Opinie: Leer van het verleden en leg het vastgoedkapitaal stevig aan de ketting
© ANP

Opinie: Leer van het verleden en leg het vastgoedkapitaal stevig aan de ketting

Lokale politici kunnen in hun omgang met de wereld van het vastgoed veel leren van het verleden, betoogt docent stadsgeschiedenis Tim Verlaan.

De vette jaren zijn terug in het Nederlandse vastgoed. In de grote steden verdienen projectontwikkelaars en beleggers goed geld aan de gekte op de woning- en hotelmarkt, waardoor nu ook de middenklasse de stad wordt uitgeprijsd. De lokale politiek reageert vaak gelaten, of moedigt de vastgoedhausse zelfs actief aan. De bestuurders kunnen veel leren van de fouten van hun voorgangers.

Ook in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw dreigden marktpartijen welvaart boven het welzijn van bewoners te plaatsen

'Overspannen en oververhit' kopte NRC onlangs over de Nederlandse huizenmarkt. Enkele dagen eerder schreef de Volkskrant dat jonge gezinnen noodgedwongen de stad verlaten. Het Parool bericht deze dagen met grote regelmaat over het nijpende tekort aan studenten- en minimawoningen, terwijl een selecte groep (internationale) beleggers haar greep op de Amsterdamse markt verstevigt.

De teneur in de berichtgeving is duidelijk: onze voorheen relatief betaalbare en gemengde binnensteden dreigen te worden uitgehold tot poenerige woonreservaten.

Het is niet de eerste keer dat projectontwikkelaars en beleggers de Nederlandse binnenstad als een interessant investeringsobject zien. Ook in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw dreigden marktpartijen welvaart boven het welzijn van bewoners te plaatsen.

Gesteund door een welwillend lokaal bestuur werkten marktpartijen aan grootse plannen voor binnenstedelijke kantoorlocaties en winkelcentra. Bewoners verruilden hun oude leefomgeving ondertussen en masse voor het lonkende ideaal van een woning in het groen: een stad als Amsterdam verloor rond 1970 jaarlijks tienduizend inwoners aan het buitengebied.

De projectontwikkelaars en beleggers aan wie bestuurders de centrale stadsdelen overleverden, bepaalden in de jaren zestig en zeventig dat het kapitaal naar commercieel vastgoed vloeide. Kapitaal hecht zich immers aan de stenen waar het meest mee valt te verdienen, en met de opkomst van de dienstverleningseconomie was de keuze voor verhuurbare kantoor- en winkelpanden in plaats van woningen snel gemaakt.

Om die reden belegde het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) de pensioenen van honderdduizenden leraren en ambtenaren in het Utrechtse Hoog Catharijne.

Het is dankzij actievoerders dat Nederlandse binnensteden voor erger onheil zijn behoed

De pensioenfondsen van Philips en Shell financierden samen met ontwikkelaars als Maup Caransa grootschalige kantoorontwikkelingen in de Amsterdamse binnenstad.

En zakenman Reinder Zwolsman werkte met het geld van particuliere aandeelhouders in Den Haag een complete volksbuurt tegen de vlakte.

Ook het internationale grootkapitaal wist ook toen al zijn weg te vinden naar de Nederlandse vastgoedmarkt: actievoerders spraken na het optellen van Britse bouwaanvragen in 1974 zelfs van de 'Engelse ziekte'.

Het is dankzij dezelfde actievoerders dat Nederlandse binnensteden voor erger onheil zijn behoed. Mikpunt van hun kritiek waren de goede onderlinge contacten tussen bestuurders en marktpartijen. Zo was de directeur van de Friesch-Groningsche Hypotheekbank in 1964 gelijktijdig financier van Hoog Catharijne en gemeenteraadslid voor de VVD, stortte Zwolsman in 1963 een kwart miljoen gulden in de partijkas van de KVP en maakten Amsterdamse ambtenaren in de tweede helft van de jaren zestig geheime afspraken over beleggingsplannen van Philips.

Aan het onbehoorlijk bestuur kwam pas een einde met het optreden van actievoerders en het aantreden van een jonge generatie politici, die aandacht vroeg voor betaalbare woonruimte.

De huidige problematiek op de woningmarkt komt eerder voort uit het succes dan het falen van het grootstedelijke leefklimaat, maar ook nu zou de politiek zich moeten hoeden voor het onkritisch volgen van conjunctuurbewegingen en innige verstandhoudingen met marktpartijen. Bestuurders zijn geen projectontwikkelaars en hun steden geen merken.

De politiek moet de Nederlandse huizenmarkt krachtiger beschermen tegen beleggers en projectontwikkelaars. Doet zij dat niet, dan geeft zij de generatie die bouwde voor de buurt niet alleen een klap in het gezicht, maar kan ook zomaar een nieuwe exodus ontstaan.

Dit keer niet omdat mensen de stad uit willen, maar simpelweg omdat zij door stijgende prijzen en ruimtegebrek wel moeten.

Tim Verlaan doceert stadsgeschiedenis aan de Universiteit Van Amsterdam.