Bezoekers wonen de herdenking van de afschaffing van de slavernij bij in het Amsterdamse Oosterpark. Het was in 2013 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij in de voormalige kolonien afschafte.
Bezoekers wonen de herdenking van de afschaffing van de slavernij bij in het Amsterdamse Oosterpark. Het was in 2013 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij in de voormalige kolonien afschafte. © anp

Opinie op zondag: De échte bijdrage van het Westen aan de slavenhandel

Prikkelende opinie op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag twee bijdragen van een vaste club van zeven auteurs. Later vandaag cultuurhistoricus Thomas von der Dunk, nu eerst filosoof Sebastien Valkenberg.

Je zou haast denken dat het momenteel ontbreekt aan musea die aandacht besteden aan slavernij. Niet dus

Het was leerzame lectuur. De afgelopen maanden stond de vacaturetekst online waarmee het Rijksmuseum zocht naar een Junior Curator voor de grote slavernijtentoonstelling in 2020. Hij of zij moet beschikken over "aantoonbare kennis over het onderwerp slavernij".   

Een open deur? Wellicht. Toch is het geen overbodige luxe als de curator zich grondig heeft ingelezen. Zulke expertise zorgt hopelijk voor een nuttig tegengeluid. De teneur van de afgelopen maanden was dat we ons koloniale verleden nu eindelijk eens onder ogen dienen te  komen. "Hoe pijnlijk ook, we moeten in ons belaste verleden blijven graven." Zo stond het onlangs op het omslag van De Groene Amsterdammer. Een paar weken terug wijdde dagblad Trouw een compleet katern aan de vraag welke objecten er in een Amsterdams slavernijmuseum thuishoren.

Dat museum moet er, voor alle duidelijkheid, nog komen. Maar een meerderheid van de hoofdstedelijke gemeenteraad heeft al laten weten voor te zijn. Je zou haast denken dat het momenteel ontbreekt aan musea die aandacht besteden aan slavernij. Niet dus. Het Haags Historisch Museum heeft er een tijdelijke tentoonstelling aan gewijd en het Tropenmuseum een doorlopende. En dan is die in het Rijksmuseum nog in aantocht.  

Werk aan de winkel

Wie weet er dat Noord-Afrikaanse piraten (zwart) tussen 1500 en 1800 tenminste één miljoen Europeanen (blank) tot slaaf maakten?

De daverende belangstelling is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Ze suggereert dat slavernij iets buitenissigs was, een aberratie. Terwijl ze gedurende de geschiedenis de norm was. Anders gezegd: het gebeurde vaker en langer wel dan niet. Maar bovenal deed iedereen er aan mee (en sommige landen doen dat nog steeds).

Dat plaatst de Trans-Atlantische slavenhandel in een ander perspectief. Naar schatting maakte die 18 miljoen slachtoffers. Een onvoorstelbaar aantal, maar bovenal koren op de molen van al wie vindt dat ons verleden iets is om in te blijven graven. Alle reden, lijkt het, voor scherpe stukken en confronterende exposities. Werk aan de winkel voor de Junior Curator.

Geen misverstand, allicht is het heilzaam om eens met kritische blik in de spiegel te kijken. Maar dan wel graag op basis van alle feiten, niet enkel als ze onze rol van boeman uit de geschiedenis moeten bevestigen. De huidige berichtgeving doet vermoeden dat slavernij begon met het kolonialisme, dus grofweg van de 15de  tot en met de 19de eeuw.

Op deze manier blijft buiten beschouwing dat in het verlichte Athene van Socrates de elite (blank) er slaven (ook blank) op nahield. Wie weet er dat Noord-Afrikaanse piraten (zwart) tussen 1500 en 1800 tenminste één miljoen Europeanen (blank) tot slaaf maakten? Waar de Atlantische Slavenhandel 18 miljoen slachtoffers maakte, veroorzaakte die in het Midden-Oosten er 19 miljoen (waarbij zowel daders als slachtoffers zwart waren). Het is een danige correctie op het gangbare beeld.

Cultuurstudies

Cultuurstudies is als een kleermaker die slechts één kledingstuk kan maken: het boetekleed

Welbeschouwd is het de verkeerde vraag waarom er slavernij was. Het wonder is dat op zeker moment een einde aan kwam. Derhalve moet de echte vraag luiden hoe het komt dat zo'n ingeburgerd gebruik ophield te bestaan - opnieuw: grotendeels, maar niet overal.  

Het antwoord daarop voert ons naar de regio die nu zo omstandig aan introspectie moet doen: Europa. In de 19de eeuw schaften Europese staten slavernij één voor één af. Aan deze politieke omwenteling ging een intellectuele revolutie vooraf. De Quakers begonnen de vanzelfsprekendheid van deze traditie te betwisten op religieuze gronden en Verlichtingsfilosofen via de rede. Montesquieu deed dat halverwege de 18de eeuw in Frankrijk; Adam Smith iets later in Groot-Brittannië.

Als we dan toch op zoek gaan naar de unieke bijdrage van het Westen aan de slavernij... Die is erin gelegen het de discussie over het voortbestaan ervan heeft geopend. Maar of de Junior Curator er oog voor heeft, ik heb mijn twijfels. Dit gegeven verhoudt zich slecht tot het overzichtelijke schema van de blank versus zwart, van slavendrijver versus slaaf.

Ook de vacaturetekst van het Rijksmuseum geeft weinig aanleiding om te vermoeden dat een heroriëntatie aanstaande is in het slavernijdebat. De curator moet beschikken over een "recente academische graad, met specialisatie geschiedenis en cultuurstudies." Het gaat om die laatste toevoeging. Kennelijk is het onvoldoende als hij of zij verstand heeft van de relevante gebeurtenissen en jaartallen.

De neutrale term - cultuurstudies - is misleidend. Alsof deze discipline niets meer doet dan culturen bestuderen. Terwijl het er om gaat heimelijke (en minder heimelijke) machtsstructuren bloot te leggen die de westerse hegemonie aantonen. Cultuurstudies is als een kleermaker die slechts één kledingstuk kan maken: het boetekleed. Je houdt je hart vast voor wat er komen gaat in de lente van 2020.

Sebastien Valkenberg is filosoof.