De politicoloog Menno Hurenkamp
De politicoloog Menno Hurenkamp © Najib Nafid

Niet de mensen moeten in de pas lopen, maar de macht

Burgerschap

Het wezen van de publieke zaak is: druk opdringerige bureaucraten en ondernemers terug in hun hok.

Het zal Herman Tjeenk Willink niet eenvoudig vallen een nieuwe regering samen te stellen. Er zijn geen grote partijen meer en hoewel er wel een duidelijke verliezer is, zijn er ook geen duidelijke winnaars. De tientallen zetels die de PvdA met gulle hand overboord wierp, werden niet door stevige concurrenten gevangen maar door partijtjes. Het eindresultaat is een surplace met minstens zeven spelers.

Meer plichten, minder rechten!

Het vergt geen grote verbeelding om die verstrooiing boven alles te zien als een afkeer van betutteling. Omdat het ene deel van de kiezers zelf graag wil uitmaken op wie het stemt, in plaats van een of andere traditie te volgen. Werknemers die VVD stemmen en ondernemers die GroenLinks stemmen, waarom niet?

En omdat het andere deel van de kiezers zich door de politiek permanent in de luren gelegd voelt. Men heeft het idee dat het beleid altijd anderen bevoordeelt of beloftes niet waarmaakt. Niet zo vreemd overigens, als je kijkt naar hoe de PvdA met de verzorgingsstaat omging of hoe de VVD over Europa het ene zegt en het andere doet.

Als er iets die twee bewegingen verbindt, dan het verlangen dat mensen geen rad voor ogen gedraaid wordt. Dat ze serieus genomen worden als burger. Daar heeft het nogal aan geschort de afgelopen decennia. Politiek en beleid zijn druk in de weer geweest met ons burgerschap. Het burgerschap van de inwoners van Nederland moest beter naar voren komen in het onderwijs, de inburgering, de zorg en de buurt. Meer plichten, minder rechten! Terecht hoor, handen uit de mouwen is goed voor iedereen.

Goed burgerschap is werken voor je geld, zorgen voor je naasten en op zijn tijd het Wilhelmus zingen

Maar als je beter kijkt zie je dat de vraag telkens is om een betere burger te worden zodat de overheid minder overlast heeft. Van de verzorgingsstaat die te duur wordt. Van de stress die botsingen tussen verschillende culturen opleveren.

Goed burgerschap is werken voor je geld, zorgen voor je naasten en op zijn tijd het Wilhelmus zingen. Dat kost weinig en levert ook voorspelbaar gedrag op. Fijn voor de staat, fijn ook voor de burgers met mooi werk of die niet op een mantelzorgtaakje meer of minder kijken.

Alleen, soms hebben mensen aarzelingen bij hun werk omdat ze er geen vrijheid in hebben, omdat het slecht betaalt of onprettig flexibel is; of soms hebben mensen geen werk en moeten ze met de billen bloot bij allerlei instanties; soms rennen ze zich de benen uit het lijf om kind, moeder en buurvrouw 'vrijwillig' te helpen; soms missen ze het middenklassetalent om subtiel verzet te plegen tegen een asielcentrum en werpen ze zich dus maar voor de auto van de staatssecretaris; soms worden ze op straat bespot om hun kleding of hun taal.

Dan zit de markt of de bureaucratie ze in de weg en volgt er vernedering. Maar als je daar over begint, ben je geen goede burger maar een zeurkous, profiteur of nog erger, een consument. Zoals een dronkeman zijn verloren sleutels het liefst onder de lantarenpaal zoekt, is de overheid goed burgerschap gaan definiëren met problemen die mensen zelf kunnen oplossen. Meer fatsoen, de Nederlandse taal, wat extra arbeidsethos, en de rest via een keukentafelgesprek. Goed burger worden is een kwestie van zelfwerkzaamheid.

Dat houdt de ingewikkelde delen van het maatschappelijk leven in de schaduw. Wie bepaalt wat er gebeurt op de werkvloer; waarom sommige mensen duizend keer zo veel verdienen als anderen; waarom politici wel zéggen dat inspraak en zeggenschap belangrijk zijn maar telkens weer nieuwe vormen van sturing weten te verzinnen; waarom een ondemocratische instelling als de Europese Centrale Bank onze economie controleert; het zijn vragen naar wie er eigenlijk de baas is. Daarop is het burgerschap dat we aan het ontwikkelen zijn niet bedacht.

Dat goede burgers niet 'de boel leefbaar houden' maar de overheid de maat nemen

In die lacune schuilt een belofte: een regeerakkoord tussen een aantal van onze partijtjes met als uitgangspunt dat niet de mensen in de pas moeten lopen, maar de macht. Dat het prima is dat burgers soms wat stress ervaren, maar dat het wezen van de publieke zaak is opdringerige bureaucratieën en ondernemingen terug in hun hok duwen. Dat goede burgers niet 'de boel leefbaar houden' maar de overheid de maat nemen. Zowel links als rechts kan daar eigen verlangens op projecteren, maar het gedeelde verhaal is dit keer mensen serieus nemen. Dat levert vast ook ergernis op. Maar stel eens dat het betere ergernis is?

Dit stuk is ontleend aan het proefschrift Met opgeheven hoofd. Sociaal burgerschap aan het begin van de 21e eeuw dat Menno Hurenkamp deze week verdedigt aan de UvA en dat verschijnt bij Van Gennep.