Standbeelden op de voormalige slavenmarkt in Stone Town, Zanzibar.
Standbeelden op de voormalige slavenmarkt in Stone Town, Zanzibar. © AFP

Niemand is van nature slaaf en niemand wordt als slaaf geboren

De ingezonden brieven van dinsdag 10 april

Brief van de dag: Het pedante 'tot slaaf gemaakte mensen'

In het artikel over het slavernijverleden van Portugal was een hoofdrol weggelegd voor mevrouw Gomes Dias, die consequent sprak van 'tot slaaf gemaakte mensen'. Ook in Nederland is een groep mensen van mening dat men niet meer moet spreken van 'slaven', maar van 'tot slaaf gemaakten'. De gedachte hierachter is dat niemand van nature slaaf is of dat niemand als slaaf wordt geboren.

Ik kan het gebruik van de uitdrukking 'tot slaaf gemaakte' alleen maar pedant vinden en ook nog onjuist. Pedant, omdat voor iedereen het woord slaaf tegenwoordig ook inhoudt dat iemand onrecht wordt aangedaan en daarmee is de uitdrukking 'tot slaaf gemaakte' alleen maar pedanterie.

Het is ook nog onjuist, want in het verleden waren veel mensen slaaf op grond van hun geboorte. Dat moet men niet gelijk stellen met van 'nature' slaaf zijn. Op grond van geboorte slaaf zijn was in het verleden een juridisch feit. Een status die op grond van andere feiten kon veranderen.

Daarentegen kon een als vrij geboren mens slaaf worden bijvoorbeeld doordat diegene een misdaad had gepleegd of zijn schulden niet kon voldoen. Ook gingen sommige vrijen in slavernij om aan armoede en honger te ontkomen. En dan kon men door geweld tot slaaf worden gemaakt. Maar voor niemand gold dat hij of zij slaaf van nature was.

Ook konden degenen die als slaaf waren geboren een vrij mens worden. Er waren daarin in principe geen restricties. De overheersende opvatting was dat niemand van 'nature' slaaf was, en die opvatting lag ook ten grondslag aan de mogelijkheid vrij te worden.

De uitdrukking 'tot slaaf gemaakte', die men helaas ook af en toe in het Journaal hoort, is pedant, onjuist en overbodig.

Willem van Till, Appingedam

Hond en geluk

Anders dan de wetenschap meent, stijgt mijn gelukshormoongehalte en daalt mijn bloeddruk zodra de kantoorhond uit het zicht is.

Jaap van Velzen, Vlissingen

Ziek

Genezing van zowel melaatsen als rokers is moeilijk, zoals wij weten

Wim Braakman

In vroeger tijden werden mensen die melaats waren apart gezet. Ze moesten gescheiden van gezonde mensen leven, en als ze door de stad liepen hadden ze verplicht een bel bij zich om hun komst aan te kondigen. Als iemand dat een menselijke en rechtvaardige behandeling van zieke mensen vindt, mag hij het zeggen.

Tegenwoordig hebben we onze eigen zieken: rokers. De stichting Clean Air Nederland wil bij de rechter afdwingen dat ze apart worden gezet en dat gezonde mensen niet meer met ze in aanraking kunnen komen. Ook een dak boven het hoofd zou hen niet meer moeten worden toegestaan (Ten eerste, 9 april). Genezing van zowel melaatsen als rokers is moeilijk, zoals wij weten. In de christelijke mythologie had je nog Jezus. Hij genas melaatsen. Maar dat werd dan ook als een regelrecht wonder beschouwd.

Wim Braakman, Groningen (geen roker)

Burn-out of moe?

Ook veel hoogopgeleiden zijn niet gelukkig met de geschetste ontwikkelingen

Wim de Leur

Hoeveel procent van de Nederlandse bevolking is lang? Is dat 10, 14, 26 of 63 procent? Uw wedervraag zal luiden: dat ligt er maar aan wat je onder 'lang' verstaat. En zo is het ook met een burn-out. Onlangs meldde de Hogeschool Windesheim dat 25 procent van haar studenten een burn-out heeft (Ten eerste, 9 april). Vorig jaar kwam de Landelijke Studentenvakbond (LSVB) zelfs uit op 74 procent. Maar wat zeggen deze cijfers? Weinig, want het ligt er maar aan waar je de lat legt. Zonder informatie over die lat zijn zulke cijfers niet te interpreten.

Windesheim gebruikte eenzelfde methode als het CBS om burn-outs te meten. In 2017 schatte het CBS dat 14,7 procent van de werkende Nederlanders een burn-out heeft; bijna 10 procent minder dan bij Windesheim dus. Maar het CBS gebruikt wel een tamelijk ruim criterium, want zou er ­gekeken zijn naar mensen met vergelijkbare klachten die voor een burn-out in behandeling zijn, dan zou het gaan om ongeveer 7 procent van de werkende Nederlanders.

Belangrijk detail: er wordt helemaal geen 'burn-out' gemeten, maar vermoeidheidsklachten. 'Een kwart van de studenten heeft een burn-out' moet dus begrepen worden als 'een kwart van de studenten geeft aan zich 'af en toe' (eens per maand) moe te voelen'. Dat klinkt weliswaar minder spectaculair, maar is wel meer in overeenstemming met de feiten.

prof. dr. Wilmar Schaufeli en prof. dr. Maria Peeters, beiden hoogleraar arbeids- en ­organisatiepsychologie aan de ­Universiteit Utrecht

Middenklasse als dekmantel

Als Wimar Bolhuis schrijft dat de PvdA en de SP een blinde vlek hebben voor de zorgen van de middenklasse over onze manier van samenleven, ben ik dat graag met hem eens (O&D, 8 april). Ik krijg echter steeds meer de indruk dat in veel analyses van hoogopgeleide Nederlanders die middenklasse als dekmantel wordt gebruikt om uiting te geven aan wat eigenlijk ook hun eigen zorgen zijn.

Die angstige verkramptheid om toe te geven dat het niet alleen de middenklasse is die zich zorgen maakt, maar dat ook veel hoogopgeleiden niet gelukkig zijn met de geschetste ontwikkelingen, brengt de oplossing van de problemen niet dichterbij.Het wordt tijd dat iedereen, hoog-, midden- en laagopgeleid, de moed heeft om open te zeggen hoe men over bepaalde sociale ontwikkelingen denkt.

Wim de Leur, Papendrecht