De robots van VDL Nedcar
De robots van VDL Nedcar © ANP

Laat die robots maar komen

De 15-urige werkweek laat nog even op zich wachten, maar wat is er tegen minder stress, meer tijd voor ontspanning, ontplooiing en zorg en een lossere band tussen arbeid en inkomen?

Zelfs briljante economen vergissen zich wel eens. In 1930 schreef John Maynard Keynes Economische mogelijkheden voor onze kleinkinderen waarin hij voorspelde dat we twee generaties verder in een 15-urige werkweek meer dan genoeg zouden kunnen produceren om in al onze behoeften te voorzien. Wij zijn de kleinkinderen van Keynes, maar in plaats van korter, werken we langer, in plaats van minder uren, werken we er met elkaar meer. Als we werken tenminste, want terwijl er van de werkenden steeds meer wordt verwacht, groeit de groep die niet meer mee doet: geen ervaring, te weinig opleiding, te oud, te duur, niet gezond genoeg. Het ideaal van Keynes - iedereen werkt en iedereen heeft volop vrije tijd - lijkt verder weg dan ooit.

Hoe wenkend het perspectief van Keynes ook is, als politiek ideaal lijkt het nauwelijks meer te leven. Voor de meeste politieke partijen is werken nog altijd heilig. Wie in de Tweede Kamer zijn oor te luister legt, hoort vooral dat er meer, harder en langer gewerkt moet worden. En heb je geen werk dan jaagt het kabinet je met allerhande sancties de arbeidsmarkt op waarvan je op voorhand weet dat dat werk er eigenlijk niet is.

Ik pleit voor herbezinning op dat centraal stellen van werk. Juist in deze tijd van massawerkloosheid én onstuimige technologische vooruitgang moeten we ons er ook in de politiek rekenschap van geven dat er meer is dan werk alleen. Dat vraagt om een nieuwe politieke agenda.

Geen vrolijk beeld

Die effecten van vergrijzing worden kennelijk overschat. In elk geval zouden ze wel eens veel kleiner kunnen zijn dan het omgekeerde effect dat van de robotisering uitgaat.

Op het jaarlijkse congres van zijn ministerie deed minister Asscher daar pas een voorzet voor. In zijn verhaal borduurde hij losjes voort op publicaties van Amerikaanse onderzoekers waaruit blijkt dat robots en computers in hoog tempo banen van mensen overnemen. Zo zeer zelfs dat 'technologische werkloosheid' dreigt. Asscher schetst het beeld dat ook in Nederland het werk van laagopgeleiden en de middenklasse in de nabije toekomst zou kunnen verdwijnen zonder dat daar voldoende nieuwe werkgelegenheid voor terugkomt. Het schrikbeeld dat volgens hem rest is extreme ongelijkheid tussen hen die de robots bezitten en maken en de rest van de samenleving. Geen vrolijk beeld.

Het is goed dat de discussie in beweging is gezet. Tot voor kort wimpelde de minister vragen over robotisering en economische groei zonder nieuwe werkgelegenheid (jobless growth) steevast weg als apocalyptische doembeelden. Het kabinet was immers druk bezig met de werkgelegenheid en alles zou heus weer worden zoals vroeger. Ik ben blij dat hij het nu anders ziet. Vooral omdat de steeds weer aangekondigde krapte op de arbeidsmarkt als gevolg van vergrijzing steeds op zich laat wachten. Die effecten van vergrijzing worden kennelijk overschat. In elk geval zouden ze wel eens veel kleiner kunnen zijn dan het omgekeerde effect dat van de robotisering uitgaat. Dan resteert er geen krapte, maar structureel overschot op de arbeidsmarkt.

In de vele reacties die Asschers rede heeft opgeroepen valt me vooral op hoe deze zich vrijwel uitsluitend richten op de vraag of robots nou voor meer of minder werk zorgen. Meer werk staat dan voor goed, minder werk voor slecht. Dat is een nogal beperkte invalshoek waarin veel wordt gespeculeerd en we weinig zeker weten. Veel beter zou het zijn de komst van de robots aan te grijpen voor een meer fundamenteel debat over de plaats die arbeid inneemt in ons leven, over de mogelijkheden die minder werken ons biedt en over de voorwaarden die moeten worden vervuld, willen we die mogelijkheden maximaal kunnen benutten. Wie weet, kunnen de ideeën van Keynes daar nog een rol bij spelen.

Ik zie tenminste vijf samenhangende terreinen waarop de robotisering ingrijpt. Willen we de kansen pakken die robotisering ons morgen biedt, dan moeten we niet krampachtig vasthouden aan de vanzelfsprekendheden van vandaag.

Zegen

Laten we beginnen met een vierdaagse werkweek als norm in plaats van de huidige vijfdaagse werkweek. We werken minder en krijgen meer vrije tijd. Hoe erg is dat?

Dat de robotisering gevolgen voor de werkgelegenheid heeft ligt in het woord besloten. 'Robot' komt immers van het Tsjechische woord 'robota' dat werk of verplichte arbeid betekent. De robotisering maakt dat we anders om moeten gaan met werk. Ik vraag me af waarom het eigenlijk zo erg is dat geestdodend, zwaar en slechtbetaald werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt zal verdwijnen. Als de robotisering echt zo stevig doorzet lijkt mij dat eerder een zegen dan een vloek. Dan moeten we het werk dat overblijft wel eerlijk delen en gaat het aantal uren dat we gemiddeld moeten werken naar beneden. Laten we beginnen met een vierdaagse werkweek als norm in plaats van de huidige vijfdaagse werkweek. We werken minder en krijgen meer vrije tijd. Hoe erg is dat?

In die vrije tijd kunnen we eindelijk ontspannen al die andere dingen doen, die werkenden er nu altijd gestrest tussen moeten proppen. Daar horen sociaal nuttige taken bij - buurtactiviteiten, meedoen op de school van onze kinderen, mantelzorg - maar ook individuele genoegens: wandelen, lezen, tijd voor vriendschap en familie. Laat die robots maar komen. Eindelijk komt het ideaal van een ontspannen samenleving binnen handbereik.

Als minder mensen betaald werk hebben, betekent dat ook dat we anders om moeten gaan met de welvaart. De ongelijkheid tussen de werkenden en de werklozen kan alleen worden opgeheven door radicale herverdeling. Dat betekent een belastingstelsel dat een tikje ruiger wordt herzien dan het kabinet nu van plan is. Van de elite van robotbouwers en technici wordt een groter offer gevraagd. Belastingen op vermogen, op bedrijfswinsten, op energieverspilling en milieuvervuiling nemen de plaats in van de heffingen op arbeid. Dan wordt arbeid goedkoper. Zo houden werknemers meer over (zodat ze korter kunnen gaan werken) en wordt het voor werkgevers voordeliger iemand in dienst te nemen.

Zorg

Dat brengt meteen een ander gevolg in beeld. We zullen in de toekomst anders om moeten gaan met de sociale zekerheid. In een samenleving waar steeds minder mensen werken moet de koppeling tussen die zekerheid en de afdracht van premies op arbeid worden losgelaten. Er zijn dan immers niet genoeg mensen die premie betalen om de sociale zekerheid van te betalen. Het anders financieren van sociale zekerheid heeft als bijkomend voordeel dat werk veel goedkoper wordt waardoor er een nieuwe markt voor bijvoorbeeld persoonlijke dienstverlening ontstaat. De omslag kan vandaag beginnen. Door de mogelijkheden om in deeltijd en onbetaald te werken naast de uitkering te verruimen en de sollicitatieplicht minder dwingend te maken.

Als we minder werken en onze welvaart eerlijker delen betekent dat ook dat we anders om kunnen gaan met arbeid en zorg. Waar ouders en mantelzorgers zich nu een slag in de rondte rennen om zorgtaken naast werk te kunnen uitvoeren biedt de robotisering en de vrije tijd die het oplevert juist de ruimte om op een ontspannen manier te zorgen. Dan zijn ouders niet langer veroordeeld tot te dure en kwalitatief ondermaatse opvang. Stel je eens voor hoe fijn het kan zijn als je de tijd hebt om voor een naaste te zorgen zonder dat het de stress geeft die je nu ondervindt als het naast betaald werk moet.

De grootste uitdaging zit er misschien wel in wat we met onze tijd moeten doen als we van de ketens van de arbeid zijn bevrijd. Uit elk onderzoek blijkt dat mensen het liefst meer tijd zouden besteden aan zelfontplooiing. Aan zingeving of aan bijvoorbeeld zorg. Het betekent dus dat we anders omgaan met onderwijs. Waar leren en onderwijs nu vooral ten dienststaat van je positie op de arbeidsmarkt zou dat niet meer hoeven. We kunnen ontplooiing meer centraal laten staan. Zodat je kunt worden wat je wilt zonder dat het per se noodzakelijk is dat je daarmee ook je brood verdient. Een leven lang leren wordt eindelijk werkelijkheid.

Het anders financieren van sociale zekerheid heeft als bijkomend voordeel dat werk veel goedkoper wordt, waardoor er een nieuwe markt voor bijvoorbeeld persoonlijke dienstverlening ontstaat.

Ontspannen samenleving

Al deze voorstellen leiden ertoe dat de band tussen arbeid en inkomen minder knellend wordt. Ik vind dat een mooi vooruitzicht. Om dat te bereiken kunnen we nu al heel veel doen. Maar dan moeten we wel verder willen denken dan de vraag of robots nou juist voor meer of minder werk zorgen. We moeten af van de mantra's die gaan over de problemen van gisteren: werk meer lonend maken (alsof dat het probleem is), sollicitatieplicht aanscherpen (alsof er voor wie wil voldoende banen zijn), groei aanjagen (ook al levert dat steeds minder vaak werk op).

Daartegenover staat de ontspannen samenleving als ideaal. Een ideaal dat juist door de ongekend snelle technologische ontwikkeling in combinatie met een historisch hoog opleidingsniveau binnen bereik komt. Dan moeten we nu wel de eerste stappen zetten. Laten we niet bang zijn voor de robots maar ons er nu alvast op voorbereiden dat we straks niet langer in het zweet des aanschijns ons dagelijks brood moeten verdienen.

Bram van Ojik is fractievoorzitter van GroenLinks in de Tweede Kamer.