Misbruik het verleden niet voor morele chantage

Laten we niet doen alsof we ons schamen voor in vergetelheid geraakte zeehelden

De historicus moet laten zien 'hoe het geweest is', stelt Sander van Walsum. Ongeacht of iemand zich daardoor gekwetst voelt.

Ooit woonde ik in een van de vele zeeheldenbuurten in Nederland. Aan de Van Galenlaan. Even verderop had je de Witte de Withstraat. Van de conduitestaat van de naamgevers had ik geen benul.

Gekwetst door de naam Witte de With? Ik geloof er niets van

En na een studie geschiedenis heb ik dat nog steeds niet. Cornelis Evertsen, Jan van Galen, Witte de With: het zijn namen waarin persoonlijke herinneringen aan een jeugd resoneren. Dan denk ik aan zeepkistraces op een licht glooiend wegdek. Aan de weg naar school. Aan vriendjes die elders in de zeeheldenbuurt woonden. Maar niet aan de naamgevers zelf. En al helemaal niet aan de daden waarmee ze in andere tijden dan de onze de heldenstatus hebben verworven.

Ik laat maar in het midden of deze onbevangenheid een uiting is van white privilege. Een luxe die alleen mensen zonder slavernijverleden zich in hun onnozelheid kunnen veroorloven. Maar zelfs als ik mijn uiterste best doe om mij in de positie van minder geprivilegieerden te verplaatsen, kan ik mij niet voorstellen dat er mensen zijn die zich werkelijk gekwetst voelen over het feit dat een Rotterdams kunstcentrum zich tooit met de naam van een verbleekte zeeheld. Je kunt je afvragen of het niet leuker is, of passender, om een kunstcentrum te vernoemen naar een kunstenaar of naar iemand met een grotere naamsbekendheid. Maar gekwetst door de naam Witte de With? Ik geloof er simpelweg niets van.

De nationale geschiedenis voor meer mensen een bron van gêne dan van trots

Al was het maar omdat de gekwetsten zich pas nu melden. Hebben ze hun gekwetstheid de voorgaande jaren verbeten? Of zijn ze zich pas gekwetst gaan voelen op voorspraak van Gloria Wekker en Sylvana Simons?

Hoe het ook zij: wie zich onder verwijzing naar het Nederlands verleden gekwetst zegt te voelen, vindt gehoor. Want anders dan vaak wordt gesuggereerd, vormt de nationale geschiedenis voor meer mensen een bron van gêne dan van trots. Of het nu - van achteren naar voren - gaat om de dekolonisatie van Indonesië, de Tweede Wereldoorlog, de 'ethische politiek' van het Indisch gouvernement, het Cultuurstelsel, de Gouden Eeuw - die steeds vaker tussen aanhalingstekens wordt geplaatst: de teneur van de historiografie is zelfkritisch. Dat is geen modegril van de laatste jaren, dat is al decennia het geval.

Van Heutsz wordt al sinds mensenheugenis niet meer bejubeld. Geen mens zou nog ongeclausuleerd willen betogen dat in Indië 'iets groots' werd verricht. En op zijn laatst sinds de verschijning (in 1965) van Ondergang, Jacques Pressers kroniek van de Jodenvervolging in Nederland, weten we dat de Holocaust hier onthutsend geordend verliep. De geschiedschrijving 'in grijstinten' is dermate gemeengoed geworden, dat het heldenverhaal van Jolande Withuis over verzetsman Pim Boellaard (2008) als enigszins tegendraads werd aangemerkt. Nederlandse helden? We durfden bijna niet meer aan te nemen dat die er ook nog waren.

De geconditioneerdheid brengt veel begrip met zich mee voor de gekwetsten

Wie de geschiedenis reduceert tot het verhaal over slachtoffers en daders, schaart Nederland al snel bij de daders - of op zijn minst bij de medeplichtigen.

Deze geconditioneerdheid brengt veel begrip met zich mee voor de gekwetsten - de zelfbenoemde slachtoffers van de Nederlandse geschiedenis. Twijfel is ongepast, want zíj zijn de slachtoffers en wíj de daders. Dan past slechts een berouwvolle houding. Het geeft geen pas erop te wijzen dat Nederlandse slavenhandelaars werden bevoorraad door Arabieren en zelfs door Afrikanen. Dat de Nederlandse welvaart toch echt zijn origine vond in de handel met de landen rondom de Oostzee - de zogenoemde moedernegotie - en niet in de wingewesten. En dat slavernij en kolonialisme in de landen van de daders voortdurend ter discussie werden gesteld. Zulke kanttekeningen worden steevast gehekeld als pogingen een duister verleden te vergoelijken of te verheimelijken.

Daarmee wordt de geschiedenis beroofd van het voornaamste kenmerk dat de grote historicus Leopold von Ranke eraan heeft toegedicht: laten zien hoe het is geweest. Niet om haar te veroordelen of om haar te verheerlijken maar om haar voor zichzelf te laten spreken.

Zo'n boetedoening is even huichelachtig als de 'zelfkritiek' in Mao's China

Dat betekent dat er straten zijn vernoemd naar iemand als Witte de With. Niet omdat hij nog bekendheid geniet als de zeeheld waarvoor hij ooit werd gehouden, maar omdat hij nu eenmaal in de Nederlandse geschiedenis figureert - of we dat nu leuk vinden of niet. Misschien heeft hij in zijn tijd dingen gedaan die we nu niet zouden kunnen billijken, maar die vaststelling is volkomen gratuit en rechtvaardigt al helemaal geen naamsverandering van een kunstinstelling. Zo'n boetedoening is even huichelachtig als de openbare 'zelfkritiek' in Mao's China.

Geschiedenis moet niet worden misbruikt voor morele chantage. Laten we niet doen alsof we ons diep schamen voor de daden van in vergetelheid geraakte vlootvoogden.

Sander van Walsum is historicus en redacteur van de Volkskrant.