Jihadisme overstijgt de grenzen van de banlieues
© Illustratie Rosa Cerruto

Jihadisme overstijgt de grenzen van de banlieues

De jongens in de banlieues afficheren zich sterker met de postcode van hun wijk dan met Allah.

In de nasleep van drie dagen terreur in Parijs, wordt veelvuldig verwezen naar de Franse banlieues als voedingsbodem voor het kwaad. Dat is begrijpelijk, het stereotype verhaal van voorstedelijk Frankrijk ligt immers al klaar: veel migranten, woekerende armoede en werkloosheid, betonnen flats, en een decennialange beruchte reputatie, waarin geweld, dreiging en gevaar de boventoon voeren.

Niet alleen het repertoire van geweld, maar ook de belevingswereld van de jongeren die ik sprak in La Courneuve wijzen op de noodzaak om een vluchtige associatie tussen de banlieues en terrorisme te nuanceren

De aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo en de koosjere supermarkt lijken naadloos aan te sluiten bij die karakterschets. Toch is voorzichtigheid geboden bij een al te snelle lokalisering van jihadisme. Een blik op het repertoire van geweld en de belevingswereld van jongeren die opgroeien in de Noord-Parijse banlieue La Courneuve laat zien dat de relatie weerbarstiger is.

Voor mijn proefschrift over geweld in voorstedelijk Frankrijk woonde ik en deed ik langere tijd onderzoek in Cité des 4000 Sud, een wijk van La Courneuve. Ondanks haar beruchte imago, gebeurde er het merendeel van de tijd niets. Het was er stil en saai. De perioden van rust werden zo nu en dan afgewisseld met uitbarstingen van geweld in de vorm van kattenkwaad, autobranden, confrontaties met de politie en soms fatale ruzies, gerelateerd aan de florerende drugshandel.

Opvallend is dat deze uitingen van geweld zich doorgaans afspelen binnen de grenzen van de eigen wijk. De mobilisatie vindt voornamelijk op straat plaats, en daders en slachtoffers komen vaak uit hetzelfde gebied. Het zijn de auto's van buurtgenoten die in brand staan, het gaat om een kat-en-muisspel met de lokale politie; en de verdediging van je eigen drugsterritorium tegen annexatiepogingen van een bende aan de overkant van de straat.

De aanslagen van begin januari behoren tot een ander repertoire. De locatie is anders: niet de banlieues in de periferie, maar het hart van de stad is het theater van geweld. Het doelwit is anders: geen auto's of rivaliserende drugsbenden, maar journalisten, politieagenten en joden.

Niet alleen het repertoire van geweld, maar ook de belevingswereld van de jongeren die ik sprak in La Courneuve wijzen op de noodzaak om een vluchtige associatie tussen de banlieues en terrorisme te nuanceren. De jongens die hangen in de straten van voorstedelijk Frankrijk zijn vaak gericht op hun eigen wijk, gefixeerd op de vierkante meter van hun straat, het flatgebouw waar ze wonen en het voetbalveldje ernaast. Ze worstelen met discriminatie en stigmatisering van buitenaf, maar vinden ook status en bescherming in hun directe leefomgeving. Of, zoals de Franse socioloog Didier Lapeyronnie in zijn boek Ghetto urbain betoogt, de eigen wijk is een gevangenis, maar ook een cocon die geborgenheid biedt.

In onzekere tijden voelt het wellicht geruststellend om het 'barbaarse' te lokaliseren

In de gesprekken die ik met jongens op straat voerde, kwam religie niet vaak aan bod. Ze afficheerden zich in sterke mate met de postcode van hun wijk; veel minder met Allah en de profeet. Ze zochten houvast in het 'lokale', en hielden die grenzen deels zelf in stand.

De jongeren die aansluiting zochten bij de radicale islam zag ik daarentegen nauwelijks tijdens mijn onderzoek. Zij nemen, naar mijn idee, juist afstand van hun leeftijdgenoten op straat. Het 'lokale' heeft voor hen minder betekenis. Ze vinden geen inspiratie in verhalen over drugs, autobranden en een aangemeten imago van 'gangsters uit het getto'. Ze overstijgen juist de grenzen van de wijk, hebben contacten met gelijkgestemden uit andere delen van de stad en het land. Ze gaan naar Jemen of Syrië. Niet de buurt vormt de kern van je identiteit, maar het geloof in iets hogers. Ze bekijken de wereld met ande-re ogen, bewegen zich in andere netwerken en opereren op andere podia.

Jihadisme is niet afwezig in de banlieues, maar het is er net zo min exclusief aan verbonden. Dat blijkt alleen al uit het feit dat de daders afkomstig waren uit verschillende delen van de stad. Amedy Coulibaly, die de aanslag op de supermarkt pleegde, kwam uit het voorstedelijke Grigny, terwijl de Kouachi-broers radicaliseerden binnen de ring van Parijs, in het 19de arrondissement. Toch verschijnen in de media voornamelijk reportages over de afgebladderde flats in Grigny. We zien geen dramatische sfeerbeelden van het 19de arrondissement.

In onzekere tijden voelt het wellicht geruststellend om het 'barbaarse' te lokaliseren. Bij voorkeur in een bestaand verhaal en buiten onszelf, in de achterbuurten: de vergeten hoeken van de Republiek. Maar het jihadisme laat zich niet zo netjes plaatsen, het overstijgt de grenzen van de banlieues. Het vraagt om een genuanceerdere uitleg in plaats van een reflexmatige koppeling aan een voorstedelijk stereotype dat we al kenden.