Desi Bouterse tijdens een toespraak in Paramaribo in 1986.
Desi Bouterse tijdens een toespraak in Paramaribo in 1986. © ANP

Open het archief over de staatsgreep in Suriname

Heropen het onderzoek naar de staatsgreep van 1980 en laat onafhankelijke deskundigen vaststellen wat er voor, tijdens en na de coup is gebeurd.

Peter Meel is verbonden aan de Universiteit Leiden.
Ellen Klinkers is verbonden aan het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in Leiden en is uitvoerder van het project Geschiedenis van de Troepenmacht in Suriname 1940-1975.

De diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Suriname worden op ambassadeursniveau hersteld. Dat is verheugend nieuws. Nadat het Surinaamse parlement in april 2012 een amnestiewet aannam, riep Den Haag zijn ambassadeur terug en verlaagde Paramaribo zijn vertegenwoordiging in Nederland tot het niveau van zaakgelastigde. Sindsdien waren de verhoudingen bekoeld.

Waarom de twee landen uitgerekend nu besloten hebben weer ambassadeurs op elkaars grondgebied te stationeren, is niet duidelijk. De regering van president Desi Bouterse, die toewerkt naar een tweede zittingstermijn, lijkt vooruit te kijken naar de verkiezingen van 25 mei 2015 en een gebaar te willen maken naar de Surinaamse kiezer, die weinig moet hebben van het steeds weer oplaaiende gekrakeel tussen de twee regeringen.

Het kabinet-Rutte maakt de indruk te mikken op een regeringswissel en te anticiperen op hechtere banden met politici die momenteel tot het oppositieblok behoren.

Het is onduidelijk of verdachten van de decembermoorden Nederland weer in mogen

Met het normaliseren van de diplomatieke betrekkingen zullen de politieke relaties niet meteen verbeterd zijn. De amnestiewet, die de verdachten van de decembermoorden van 1982, waartoe ook president Bouterse behoort, vrijwaart van vervolging, is immers nog altijd van kracht. Daarnaast is onduidelijk of verdachten van de decembermoorden nu Nederland weer in mogen. Die toegang werd hun gelijktijdig met het terugroepen van de Nederlandse ambassadeur ontzegd. Tenslotte werd bij die gelegenheid ook de toekenning van het restant van de in 1975 toegekende verdragsmiddelen (20 miljoen euro) opgeschort. Deze kwesties zullen opspelen op het moment dat de regering-Bouterse erin slaagt opnieuw voor vijf jaar het mandaat van de kiezers te verwerven.

Maar wat de uitslag van de verkiezingen ook zal zijn, één kwestie zal als een boemerang terugkeren: de vermeende Nederlandse betrokkenheid bij de staatsgreep van 25 februari 1980. Uit reeds verschenen publicaties en rapporten is komen vast te staan dat het toenmalige hoofd van de Nederlandse militaire missie in Suriname, kolonel Hans Valk, de coup-plegers, onder wie Bouterse, in ieder geval moreel steunde bij het voorbereiden van hun staatsgreep. Valk werd hiervoor door zijn superieuren op het matje geroepen, kreeg een reprimande en werd naar Brussel overgeplaatst. Het hoofd van de militaire missie zou op eigen houtje hebben gehandeld en onvoldoende gecontroleerd zijn door Den Haag, kortom misbruik hebben gemaakt van een teveel aan bewegingsvrijheid.

Met het langjarig opbergen van documenten roept Den Haag de verdenking over zich af zaken in de doofpot te willen stoppen

In kringen van de Nationale Partij Suriname (NPS), thans behorend tot de oppositie in Suriname, bestaat een andere overtuiging. Vooraanstaande leden van deze partij menen dat de regering van wijlen minister-president Henck Arron in 1980 door Den Haag werd afgezet, met Valk in de rol van vooruitgeschoven pion. Twee rapporten, in 1984 en 1985 in opdracht van de Tweede Kamer opgesteld door een onderzoekscommissie van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie, bevestigden noch weerlegden dat Nederland volgens een vooropgezet plan Arron uit het machtscentrum zou hebben verdreven. Het waren überhaupt geen documenten die een inzichtelijk beeld gaven van de gang van zaken rond de staatsgreep. Zoals Arron het zelf, in navolging van een Tweede Kamerlid, formuleerde: de rapporten bevatten veel woorden, maar weinig onthullingen.

Anders dan men zou verwachten, gelastte de Nederlandse regering geen vervolgonderzoek. Integendeel, begin 2011, ruim dertig jaar na de staatsgreep, classificeerde zij de bijlagen bij het eerste onderzoeksrapport tot 2060 als staatsgeheim. Dit leidde tot verwonderde reacties. Een van de bijlagen is een rapport van de Landmacht Inlichtingendienst waarin Valk van krijgstuchtelijke en strafrechtelijke vergrijpen wordt beschuldigd.

Met het langjarig opbergen van dergelijke documenten roept Den Haag de verdenking over zich af zaken in de doofpot te willen stoppen en mogelijk te hebben meegewerkt aan het ten val brengen van een democratisch gekozen regering. Daarmee legt de regering voor de komende 45 jaar een hypotheek op de betrekkingen tussen Nederland en Suriname.

Wenst Nederland inderdaad een 'zakelijke en betrokken relatie' met Suriname te onderhouden en recht te doen aan het bestaande Verdrag voor Vriendschap en Nauwere Samenwerking, dan zit er maar één ding op: het onderzoek naar de staatsgreep van 1980 heropenen en wetenschappelijk onderzoekers laten vaststellen wat er in de voorfase, tijdens en direct na de coup heeft plaatsgevonden.

Onafhankelijke deskundigen - ervaren in het duiden van politiek delicate bronnen en professioneel in de omgang met privacygevoelige gegevens - zouden antwoord moeten geven op de vraag waaruit de Nederlandse betrokkenheid precies heeft bestaan, vooral waar het gaat om toegedeelde taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het niveau van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie, en de diplomatieke vertegenwoordiging in Paramaribo. Onderneemt het kabinet Rutte niets, dan zal de Nederlandse regering ook de komende decennia de schijn tegen zich hebben en het 25 februari 1980-dossier de oorzaak van terugkerende wrevel en onwelkome speculaties blijven.

Van Peter Meel verschijnt op 24 november het boek Man van het Moment. Een politieke biografie van Henck Arron (uitgeverij Prometheus - Bert Bakker).