Opinie: Genderneutrale taal is zielloos en humorloos

Taaldokter Joost Swanborn: 'Het is mierenneukerij met woorden, deze genderneuktaal'

Een hoofdstedelijke homo 'lhbti-Amsterdammer' noemen bewerkstelligt het tegendeel van acceptatie.

Op 4 november vond het eerste Nationale Taaldebat plaats, bij de Nijmeegse Radboud Universiteit, die het debat samen organiseerde met NPO Radio 1 en de Volkskrant. Wij bogen ons over het onderwerp 'genderneutrale taal'. Helaas: het debat leende zich niet voor een goede analyse. Daarom hier alsnog een poging daartoe.

De discussie gaat over het verbieden of juist verplichten van woorden die een verwijzing naar een geslacht bevatten: beroepsaanduidingen, aanspreekvormen en verwijswoorden. Met 'directeur' verwijzen we tegenwoordig naar mannen én vrouwen, bij 'secretaresse' zetten we er 'm/v' bij, en bij 'stewardess' denken de meesten nog aan een vrouw. Betekenisverschuivingen in deze categorie lijken in de loop der tijd 'vanzelf' plaats te vinden. Maar de discussie gaat ook over gemeenten en de NS die 'dames en heren' vervangen door 'beste Amsterdammers' of 'beste reizigers'. En sommigen pleiten zelfs voor nieuwe termen: 'lhbti'er' tot 'multi-gender', en 'hen' en 'hun' als equivalent van 'hij/zij' en 'zijn/haar' ('Daar gaat hen op hun nieuwe fiets'). Zulke veranderingen gaan niet vanzelf.

Daarnaast wordt de discussie vertroebeld doordat het begrip 'gender' zelf niet duidelijk is. Zo reppen woordenboeken van fysiek 'geslacht' of 'geslacht waarvan iemand het gevoel heeft deel uit te maken', terwijl elders vele categorieën worden genoemd (van trans-, cis-, a-, bi-, multi- en polygender tot genderfluid, genderqueer en two spirit). Het lijkt dus te gaan om het geslacht waartoe je volgens je gevoel behoort, terwijl dat geslacht zelf niet belangrijk is.

Deze neiging is een uitwas van het Ik-tijdperk, van een samenleving die geobsedeerd is door identiteit, waarin iedereen recht heeft op erkenning, en zich anders gekwetst mag betonen. Zij is het product van een volk dat wordt gemangeld tussen een doorgeschoten gelijkheidsideaal (elke aberratie is normaal), en een bijna pathologische behoefte aan individueel onderscheid.

Woorden op basis van bellyfeel tot oldspeak verklaren die moet worden gerectificeerd, is gewoon taalfascisme

Het is mierenneukerij met woorden, deze genderneuktaal: de gedachte dat elke bijzondere geaardheid een eigen naam nodig heeft leidt tot het waanidee dat het gaat om geslacht als je mensen aanspreekt met 'dames en heren' en vormt de voedingsbodem voor het kwalijke frame dat je andersgeaarden buitensluit wanneer je deze beleefdheidsvorm gebruikt. Zo kan het gebeuren dat overheden en beleidsmakers het vermeende belang van een minderheid laten prevaleren boven gezond verstand. Er schuilt een wereldbeeld van doorgeschoten politieke correctheid achter de mededeling van de gemeente Amsterdam dat 'de veelgebruikte tweedeling man-vrouw' niet meer strookt met de werkelijkheid.

Elke uitzondering benoemen leidt tot betekenisloosheid: zo veel uitzonderingen hebben geen enkel onderscheidend vermogen meer. Het is ook onnodig complicerend: hoe kunnen we verwijswoorden succesvol vervangen, terwijl het huidige onderscheid tussen hen en hun al zo lastig is? Belangrijker nog is dat spontaniteit, subtiliteit en stijl verdwijnen. Taalgebruikers moeten op eieren lopen. Wie wordt er blij van een zielloos 'Hallo mensen' in plaats van 'Geachte dames en heren'? En wie vat nog de nuance in 'Ik hou graag de deur voor u open, niet omdat u een dame bent, maar omdat ik een heer ben'?

Het is mierenneukerij met woorden, deze genderneuktaal

Maar het ergste is dat woorden taboe verklaren dan wel verplicht stellen leidt tot de humorloze newspeak uit George Orwells 1984: een totalitaire taal die het gewenste wereldbeeld van de een uitdrukt, maar de vrijheid van de ander inperkt. Die goodthink waarmee voorstanders van genderneutrale taal woorden op basis van bellyfeel verklaren tot oldspeak die moet worden 'gerectificeerd', dat is gewoon taalfascisme.

Taalveranderingen zijn alleen succesvol als een meerderheid ze omarmt. Taal is als water: ze verspreidt zich waar de minste weerstand is. Opvallend genoeg maken het onzijdige ('genderneutrale') het, dit en dat steeds meer plaats voor het mannelijk en vrouwelijk de en die ('die meisje'). Maar als er genoeg vrouwen 'directeur' zijn, verwijst dat woord naar mannen én vrouwen. En als er genoeg 'cisgenders' en 'genderfluids' directeur zijn, denkt iedereen bij het woord 'directeur' aan 'cisgender' of 'genderfluid'. Tot dan moeten we het doen met mannen en vrouwen.

Oekazes werken niet. Sterker: verwijzen naar een meisje met 'wezen dat bij de geboorte werd gezien als meisje', of naar een hoofdstedelijke homo met 'lhbti-Amsterdammer', is zo potsierlijk dat het aversie oproept. Elke uitzondering benoemen bewerkstelligt het tegendeel van acceptatie. Het zal niet werken. Gelukkig maar, ook voor de 'belanghebbenden'. Het effect zou namelijk precies zijn waar zij tégen zijn: hokjesdenken.

Dus: noem jezelf vooral wat je wilt, maar dwing anderen daar niet toe. En denk je echt dat 'dames en heren' beledigend is? Stap dan naar de rechter, die bepaalt welke woorden mogen en welke niet. En als je dan toch iets wilt veranderen: kies voor versimpeling, en niet voor complicatie. Streef dan naar één voornaamwoord (en één wc, net zoals thuis) voor iedereen: dát is pas 'genderneutraal' en 'inclusief'.