May, ga de Brexit niet in alsof het D-Day is
© AFP

May, ga de Brexit niet in alsof het D-Day is

Het Verenigd Koninkrijk moet zijn plannen niet geheim houden en geen gewaagde kunstjes flikken, maar vooral realistisch blijven.

De Britse voorbereidingen op de Brexit-onderhandelingen met de EU zijn vanaf het begin beschadigd door drie vergissingen in onderhandelingstechniek. De eerste vergissing van de Britse regering was te denken dat ze een slagveld ging betreden. Volgens deze benadering moeten onderhandelaars hun echte plannen geheim houden en een dominante positie proberen te verwerven om hun vijanden te verslaan. Voeg wat misleiding toe en het lijkt alsof er een D-Day aankomt. Maar Brexit is geen D-Day. In plaats van zijn vijanden te verslaan, probeert het Verenigd Koninkrijk (VK) een wederzijds gunstige relatie te behouden met landen waarvan het zich geografisch en anderszins niet kan verwijderen. Het moet dus zijn plannen niet geheim houden en geen gewaagde kunstjes flikken, zoals May's strijdkreet dat 'geen deal beter is dan een slechte deal'.

In plaats daarvan moet het VK zich richten op het gezamenlijk problemen oplossen. Eerlijkheid, openheid en transparantie zijn cruciaal om beide zijden in staat te stellen de resultaten accuraat in te schatten - en andere partijen in staat te stellen innovatieve oplossingen aan te dragen.

De tweede vergissing is je exclusief te richten op je eigen belangen. Effectieve onderhandelingen vragen een fundamenteel begrip van de belangen, beperkingen en prioriteiten van de andere kant. Zo heeft zowel het VK als de EU capaciteitsbeperkingen. Groot-Brittannië heeft snel een team bijeen gebracht voor de onderhandelingen. De EU daarentegen heeft al zo'n tien vrijhandelsakkoorden onderhandeld. Europese regeringen moeten nog altijd vijf eerder onderhandelde akkoorden met Canada, Singapore, Vietnam, West-Afrika en Oost-Afrika implementeren.

Groot-Brittannië wil voordringen vanwege het belang en de omvang van zijn economische relatie met de EU

Groot-Brittannië wil voordringen vanwege het belang en de omvang van zijn economische relatie met de EU. Maar als het dat doet, kan het tegenwind verwachten van andere landen uit de rij. Tijdens de Brexit-onderhandelingen moet de EU zich bewust zijn van de signalen die ze stuurt aan haar andere onderhandelingspartners. Als het VK een wederzijds gunstig akkoord wil sluiten, moeten deze en andere beperkingen van de EU in zijn strategie verwerkt worden.

De derde vergissing is het scheppen van onrealistische verwachtingen. De Brexit-onderhandelingen zullen ongetwijfeld lang duren en moeilijk zijn. Het sturen van de verwachtingen inzake timing kan heel belangrijk worden. Het VK hoopt een vrij- handelsakkoord met de EU te sluiten binnen een periode van twee jaar. Maar vergelijkbare onderhandelingen met andere grote EU-partners als Japan en Canada duurden 9-10 jaar.

Neem het vrijhandelsverdrag met Canada. Dat proces begon in 2004 met een raamwerk voor onderhandelingen. Negen jaar later, in 2013, was er een principeakkoord. De echte deal werd pas afgelopen september gesloten. In februari gaf het Europees Parlement groen licht. En nu nog moeten sommige nationale parlementen delen van het akkoord ratificeren.

Dat is een hint dat het VK binnen die twee jaar op zijn best een raamwerkakkoord kan bereiken. Een definitief akkoord zal waarschijnlijk veel langer duren, ook omdat onderdelen ervan door individuele lidstaten geratificeerd zullen moeten worden. De Britse regering moet hierover open kaart spelen met het publiek.

Tekst gaat verder na de foto.

Intussen moet het VK inzetten op het veiligstellen van een interim-akkoord met de EU. Zo'n 40 procent van de Britse export gaat naar de EU en Britse fabrieken zijn erg afhankelijk van goederen die snel over Europese grenzen gaan, of het nu om Iers vee gaat of Duitse krukassen. Het VK kan het zich dus niet veroorloven de frictieloze grenzen te verliezen, zelfs niet tijdelijk, terwijl het wacht op een finale deal. En het kan zich al helemaal niet veroorloven die frictieloze grenzen voor langere tijd kwijt te raken, wat kan gebeuren als er binnen de toegestane twee jaar geen akkoord komt. May's 'geen deal is beter dan een slechte deal' ondermijnt niet alleen het onderhandelingsproces, het is simpelweg niet waar.

Geen akkoord betekent terugkeren naar de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dat betekent een tarief van 14,4 procent voor de landbouwsector en 40 procent voor melkexporten. Wat de diensten betreft (verreweg de grootste sector van de Britse economie) zijn de WTO-regels compleet achterhaald. Geen wonder dat op zes na alle 164 leden van de WTO een eigen handelsovereenkomst met de EU hebben of er aan werken.

May riep verkiezingen uit om een sterker mandaat te krijgen. Dat kreeg ze niet. Nu, meer dan ooit, moet ze overstappen op een op samenwerking gerichte, realistische onderhandelingsstrategie.

Ngaire Woods is oprichter van het Global Economic Governance Program aan Oxford University.