Michiel de Ruyter, staat te wankelen
Michiel de Ruyter, staat te wankelen © ANP

Martin Sommer: In het debat over slavernij is overdrijving keukenmeester

In het debat over slavernij is overdrijving keukenmeester.

Op de radio hoorde ik dat het weghalen van standbeelden in verband met het slavernijverleden nu ook in Engeland op het menu staat. Het kon niet uitblijven, wat in Amerika gebeurt, is immers Leitkultur. Hier te lande staan Peter Stuyvesant en Michiel de Ruyter te wankelen. Voordat ze van hun sokkel worden getrokken: zullen we ons eerst afvragen wat de rol van Nederland is geweest in de slavernijgeschiedenis, en of die rol vergelijkbaar was met die van Amerika?

Dat treft. We hebben een eminente historicus die zich al sinds 1974 in de vaderlandse bemoeienissen met de slavernij verdiept. Hij heet P.C. Emmer en ik ben niet de eerste die de grap maakt dat hij niet erg p.c. is. Dat is ook lastig als je dit onderwerp serieus neemt. Aan de telefoon vertelt Piet Emmer dat het Rijksmuseum van plan is een grote tentoonstelling te houden over Nederland en de slavernij. De nieuwe directeur, Taco Dibbits, zei daarover in de Volkskrant dat 'slavernij ons in de vezels zit'. Helemaal niet waar, aldus Piet Emmer. Hooguit 1 procent van de Nederlanders heeft ooit te maken gehad met de slavernij.

Dat is wat je noemt een nuttige nuance. In het jaar 2000 publiceerde Emmer zijn overzichtswerk De Nederlandse slavenhandel 1500-1850. Ook hier is zijn oordeel genuanceerd. Ja, de slavenhandel is een smet op het nationale verleden. Net als de Jodenvervolging en de dekolonisatie dat zijn. Hij bepleitte een monument. Dat is er inmiddels. Zelfs bespreekt hij de mogelijkheid van herstelbetalingen. Oordeel: onuitvoerbaar.

Tekst gaat verder onder foto.

Dit gezegd zijnde, komen de ongemakkelijke vaststellingen. Is het goud van de Gouden Eeuw te danken aan de slavernij (activisten hebben het over de 'bloedeeuw')? Geen sprake van, de slavenhandel was een marginale sector en reders die zich ermee inlieten, leden vooral verlies. Was de behandeling van de slaven onmenselijk? Naar onze maatstaven zeker, maar het lot van de fabrieksarbeiders in de 19de eeuw was beslist niet beter en uit die hoek horen we niemand over herstelbetalingen. Werden ze als beesten in schepen gepropt om vervolgens als vliegen te sterven? Ja, maar ook reguliere migranten zaten hutje bij mutje en het sterftecijfer onder de bemanning loog er evenmin om. Op grond van de wetenschappelijke consensus houdt Emmer het aantal slaven dat in vier eeuwen van Afrika naar Amerika is vervoerd op elf tot twaalf miljoen. Schattingen die tussen de veertig en de zestig miljoen belopen, blijven evenwel hardnekkig.

Kortom, overdrijving is keukenmeester in dit debat. Emmer voert dat terug op de Britse abolitionisten, die in de 18de en begin 19de eeuw met petities en in het Lagerhuis alles in de strijd gooiden om de slavernij af te schaffen. De slavernij werd inderdaad afgeschaft, de horrorverhalen bleven zweven. Tot ze weer werden opgepikt, eerst door de zwarte burgerrechtenbeweging in de VS. En recenter door activisten die zochten naar verklaringen waarom het zwarte volksdeel in Amerika structureel achterbleef. Afgezien van aantoonbare discriminatie moest dat wel door de onuitwisbare effecten van de slavernij komen.

Hooguit 1 procent van de Nederlanders is in aanraking gekomen met slavernij

Activisme is één ding, kwalijker wordt het als de wetenschap zich daarvoor leent. In het nawoord van de herdruk in 2003 schrijft Emmer hoe een vooraanstaand Nederlands-Amerikaanse geleerde, J. Postma, zich met databases en al jarenlang bezighield met het tellen en inventariseren van het aantal verscheepte slaven. Hij schreef er een degelijke studie over. Tot bleek dat Postma had gemeend dat het totaal aan de lage kant was, en hij aanvankelijk tweehonderd koopvaardijschepen bij de slavenschepen had opgeteld. Vergelijkbaar is prof. dr. A. van Stipriaan, dezer dagen in de krant geraadpleegd in verband met het eventueel afbreken van standbeelden. Hij vond dat het aantal van elf miljoen slaven dat Emmer had genoemd 'boterzacht' was, en verdubbelde dat getal op grond van het aantal verondersteld zwangere vrouwen.

Wat maakt het uit, zult u zeggen. De verwerpelijkheid van slavernij en slavenhandel wordt er niet minder om. Dat is waar, maar het is kwalijk als wetenschap en activisme door elkaar lopen, en als het onbewust is, is het nog erger. De stelselmatige overdrijving één kant op laat vooral zien dat het slavernijdebat gaat over nu en niet over toen. Dat bleek ook toen het geschiedenislerarenblad Kleio de abonnees afried om het boek van Emmer te lezen, omdat het niet bijdroeg aan de erkenning van het slavernijverleden. Sinds wanneer moet geschiedschrijving erkenning bevorderen, vroeg Emmer zich geprikkeld af.

Tekst gaat verder onder foto.

Maar ook Piet Emmer had het mis. Hij veronderstelde in zijn nawoord van 2003 dat de emoties gaandeweg wel zouden wegebben. Een feitelijker beoordeling van de geschiedenis zou de overhand krijgen. Zoals we nu weten is het omgekeerde gebeurd. Geschiedenis is steeds meer inquisitiegeschiedenis geworden, met schuldigverklaringen, eisen van genoegdoening en excuses. De gevolgen tekenen zich af. Beschuldigingen van zaken waarop je zelf geen invloed hebt gehad, leiden tot chagrijnigheid, sfeerverpesting en verdere verdeeldheid, in een land waar het nationale humeur toch al niet overhoudt.

Dat laatste is nu juist wél een verantwoordelijkheid van instellingen die ruimte bieden aan het permanente verwijt - universiteiten, kranten of musea. Ook om die reden ben ik nu al reuzenieuwsgierig naar de grote slavernijtentoonstelling, straks in het Rijksmuseum van Taco Dibbits.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.