Rotterdam, Katendrecht, 2 januari 2017.
Rotterdam, Katendrecht, 2 januari 2017. © Arie Kievit, de Volkskrant

Opinie: Publieke ruimte moet voor iedereen toegankelijk blijven

Het behoud van een publieke ruimte die open, divers en voor iedereen toegankelijk is, is een belangrijke taak voor de overheid, betoogt Britta Böhler.

Er is een kloof tussen de 'geplande stad' en de 'geleefde stad'

Eind september vindt in Utrecht opnieuw de Dag van de Openbare Ruimte plaats. Het tweedaagse 'totaal-evenement' is bedoeld voor iedereen die zich 'beroepsmatig' bezighoudt met de publieke ruimte, landschapsarchitecten bijvoorbeeld, maar ook stedenbouwkundigen en gemeenteambtenaren. Mensen, dus, die moeten bepalen hoe onze openbare ruimte eruitziet en hoe deze moet worden beheerd.

Onderdeel van de vakbeurs is ook een reeks aan workshops en lezingen, die gaan over onderwerpen als 'klimaatadaptatie', 'smart lighting' en 'assetmanagement'. Dit klinkt heel hip allemaal, maar misschien hadden de organistoren van de beurs er goed aan gedaan ook de cultuurfilosoof René Boomkens uit te nodigen.

Boomkens hield eind juni in Pakhuis De Zwijger de Boekmanlezing 2017 met als thema 'De cultuur van de publieke ruimte'. Hierin betoogde hij dat het voortbestaan van de publieke sfeer steeds meer onder druk staat en dat er een kloof is tussen de 'geplande stad' en de 'geleefde stad'. Met andere woorden, dat wat de deskundigen en planners voor ogen staat sluit vaak helemaal niet aan bij dat wat de gebruikers van de openbare ruimte willen.

Gentrificatie

De grens tussen publiek en privé vervaagt meer en meer

Om dit te voorkomen moeten 'de gebruikers (...) eerder en beter bij het ontwerpproces' worden betrokken, aldus Boomkens, want het zijn uiteindelijk de 'regelmatige gebruikers' die het 'meest recht kunnen claimen op de publieke sfeer'.

Boomkens heeft hier zeker een punt maar er is ook nog iets anders aan de hand. De publieke ruimte is ingrijpend aan het veranderen omdat de grens tussen publiek en privé meer en meer vervaagt. Dat komt niet in de laatste plaats doordat steden en gemeenten ook op de uitgaven voor de publieke ruimte moeten bezuinigen en dus wordt (een deel van) het beheer van deze ruimte overdragen aan bewoners of bedrijven. Winkeliers en bewonersverenigingen nemen de taken van de overheid over met als gevolg dat vaak onduidelijk is wie er mag bepalen hoe de publieke ruimte wordt gebruikt en wie er toegang toe heeft.

Een ander belangrijk aspect dat de verschuiving van publiek naar privé bevordert, is de toenemende gentrificatie. Dit fenomeen speelt al geruime tijd, maar na de bankencrisis van 2008 is de ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt omdat investeerders goedkoop grond en huizen konden kopen. En dat deden ze ook, op grote schaal. In sommige steden is gentrificatie derhalve inmiddels tot een urgent probleem geworden.

Saskia Sassen

Als steeds meer gemeentelijke grond wordt verkocht aan internationale investeerders dan verliest de gemeente de middelen om de stadsontwikkeling te sturen

In haar artikel in The Guardian van 24 november 2015 wierp de Nederlands-Amerikaanse sociologe Saskia Sassen terecht de vraag op: 'Who owns our cities?'. Want als steeds meer gemeentelijke grond wordt verkocht aan internationale investeerders en bedrijven dan verliest de gemeente 'de zeggenschap en het instrumentarium' om de stadsontwikkeling te sturen.

Bovendien heeft gentrificatie negatieve consequenties voor de drie factoren die de kwaliteit en de leefbaarheid van de publieke ruimte bepalen: openheid, toegankelijkheid en diversiteit. Tijdens haar bezoek aan Rotterdam vorig jaar maakte Sassen duidelijk dat zowel 'de staat als het lokale bestuur en de politiek aan zet' zijn om dit onwenselijke resultaat tegen te gaan.

En inderdaad: het behoud van een publieke ruimte die open, divers en voor iedereen toegankelijk is, is een belangrijke taak voor de overheid. En de bestaande problemen kun je niet oplossen met 'assetmanagement' of 'smart lighting'.

Britta Böhler is juriste en deze maand gastcolumniste op volkskrant.nl/opinie.