Met gratis geld loont werken
© THINKSTOCK

Met gratis geld loont werken

Met een basisinkomen gaan mensen niet minder, maar juist meer werken. Bovendien bespaar je er miljarden mee op zorg, politie en bureaucratie.

Het basisinkomen: een idee waarvoor de tijd is gekomen. Je merkt het aan de vele gemeenten - Nijmegen, Tilburg, Utrecht, Groningen, Maastricht - die met een variant erop willen experimenteren. Je merkt het aan de uitgewerkte voorstellen van economen als Marcel Canoy en Robin Fransman van hoe we het zouden kunnen financieren. En je merkt het, misschien nog wel belangrijker, aan de tegenstanders die zich eindelijk mobiliseren.

'Talenten blijven onbenut en het basisinkomen staat haaks op het uitgangspunt van een activerende sociale zekerheid', stelt econoom Raymond Gradus bijvoorbeeld (O&D, 19 mei). En inderdaad: voor veel klassieke economen is het moeilijk voorstelbaar dat als je mensen 'gratis geld' verschaft, ze niet per direct stoppen met werken. Velen denken bovendien dat een onvoorwaardelijk basisinkomen 'onbetaalbaar' zal zijn. Het zijn deze twee bezwaren die, al sinds Thomas Paine in 1797 zijn eerste voorstel deed, voortdurend terugkeren. Maar het zijn ook deze bezwaren die steeds eenvoudiger te weerleggen zijn.

'Uitkeringsfraude'

Zo zijn er in de afgelopen decennia talloze experimenten geweest met 'gratis geld', van Canada tot India, Mexico tot Zuid-Afrika en de VS tot Brazilië. Inmiddels bereiken de 'cash transfers' al meer dan 110 miljoen families in minstens 45 landen. Uit onderzoek van onder andere de Wereldbank blijkt dat arme mensen juist méér gaan werken als je ze opheft uit armoede. Het basisinkomen heeft bovendien tal van baten die niet voorkomen in de rekenmachine van Gradus. Zo worden miljarden bespaard op zorg, politie en bureaucratie.

In Nederland zitten veel mensen nu nog vast in de armoedeval: werken loont niet, omdat het gepaard gaat met het verlies van toeslagen. Met een onvoorwaardelijk basisinkomen loont werken altijd. Het bewijsmateriaal uit het buitenland is zo veelbelovend dat het tijd wordt voor een goed opgezet experiment op Nederlandse bodem. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat er niet zoiets bestaat als hét basisinkomen. Er zijn vele varianten denkbaar. Uiteindelijk hebben we het over een denkrichting die, niettemin, volledig haaks staat op de huidige inrichting van de verzorgingsstaat. Of misschien kan ik beter schrijven: controlestaat.

Wat Raymond Gradus een 'activerende' sociale zekerheid noemt, is in veel gemeenten een regelrechte vernederingsindustrie geworden. Bijstandsgerechtigden in Amsterdam worden gedwongen nietjes uit paperassen te halen en takken te rapen in het bos. Een vrijwilligster van het jaar in Nissewaard dreigde te worden gekort op haar uitkering omdat het fulltime runnen van een inloophuis voor kankerpatiënten geen afdoende 'tegenprestatie' was. Het OM in Almelo eiste onlangs nog zes maanden gevangenisstraf tegen een man die gratis vrijwilligerswerk deed in zijn kerk. 'Uitkeringsfraude' noemen we dat tegenwoordig.

Betuttelt en dresseert

De huidige verzorgingsstaat is ingericht op de 20ste-eeuwse arbeidsmarkt

Van menige cursus die het UWV aanbiedt, is wetenschappelijk aangetoond dat die de werkloosheid juist verlengt. Met 650 duizend werklozen en 125 duizend vacatures blijven hoogleraren als Gradus en ministers als Lodewijk Asscher toch geloven dat als je die 650 duizend werklozen maar genoeg betuttelt en dresseert, er vanzelf wel nieuwe banen zullen ontstaan. De realiteit is anders.

Uit een meta-analyse van 93 Europese programma's van activerend arbeidsmarktbeleid bleek een paar jaar geleden nog dat maar liefst de helft geen of zelfs een negatief effect had. Een van de grootste experts op dit gebied, professor Jan van Ours, spreekt van 'het blind offeren van miljarden euro's op het altaar van het actieve arbeidsmarktbeleid'.

Het is, kortom, tijd voor iets nieuws. De huidige verzorgingsstaat is ingericht op de 20ste-eeuwse arbeidsmarkt. Dat was een wereld waarin de man nog kostwinner was en hij met zijn vaste contract een leven lang bij één bedrijf kon blijven. Nu komen we aan in een wereld waarin steeds meer behoefte is aan onbetaald in plaats van betaald werk, waarin robots veel van onze banen overnemen, waarin de ongelijkheid groeit en waarin de arbeidsmarkt steeds slechter functioneert als middel van herverdeling.

Gelukkig is dit ook een wereld waarin bijna iedereen iets wil maken van zijn leven en bijna iedereen iets wil bijdragen aan de samenleving. Het basisinkomen geeft eenieder daar de middelen toe en zal dan ook een onvoorstelbare hoeveelheid energie losmaken. Dat experiment kan niet vroeg genoeg beginnen.