D66-Kamerlid Pia Dijkstra en fractievoorzitter Alexander Pechtold tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer.
D66-Kamerlid Pia Dijkstra en fractievoorzitter Alexander Pechtold tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer. © ANP

Opinie: Waarom een wet voltooid leven er niet moet komen

Een voltooid-levenwet is het meest riskant voor mensen aan de onderkant van de samenleving, die zwakker, armer en minder verbaal begaafd zijn dan Pia en Alexander.

Een familie zoals er zovele zijn. Ergens in het zuiden van het land. Opa woont nog zelfstandig, zijn kinderen en kleinkinderen houden een vinger aan de pols. Tegen hen heeft hij altijd gezegd dat hij euthanasie wil als hij naar een verpleeghuis moet.

Dat houdt de familie bezig, want stel nu dat opa iets overkomt en hij niet langer wilsbekwaam is: wie moet dan het euthanasieverzoek indienen? De oudste zoon gelooft niet dat hij dat kan. De kleindochter wil haar opa wel helpen, maar of zij de knoop durft door te hakken?

Dit gesprekje tekende ik afgelopen week op uit de mond van een betrokken familielid. Mijn conclusie: de mogelijkheid van euthanasie als manier om de angst voor afhankelijkheid te bezweren, is doorgedrongen tot in de haarvaten van onze samenleving.

In de overweldigende hoeveelheid krantenartikelen die de laatste weken is verschenen over euthanasie en voltooid leven klonken opvallend genoeg nogal wat bezorgde geluiden van mensen bij wie 'zelfbeschikking' altijd hoog in het vaandel stond.

Boudewijn Chabot, de man van de 'zelfeuthanasie', richtte zijn pijlen op de toetsingscommissies en op de Levenseindekliniek, die euthanasie goedkeuren bij mensen die lijden aan dementie of psychische aandoeningen.

Ton Vink, die heeft gepubliceerd over 'een zelfbezorgde goede dood onder eigen regie', stelde dat een aparte voltooid-levenwet contraproductief zal werken. En René Cuperus, werkzaam bij de Wiardi Beckman Stichting van de PvdA, toonde zich furieus over de verbetenheid waarmee D66 haar plannen voor een wet 'Waardig Levenseinde' doorzet.

Het debat over euthanasie en voltooid leven is een elitaire aangelegenheid geworden

Hebben de critici van de huidige praktijk van levensbeëindiging op verzoek geen boter op hun hoofd? Want het kan toch niet verbazen dat in een discussie waarin 'autonomie' als leidend principe bij besluitvorming over het levenseinde in de loop der jaren gangbaar is geworden, er geen situatie meer te bedenken is waarin euthanasie niet geoorloofd zou zijn, zolang de stervenswens maar 'vrijwillig', 'weloverwogen' en 'duurzaam' is?

Het debat in Nederland over euthanasie en voltooid leven en de praktijk van levensbeëindiging op verzoek is een elitaire aangelegenheid geworden. Niet alleen omdat bij de vaststelling van de ondraaglijkheid van het lijden de ervaring van dat lijden een steeds groter gewicht in de schaal legt. Dat betekent dat iemand die mondig en welbespraakt is meer kans heeft dat zijn arts overtuigd raakt van de redelijkheid van het euthanasieverzoek.

Een voltooid-levenwet houdt voor Henk en Ingrid het grootste risico in

Maar ook omdat goed opgeleide, well to do-mensen er beter in slagen druk van buitenaf te weerstaan. Zij zijn zelfs in staat om hun verzoek om levensbeëindiging 'in de wacht' te zetten: 'Dokter, ik wil wel euthanasie maar nu nog niet.'

Voor de spreekwoordelijke Henk en Ingrid ligt dat anders. Zij zijn minder goed in staat om hun gevoelens in woorden te vatten, hun fysieke conditie is nogal eens slechter dan die van hun leeftijdgenoten en zij hebben niet de financiële middelen om extra zorg in te kopen, als dat nodig is.

Zij horen om zich heen verhalen over mensen die zijn geholpen bij het sterven toen het leven voor hen geen enkele zin meer had en zij beginnen zich af te vragen of dat misschien ook voor hen iets zou zijn.

Over Alexander en Pia hoeven wij ons als samenleving geen zorgen te maken. Zij redden zich wel, ook als de initiatiefwet 'Toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek' niet door de Tweede Kamer komt. Maar Henk en Ingrid, mensen die niet in de omstandigheid zijn dat zij weerstand kunnen bieden aan de gedachte dat een leven 'voltooid' is als het minder wordt, verdienen onze bescherming. Een voltooid-levenwet houdt voor hen het grootste risico in. Daarom moet die wet er niet komen.