Lang leve kernenergie: de oplossing voor een schone wereld

Volgens Marcel Crok moeten politieke partijen het taboe op kernenergie doorbreken

Het volgende kabinet moet de uitstoot van broeikasgas flink terugdringen. Dat lukt niet zonder kernenergie, en dat hoeft ook niet. De bezwaren daartegen zijn sterk overtrokken.

Weinig rampen spreken zo tot de verbeelding als de kernramp in Tsjernobyl, woensdag 31 jaar geleden. De explosie in de Russische kerncentrale hield Europa wekenlang in de greep. Geen mens had er tot dan toe rekening mee gehouden dat een radioactieve deken zo'n groot gebied zou kunnen bestrijken.

Uit een reconstructie van het programma Andere Tijden bleek dat Nederland volstrekt onvoorbereid was op de ramp. De gevolgen voor Nederland vielen destijds mee, hoewel de koeien tijdelijk op stal moesten en spinazie uit de handel werd genomen. Toch werd Tsjernobyl vrijwel onmiddellijk een keerpunt in de Nederlandse omgang met kernenergie. Tot dan toe stond de bevolking ondanks felle protesten tegen kernwapens er niet onwillig tegenover, er waren concrete plannen om naast Dodewaard en Borssele nieuwe centrales te bouwen. Maar die verdwenen in de ijskast.

Ik was destijds 15, mijn ouders behoorden niet tot de grootstedelijke progressieve middenklasse die op het Malieveld demonstreerde tegen kernenenergie. In ons huis in Langedijk geen posters van een lachende zon met de tekst 'Atoomenergie? Nee bedankt.' Ik herinner me een bezoek aan mijn opa, die heel zijn leven een moestuin had. Hij vond de adviezen van de overheid maar overdreven en hij at zijn eigen spinazie gewoon op.

Het is een veilige voorspelling dat in de onderhandelingen voor een nieuw kabinet het woord kernenergie niet eens zal vallen

Misschien heeft deze achtergrond mij geholpen het hoofd koel te houden in het verhitte debat over kernenergie. Daarnaast ben ik een bèta-denker; ik laat me liever leiden door feiten en cijfers dan door angst en beeldvorming. Dus toen mij werd gevraagd een hoofdstuk over kernenergie te schrijven in het volgende week te verschijnen boek Ecomodernisme dook ik onbevreesd in de materie.

Ik kwam erachter dat deze vorm van energiewinning misschien begrijpelijk, maar volstrekt ten onrechte een slechte reputatie heeft gekregen. Kenenergie is eng, levensgevaarlijk, mensmuterend. Dat gevoel leeft niet alleen onder de bevolking, maar ook onder politici. Het is een veilige voorspelling dat in de onderhandelingen voor een nieuw kabinet het woord kernenergie niet eens zal vallen.

Het is vanuit bèta-perspectief verleidelijk die angst irrationeel en dus typisch iets voor 'onwetende' alfa's en gamma's te noemen, waar de politiek immers vol mee zit. Maar ook dat blijkt te simpel. Een jaar na die andere grote kernramp, Fukushima (2011), interviewde ik de Amerikaanse milieutoxicoloog Edward Calabrese. Hij heeft de herkomst van onze stralingsangst tot op de bodem uitgezocht en concludeert dat de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Hermann Muller in 1946 in zijn Nobelrede tegen beter weten in loog dat er geen veilige dosis is voor radioactieve straling. Die aanname, dat zelfs de kleinste hoeveelheid straling schadelijk voor je is, is tot op heden het paradigma in de toxicologie.

Onterecht, vindt Calabrese, die stelt dat een ander model, hormese genaamd, beter werkt. Hormese veronderstelt dat kleine beetjes gif en straling juist goed voor een mens zijn, vermoedelijk omdat het immuunsysteem geactiveerd wordt. Pas bij hogere doses gaat de schade domineren. Wat ik me toen nog niet realiseerde, maar inmiddels des te meer, is dat bij de kernramp in Fukushima geen stralingsdoden vielen. Wat zeg je? Ja, inderdaad, nul komma nul. Het is op zijn minst curieus dat de ramp in Japan, waarbij zeker 16 duizend doden vielen door een tsunami, in het westen bekendstaat als de kernramp van Fukushima, en niet als de zeebeving bij Sendai.

Zelfs bij zon en wind vallen, bij bouw en onderhoud, meer slachtoffers dan bij kernenergie

Bij de kernramp in Tsjernobyl vielen 64 doden die wel direct aan het ongeluk toe te schrijven zijn. En mogelijk stierven nog 4.000 mensen aan kanker, stelde de WHO. Greenpeace kwam tot veel hogere schattingen (93 duizend) en omdat deze doden nooit direct aanwijsbaar zijn zal de discussie erover nooit helemaal beslecht worden.

Maar die aantallen verbleken bij het aantal doden dat bij andere vormen van energie valt. In steenkolenmijnen komen vermoedelijk nog altijd duizenden mijnwerkers per jaar om. Tel daarbij op de indirecte effecten van luchtverontreiniging op burgers - volgens de WHO enkele miljoenen slachtoffers per jaar. Bij waterkracht vallen doden door damdoorbraken. Maar zelfs bij zon en wind vallen, bij bouw en onderhoud, meer slachtoffers dan bij kernenergie.

Kernenergie behoort derhalve tot de veiligste vormen van energie. En door over te stappen van steenkool op kernenergie kun je levens redden.

Fossiele brandstoffen

Fossiele brandstoffen (steenkool, olie, gas) waren eeuwenlang de onbetwiste motor achter alle vooruitgang, iets wat ecomodernisten als ik koesteren. Wij geloven namelijk in méér, niet in minder. Vooral in meer welvaart voor iedereen en daarvoor is veel en goedkope energie nodig. Kernenergie levert schone, betrouwbare energie met een zeer hoge dichtheid. Die hoge dichtheid is nodig om voldoende land over te houden voor natuur.

We hebben nog fossiele brandstoffen voor decennia, zo niet eeuwen. Maar de winning en het gebruik kosten veel mensenlevens, vooral door luchtvervuiling, en we brengen er grote hoeveelheden CO2 mee in de atmosfeer. In Parijs is eind 2015 afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden. Beleidsmakers stellen dat de energievoorziening in Nederland om die reden in 2050 al vrijwel CO2-vrij moet zijn.

Zonne- en windenergie dragen aan het wereldwijde totaal minder dan 1 procent bij

De oplossing die steevast wordt voorgesteld is om zo snel mogelijk over te stappen op 'duurzame' energiebronnen als zon, wind en biomassa. Zon en wind zijn aaibaar en dus aantrekkelijk. Zon en wind raken nooit op. De stroom wordt lokaal opgewekt, in tegenstelling tot grote kolen-, gas- of kerncentrales, waar, brrr, multinationals achter zitten.

Hoe groen en duurzaam het ook lijkt, met zon en wind gaan we de transitie naar een CO2-arme energievoorziening niet redden. Er is weliswaar een spectaculaire groei aan zonne- en windenergie, maar aan het wereldwijde totaal dragen deze bronnen minder dan 1 procent bij. Duurzame energie kan de groeiende vraag simpelweg niet bijbenen. Zon en wind zijn gratis, zeggen voorstanders. Ze vergeten dat fossiele brandstoffen en uranium ook gratis in de grond zitten. Het gaat erom hoeveel moeite je moet doen om die gratis energie om te zetten in bruikbare energie. En daar scoren zon en wind slecht, omdat de energiedichtheid laag is en er veel materiaal nodig is (denk aan de tonnen staal voor de turbine) om de energie om te zetten.

De doorontwikkeling van kernenergie moet hoog op de agenda. Nederland zou hier zelfs een voortrekkersrol kunnen spelen.

Steeds meer klimaatactivisten, onder wie de bekende Amerikaanse klimaatwetenschapper James Hansen, zien in dat het probleem niet getackeld kan worden zonder kernenergie. In 2015 schreef Hansen met drie collega's een open brief met de titel: Er bestaat geen geloofwaardige route op weg naar de stabilisering van het klimaat zonder een substantiële rol voor kernenergie. Bill Gates werkt met zijn bedrijf TerraPower aan een nieuw type kerncentrale.

In Duitsland, dat met zijn Energiewende, die sterk leunt op zon en wind, als gidsland van Europa wordt gezien, besloot bondskanselier Merkel na Fukushima juist alle kerncentrales te sluiten. Maar als het bewolkt is en windstil leveren zon en wind nagenoeg niets, hoeveel molens en panelen je ook hebt en dus zijn de Duitsers maar weer kolencentrales gaan bouwen om die dips te kunnen opvangen. Zodoende daalt de CO2-uitstoot in Duitsland al jaren niet, terwijl de prijs van stroom door het hoge aandeel zon en wind het hoogst is van Europa.

In overheids- en VN-kringen, daar waar het klimaatbeleid wordt uitgestippeld, vindt de oproep kernenergie weer op de agenda te zetten nog amper gehoor. Op een symposium in Amsterdam getiteld The nuclear elephant - kernenergie als de spreekwoordelijke olifant in de kamer die iedereen over het hoofd ziet - vertelde Anouk ter Brugge hoe haar stand, die aandacht vroeg voor kernenergie, op de klimaatconferentie in Parijs gemolesteerd werd door andere deelnemers.

Kerncentrales in de lift

Ondanks alle weerzin zit kernenergie weer enigszins in de lift. Toch denk ik niet dat ze binnen 25 jaar fossiele brandstoffen zelfs maar tot 50 procent terug zal dringen. Daarvoor zou het aantal kerncentrales moeten groeien van 450 vandaag tot ongeveer 8.000 grote centrales in 2040. In Nederland zouden binnen 25 jaar maar liefst veertien kerncentrales moeten worden gebouwd. Dat gaat niet gebeuren. Duitsland, Denemarken en Nederland geven liever enorme bedragen uit (naar schatting 100 miljard euro aan het Energieakkoord) om energie te winnen uit zon, wind en biomassa.

Ook voorstanders van kernenergie beseffen dat aan de huidige generatie kerncentrales nadelen kleven. Vooral het gebruik van splijtstofstaven in water onder hoge druk brengt risico's met zich mee en de verwerking van hoogradioactief afval blijft een belangrijk issue. Onderzoekers werken daarom aan een nieuwe generatie kernreactoren (de vierde generatie) die op het gebied van veiligheid, afvalproductie en kostprijs beter moeten scoren dan de huidige.

Onderzoek

Nederlandse onderzoekers uit Delft en Petten doen volop mee aan de ontwikkeling van de zoheten gesmoltenzoutreactor. Nucleaire ongelukken zijn bij dit type reactor vrijwel uitgesloten. Hij past zich automatisch aan de vraag aan en is dus een volmaakte back-upcentrale, die de schokken die wind- en zonne-energie veroorzaken kan opvangen. De gesmoltenzoutreactor draait in het ideale geval op thorium (in plaats van uranium), want dan wordt er geen langlevend kernafval gevormd. Er is genoeg thorium om de wereld voor duizenden jaren van energie te voorzien.

Voor deze ontwikkeling moet wel nog uitgebreid materiaalonderzoek gedaan worden; de commercialisering ligt dan ook zeker twintig jaar in de toekomst.

Bij de formatiebesprekingen is het klimaatkonijn van Ed Nijpels uit de hoed gekomen. Nijpels waarschuwde voor de forse kosten die het klimaatbeleid met zich mee gaat brengen. Ik vind dat als de nieuwe regering de Nederlandse CO2-uitstoot in 2050 tot bijna nul wil reduceren zij er verstandig aan doet de doorontwikkeling van kernenergie hoog op de agenda te zetten. Nederland zou hier zelfs een voortrekkersrol kunnen spelen.

In mijn ideale wereld draait Nederland in 2050 volledig op thoriumcentrales. Die ideale wereld is schoner en veiliger, een wereld waarin debat over klimaat niet gedomineerd wordt door irreële angstscenario's maar door feitelijk onderbouwde, duurzame oplossingen.

Om die wereld te bereiken moeten politieke partijen de komende regeerperiode over hun eigen schaduw heen springen en het taboe op kernenergie doorbreken. Ik hoop dat ze het lef hebben.

Ecomodernisme - Het nieuwe denken over groen en groei. Onder redactie van Marco Visscher. Nieuw Amsterdam; 304 pag.; euro 22,99.