Leiders van het Nusra-front in Syrië roepen alle jihadisten op zicht te verenigingen.
Leiders van het Nusra-front in Syrië roepen alle jihadisten op zicht te verenigingen. © EPA

Motieven jihadisten worden gevoed door islamideologen

Geachte redactie

De ingezonden brieven van donderdag 6 juli.

Brief van de dag: Jihadisten strijden in naam van de islam

In 'Zij zijn de jihadgangers' worden als motieven voor vertrek naar het IS-kalifaat genoemd: onvrede met het bestaan in Nederland en de aantrekkingskracht van het oorlogsgebied. Alsof de motieven louter sociaal-psychologisch zouden zijn.

Daarmee wordt voorbijgegaan aan de invloed van vermaarde islamideologen, zoals bijvoorbeeld Abdullah Azzam, bijnaam de Godfather van de Jihad, een Palestijnse hoogleraar die een boek publiceerde met de titel: Defending the land of muslims is each man's most important duty. Zich baserend op fatwa's van onder anderen de mufti van Saoedi-Arabië (Sheikh Abdul Aziz bin Baaz) verkondigde hij dat het de plicht is van iedere moslim moreel en financieel in de jihad te participeren. De Franse islamkenner Gilles Kepel beschrijft dit in zijn uitstekend en betrouwbaar gedocumenteerde boek Jihad The Trail of Political Islam.

Het lijkt me zeer wenselijk om dit gezichtspunt in de verklaringen voor motieven van jihadgangers te betrekken. Het biedt tevens een belangrijk aandachtspunt voor de bestrijding ervan.

Louis van Kessel, Wageningen

Vreemde geluiden

Zaterdag 1 juli las ik in het Volkskrant Magazine de nieuwe vraag van de rubriek 'Wat zou u doen?' Een mevrouw vroeg zich af of ze wat mocht zeggen van een gehandicapte jongen die in de eetzaal van een hotel geluiden maakte. Woensdag 5 juli las ik de reactie van Willem Vissers in zijn column over Samuel en die was me uit het hart gegrepen. Hoe herkenbaar zijn de gevoelens die hij beschrijft.

Ook wij hebben een gehandicapte dochter. We gaan met haar weleens iets eten in een restaurant of drinken op een terrasje. Zij maakt geen 'vreemde, eentonige geluiden', maar als ze gespannen is kan ze hard in haar handen gaan klappen of op hoge toon steeds hetzelfde zinnetje herhalen. Dan voel je je als ouder ongemakkelijk. Maar, zoals Willem schrijft: 'Wij wonen niet in een reservaat voor ouders met een gehandicapt kind.' Ook deze mensen maken deel uit van onze samenleving en hebben recht op een volwaardig plekje in die samenleving. Ze bestaan.

Ik begrijp dat er mensen zijn die daar liever niet mee geconfronteerd worden, maar het is de lastige waarheid. Ik zou Willem en zijn vrouw willen adviseren vooral een keer met Samuel naar de bioscoop te gaan!

Marjoleine Steensma, Leiden

Ook deze mensen maken deel uit van en hebben recht op een volwaardig plekje in de samenleving

Marjoleine Steensma

Zesje

Tijdens het avondeten hoorde ik mijn zonen van 15 en 17 discussiëren over hun cijfers op school. Ik vroeg de jongste of hij nou zijn cijfer voor Nederlands al had geverifieerd bij zijn lerares, waarop hij een hele verhandeling ging houden over de stand van zaken omtrent zijn cijferlijst. 'Ha!', zei mijn man daarop, 'ik zal jullie eens een leuk stukje voorlezen!' Wat volgde was de column van Sylvia Witteman uit de Volkskrant van 4 juli. Het was een vrijwel exacte weergave van het gesprek dat wij daarvoor gevoerd hadden.

Toen mijn man geëindigd was met 'bonne chance!' zei de jongste: 'Maar bij mij is het echt zo... En Frans heb ik niet.'

Dieuwke Cuenen, Muiden

Jong in de horeca

Op de site van de Volkskrant stond woensdag dat werknemers in de horeca minder vaak ziek zijn. In het artikel wordt genoemd dat de oorzaak 'de jongere werknemers in de horeca' is.

Werken in de horeca gebeurt eigenlijk altijd op basis van een nulurencontract. Wie ziek is, krijgt niet doorbetaald. Afmelden moet bovendien voor een bepaald tijdstip. Word je na 12 uur ziek of krijg je dan last van je rug, dan moet je gewoon doorwerken. Niet alleen omdat je anders geen geld krijgt, maar omdat je dan te laat bent met ziekmelden. Dit gegeven is de oorzaak van minder ziekteverzuim in de horeca.

Swen Perdok (20), Veendam

Don't let me laugh

Een tijd terug moest ik twee gastcolleges geven aan een academisch medisch centrum hier in den lande. Die cursus moest van de hoge dames en heren in het universitaire dorp in het Engels worden gegeven. De eerste keer deed ik dat braaf.

De tweede keer zei ik dat ik het belachelijk vond dat een docent met Nederlands als moedertaal voor een groep geneeskundestudenten die eveneens allemaal Nederlands als moedertaal hadden, in een andere dan die taal moest doceren en dat ik weigerde dat nog een keer te doen. De zucht van verlichting zwol al snel aan tot hartstochtelijk gejuich.

Leo van Bergen, medisch-historicus, Nijmegen

Het is veel beter voor de integratie om asielzoekers de mogelijkheid te bieden vrijwilligerswerk te doen

Marc Bonsel

Goed bezig

Het betoog van wethouder Rabin Baldewsingh is me uit het hart gegrepen. Inburgeren is meer dan een verplichte taalcursus volgen. De asielzoekers die zich in Nederland vestigen zijn een diverse groep (van hoogopgeleide Syriërs tot laagopgeleiden uit Afrikaanse landen).

Maar ze worden allen geacht binnen circa drie jaar hun inburgeringsexamen te halen. In de praktijk haalt eenderde dat. Dan kunnen boetes worden opgelegd, of moet een lening (max. 10.000 euro) worden terugbetaald. Dat leidt niet tot integratie.

Veel beter is het om asielzoekers de mogelijkheid te bieden vrijwilligerswerk te doen. Goed voor de eigenwaarde, goed voor de maatschappij en het leidt tot een snellere integratie/participatie. Zelf ben ik vrijwilliger/taalcoach en zie dat het werkt. Hulde daarom voor wethouder Rabin Baldewsingh en zijn plannen.

Marc Bonsel, Haarlem