Protest in Barcelona
Protest in Barcelona © AFP

Martin Sommer: 'Catalonië laat zien hoe het referendum tegenstellingen opklopt'

Vrij zicht

Een week nadat het referendum in het regeerakkoord dood was verklaard, trachtte Johan Remkes het woensdag weer wakker te kussen. Remkes zit de staatscommissie voor die de mankementen van onze democratie moet onderzoeken. Die zijn er, de black box van deze kabinetsformatie is een mooi voorbeeld. Je stemt vol overtuiging voor voltooid leven en D66, en een half jaar later staat er een kabinet op het bordes met waardig ouder worden op zijn ChristenUnies. Remkes zei voorzichtig dat er nog kansen zijn voor het referendum. Laat ik nou juist net als het nieuwe kabinet van mijn referendumgeloof zijn gevallen, en dat komt niet doordat onze vertegenwoordigende democratie ineens zoveel meer hoeraatjes verdient.

Mijn argument heet Catalonië, en de volksraadpleging over onafhankelijkheid daar. Kortweg: met een zeer dunne meerderheid wordt een verstrekkend besluit genomen, met onoverzienbare gevolgen. Het referendum klopt tegenstellingen op, terwijl democratie weliswaar strijd hoort te zijn, maar daarna ook weer vrede sluiten. Als het gevolg van de volksstemming is dat je moet vrezen voor burgeroorlog, gaat er iets mis.

Vorig jaar zat ik op de fiets in Catalonië. Overal hingen van die horizontaal gestreepte geelrode vlaggen over het balkon. Een opgewonden, zweterige hotelier sprak van onderdrukking en historische rechten op onafhankelijkheid. Spanje was zo onverdraaglijk dat hij zijn boodschappen deed over de Franse grens. Maar het land blaakte, Barcelona glom van eigendunk en onderwijl hingen overal die onafhankelijkheid schreeuwende vlaggen. Waar was de onderdrukking? Deze week stond er een foto in de krant van een massa-demonstratie. Betogers hielden borden boven hun hoofd waarop 'freedom' en 'help ons' was gedrukt. Pathetisch.

Over onderdrukking gesproken: Volkskrant-correspondent Maartje Bakker schreef dat de helft van de inwoners van Catalonië - óók Catalanen - Spaanstalig is. Op scholen wordt enkel Catalaans gesproken en er moest een rechter aan te pas komen om onderwijs in het Spaans te krijgen. Dit is geen vrijheidsstrijd maar tribalisme, de overtreffende trap van nationalisme. Maar nationalisme is nu eenmaal slecht en regionalisme is authentiek en historisch en goed.

Om die reden ontmoeten de Catalanen ook buiten Catalonië veel te veel sympathie, om te beginnen van links. Catalonië heeft een romantische roep als antifascistisch en anarchistisch bolwerk. Verder leeft het hardnekkige idee dat iedereen die maar heel hard roept dat hij wordt onderdrukt, inderdaad wel onderdrukt zal wezen. Als de politie er dan op slaat, hoeven er geen vragen meer te worden gesteld.

Verrassend genoeg passen de opgewonden Catalanen in het straatje van zowel de voor- als de tegenstanders van de Europese Unie. NRC-columnist Caroline de Gruyter, geharnast pleitbezorger van de ever closer union, sloot haar boek Het vervloekte paradijs (2016) af met een lofzang op de regio's. Anders dan de verfoeide nationale staten zijn regio's naar haar idee van onderop organisch gegroeid. 'Kijk naar Tirol, Baskenland, Schotland, Catalonië: regionalisme functioneert prima.' Ik weet niet of ze dat een jaar later nog steeds vindt. Haar eigenlijke doel is niet de bloei van de regio, maar het gedroomde Europese paradijs, en daarbij zitten de lidstaten in de weg.

Onze eigen columnist annex doorgewinterd EU-scepticus Derk Jan Eppink is De Gruyters ideologische spiegelbeeld. Maar ook hij eet het liefst Catalaanse pap uit een Catalaanse nap. Eppink is het evenmin om de Catalanen te doen, want hij gebruikt het referendum om te bewijzen hoe drukkend het Brusselse centralisme is dat de vrije ontplooiing van alle Europese volkeren tegenhoudt. Was het niet eurocommissaris Timmermans die de zegen gaf aan de Spaanse premier Rajoy om met 'proportioneel geweld' op Catalaanse hoofden te timmeren?

Dit liefdesduo inzake Catalonië valt alleen te begrijpen aan de hand van de dubbelzinnige rol die Brussel zelf speelt. De Europese Unie is wat de Fransen noemen een pyromaan-brandweerman. In de haast op weg naar het grenzenloze Europa heeft de EU ruim baan gegeven aan antinationale sentimenten. In het Comité voor de Regio's zitten de Bretonnen, de Basken en de Vlamingen te broeien. Sinds lang hebben ze in hun strijd tegen de gehate nationale staat hun hoop gevestigd op Brussel.

Ze zijn teleurgesteld nu Timmermans, schoorvoetend, inderdaad heeft gezegd dat de Catalanen moeten buigen voor de Spaanse Grondwet. Niet met een bevlogen speech over Europese waarden, maar voorgelezen van een papiertje. Ineens moest Brussel hom of kuit geven, en nu blijkt dat de Europese Unie een statenbond is. De lidstaten gaan voor. Een regionale afscheuring na de Brexit zou meer dan een bedreiging van de EU zijn. Het zou een crisis zijn in het hele Europese statensysteem.

Dit is wat regionale identiteitspolitiek, links dan wel rechts, aanricht. Wie er niet bij hoort, mag niet meedoen. Die ogenschijnlijk onschuldige regio's zijn juist erger dan natiestaten. Die laatste hebben buitengrenzen, maar dankzij die grenzen kan elke burger aanspraak maken op WW of staatspensioen. Regio's zijn veel eenkenniger dan naties. Precies dat bewijst het Catalaanse referendum, opkomst 43 procent, inzet onafhankelijkheid. Voorlopig maar naar het schuurtje met die kroonjuwelen.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant