Beeld uit de documentaire Alicia
Beeld uit de documentaire Alicia ©

Opinie: Niet hulpverleners, maar wij - gewone mensen - kunnen meehelpen aan een thuis voor Alicia's

Iedereen voelt de eenzaamheid van Alicia uit de IDFA-documentaire. Wat kunnen we doen? Stefan Cuppen en Levi van Dam over pleegzorg.

De documentaire Alicia, te zien op IDFA, heeft veel losgemaakt. Alicia zelf houdt het simpel: 'ik ben niet speciaal, ik ben gewoon en wil naar een gewoon gezin'. Waarom bieden wij - gewone mensen - haar dat niet?

Alicia leert al vroeg dat er geen passende oplossing is voor een meisje zoals zij. Haar moeder kan haar niet thuis opvoeden. Haar pleegouder ook niet na het overlijden van de partner. Als thuisloze 5-jarige treft ze in het kindertehuis fantastische hulpverleners, die haar zelfs jaren later nog opzoeken. Toch keert Alicia zich tegen hen, met het enige waar zij controle over heeft: haar wil.

Want met al de wil die in haar is, laat Alicia het zien: ik wil gewoon zijn en bij gewone mensen wonen. In mijn eigen gezin, mijn pleeggezin of een ander gezin.

Alicia heeft het nog niet geleerd om moeilijke dingen te verwoorden en trapt van zich af. Onbewust doet ze een beroep op het basisrecht van ieder kind zoals gesteld in het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind: 'Ieder kind is gelijk.'

Haar behoefte is dan ook juist en haar verzet wordt sterker als ze het idee krijgt dat er niets aan haar situatie gedaan wordt: 'waarom kunnen jullie voor mij geen plekje vinden, ik ben toch een gewoon meisje?'.

In 2016 werden ruim 36.000 kinderen uit huis geplaatst en ontvingen hulp op een andere plek dan thuis

Met het ouder worden zie je haar machteloosheid en haar probleemgedragingen groeien. Het hulpverlenend systeem sluit zich om haar heen en wil dat zij 'beter haar best gaat doen'. Alicia moet zich aan de regels en de afspraken houden en werken aan de doelen. Het kinderrecht om op een veilige plek op te groeien, moet ze verdienen.

Tegen die omkering verzet Alicia zich, tot en met het opeten van papier aan toe: 'waarom kan ik niet naar huis of naar een gewoon gezin?', briest ze. 'Omdat gewone kinderen geen papier eten', antwoordt de voogd. Ze zit klem in een vicieuze cirkel en blijft keer op keer horen dat ze niet voldoet: niet thuis, niet in een pleeggezin, niet op de groep. En dus pakt ze haar plastic tassen weer in.

Alicia is niet alleen. Een op de tien kinderen in Nederland ontvangt jeugdhulp. Voor (psychische) problemen op school, thuis of in de buurt. In 2016 werden ruim 36.000 kinderen uit huis geplaatst en ontvingen hulp op een andere plek dan thuis. In slechts 50 procent van de gevallen kan dit in een (netwerk)pleeggezin, de andere kinderen verblijven net als Alicia in behandelcentra.

Het aantal pleeggezinnen daalt de afgelopen jaren, terwijl het aantal uithuisplaatsingen stijgt

Helaas daalt het aantal pleeggezinnen de afgelopen jaren, terwijl het aantal uithuisplaatsingen stijgt. Alicia laat zien dat dit niet langer kan: niet zij is het probleem, het hulpverlenend systeem waarin ze terechtkomt maakt onbedoeld van haar een probleem.

Hoe kunnen we het tij keren? In de documentaire wordt één belangrijke vraag niet gesteld: wie is er om Alicia te steunen? Waar zijn de familieleden, de oud-pleegouder, de kennissen en (oud)buurtgenoten? Mensen die ertoe doen voor haar, die haar teleurstellingen in het leven begrijpen en haar daarin kunnen steunen.

Alicia is niet alleen. Een op de tien kinderen betekent gemiddeld drie kinderen per schoolklas en één kind per hockey- of voetbalteam. Het zijn onze kinderen of de vriendjes en vriendinnetjes van onze kinderen.

Niet hulpverleners, maar wij - gewone mensen - kunnen continuïteit bieden en het verschil maken voor gewone kinderen. Simpelweg door er voor hen te zijn en hun eenzaamheid te doorbreken.

Stefan Cuppen is vader en stiefvader, en systeemtherapeut bij Spirit Jeugd & Opvoedhulp. Levi van Dam is stiefvader, orthopedagoog bij Spirit en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam.