voorkomen dat Iran en Noord-Korea kernwapens ontwikkelen, de ervaring met nonproliferatie bewijst dat deze afdwinging vereist

    Deze week wordt bekend of de Amerikaanse president Donald Trump het nucleaire akkoord met Iran deels onderuit haalt. ‘Dit zou een totaal gebrek aan respect voor Amerika’s bondgenoten betekenen’, tekent New York Times-columnist Roger Cohen op uit de mond van de bekende Duitse veiligheidsexpert Wolfgang Ischinger. ‘Maar dat is nog het minste. De competitie is moordend,’schrijft Cohen, ‘maar dit zou de meest onbezonnen, domste daad zijn van de Trump-regering tot nu toe.’ In de Washington Times daarentegen schrijft admiraal buiten dienst Robert Monroe dat om de verdere nucleaire proliferatie in de wereld te voorkomen, de VS zowel Iran als Noord-Korea moeten aanvallen. ‘De schade en slachtoffers die deze twee acties zullen vergen, vallen in het niet bij de schade die deze twee schurkenstaten zullen veroorzaken door verdere proliferatie.’

    Roger Cohen: ‘Het akkoord is een nucleair nonproliferatieakkoord, geen allesoverkoepelende overeenkomst met Iran. Het is afgesloten, zoals de meeste baanbrekende diplomatieke akkoorden zijn, met een vijandige macht. Het was erop gericht de potentiële bedreiging van de Islamitische Republiek te verminderen, niet om de aard van het bewind ineens te veranderen. Het ging over nucleaire centrifuges, niet over Irans steun voor Hezbollah; over uranium, niet Irans afschuwelijke staat van dienst inzake mensenrechten. Het vertegenwoordigt een moeilijk compromis tussen twee landen – de VS en Iran – wiens wederzijdse grieven tientallen jaren teruggaan maar wiens onbuigzame confrontatie goed is voor geen van beide landen. (…) Natuurlijk: Trumps weigering om het akkoord opnieuw te bekrachtigen hoeft niet het einde te betekenen van het akkoord, maar het zou daarmee wel op de intensive care-afdeling belanden en Amerikaanse geloofwaardigheid blijvende schade toebrengen. Elk land zal zich gaan afvragen waarom het nog deals met Amerika moet maken. Alleen Trump zou er in kunnen slagen om het morele gelijk af te staan aan Iran.’

    Robert Monroe, voormalig vice-admiraal en oud-hoofd van het Amerikaanse Defense Nuclear Agency, schetst een heel ander beeld. ‘Het akkoord maakt van Iran een land op de drempel van een bestaan als kernwapenstaat. De politiek van de regio staat niet toe dat alleen Iran kernwapens bezit. Andere landen (als Saoedi-Arabië, Turkije en Egypte) lopen zich in het geheim al warm om nucleair te gaan. De nucleaire wapenwedloop zal intens zijn, in het Midden-Oosten en Noordoost-Azië, waar Noord-Korea’s buren Japan, Zuid-Korea en Taiwan kernwapenplannen ontwikkelen. Tegen 2030 zullen we van acht (nu) naar 20 kernwapenstaten zijn gesprongen – het betreft vooral onze bondgenoten, die vroeger vertrouwden op Amerika’s steeds meer lekkende nucleaire paraplu. Tegen het midden van de eeuw zullen er circa 50 kernwapenstaten zijn, als ook high tech-landen en de grote Derde Wereldlanden erbij zijn gekomen. Kernwapens zullen overal zijn, vaak niet erkend, niet geteld en vaak niet beschermd. (…) Is er hoop? Ja, als er onmiddellijk actie wordt ondernomen. We moeten militair geweld gebruiken om te voorkomen dat Iran en Noord-Korea kernwapens ontwikkelen. Een halve eeuw ervaring met nonproliferatie bewijst dat deze afdwinging vereist.’