Hoogleraren tijdens de opening van het academisch jaar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, 2014
Hoogleraren tijdens de opening van het academisch jaar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, 2014 © ANP

Investeer in vrij, vernieuwend onderzoek

Buiten de kaders denken is nu meer dan ooit van belang

De overheid moet extra geld beschikbaar stellen voor vernieuwend onderzoek dat niet gebonden is aan een breed thema.

Alleen vanuit een brede kwaliteit kan de Nederlandse wetenschap alert inspelen op wereldwijde ontwikkelingen

De Nederlandse universiteiten openden vandaag een nieuw academisch jaar. Met verschillende accenten, maar gelijkgestemd in de wens om de banden tussen universiteit en samenleving aan te halen en inspirerend onderwijs te bieden, gebaseerd op actueel wetenschappelijk onderzoek. Maar daarvoor moeten de tandwielen van onderwijs en onderzoek soepel in elkaar blijven grijpen. En daar wringt het.

De enorme toestroom van studenten - 60 duizend inschrijvingen in 2015 -deed de afgelopen jaren collegezalen uitpuilen en rekte de onderwijsinspanning van de universitaire staf tot het uiterste op. Daar komt verandering in, beloofde minister Bussemaker dit voorjaar bij de presentatie van haar Strategische Agenda Hoger Onderwijs. De kwaliteit moet weer omhoog, door kleinschaliger onderwijs met meer aandacht voor de individuele student.

Universiteiten en hogescholen krijgen extra geld - dat vrijkomt uit de afschaffing van de basisbeurzen - om meer dan duizend nieuwe docenten aan te trekken. Dat is goed nieuws, maar op de universiteiten, waar het onderwijs van oudsher floreert door de koppeling met onderzoek, is een groter docentencorps op zichzelf onvoldoende garantie voor kwaliteit. Op een aantal terreinen, waaronder economie, gedrag en maatschappij, natuur, rechten, en taal en cultuur, wordt de verhouding tussen onderwijs- en onderzoekstijd namelijk steeds schever.

Verstoorde balans

Omdat universiteiten onderwijs primair belonen op kwantiteit en onderzoek vooral op kwaliteit, worden wetenschappers geprikkeld zich meer op onderzoek te concentreren en efficiënt om te gaan met onderwijstaken, of die zelfs compleet te delegeren. Als zo een scherpe scheiding ontstaat tussen onderzoekers en docenten, zal de wederzijdse aandrijving van onderzoek en onderwijs krakend tot stilstand komen. Met grote gevolgen voor alle betrokkenen: wetenschappers, docenten en, niet in de laatste plaats, studenten.

De dieper gelegen oorzaak van de verstoorde balans tussen onderwijs en onderzoek is dat faculteiten voor de bekostiging van hun onderzoek vooral moeten hengelen in de al overbeviste vijver van landelijke onderzoeksfinancier NWO en Europese subsidieprogramma's. En juist in deze competities worden de gevolgen van de sterk toegenomen concentratie van onderzoekmiddelen in thematische subsidieprogramma's pijnlijk voelbaar. Onderzoek naar zuivere wiskunde of historische letterkunde past nu eenmaal slecht binnen grote onderzoeksthema's.

Daarbij komt dat onderzoek zal stagneren in vakgebieden die niet bij onderzoekthema's kunnen aanhaken, wat sluipenderwijs ook het onderwijs op die terreinen zal uithollen. Het zal duidelijk zijn: door de thematische rijgveters minder strak aan te halen, zouden universitair onderzoekers weer ademruimte krijgen - voor vrij onderzoek, met nieuwe kennis en inspiratie voor het onderwijs.

Thematisering van onderzoek

In een wereld met steeds complexere uitdagingen, is ruimte voor creativiteit en buiten de kaders denken meer dan ooit van belang

De voortschrijdende thematisering van onderzoek vloeit deels voort uit het recente wetenschap- en innovatiebeleid van de overheid, aldus een KNAW-adviesrapport over dit onderwerp dat de Tweede Kamer deze week ontvangt. Met het topsectorenbeleid kreeg de bundeling van onderzoek vanaf 2012 een flinke impuls. Een deel van het landelijke onderzoeksbudget werd geoormerkt in negen 'sterke' sectoren, waarin onderzoekers samen met het bedrijfsleven tot - liefst economisch rendabel - resultaat moeten komen.

Ook internationaal heeft de gedachte postgevat dat het loont om wetenschappelijk onderzoek in brede thema's te bundelen. Daardoor kalft de zo noodzakelijke ruimte voor het ongebonden onderzoek jaar na jaar verder af, wat vooral nadelig is voor vernieuwende onderzoeksgroepen. Reden voor de KNAW om bij de verantwoordelijke bewindspersonen opnieuw krachtig te pleiten extra middelen beschikbaar te stellen voor ongebonden onderzoek, vooral voor initiatieven van jonge onderzoeksgroe- pen die voor nieuwe dynamiek kunnen zorgen. In een wereld met steeds complexere uitdagingen, is ruimte voor creativiteit en buiten de kaders denken meer dan ooit van belang.

Ongebonden onderzoek

Tot op heden is de Nederlandse wetenschap nog veerkrachtig genoeg gebleken om echte hiaten in het universitaire onderzoekslandschap te voorkomen. Wel zijn er gebieden waar het onderzoek zwaar onder druk staat: de geesteswetenschappen in het algemeen, Nederlands recht, plantkunde en de zuivere wiskunde. Ook hier werken veel onderzoekers aan nieuwe kennis die de samenleving verrijkt, maar die onderwerpen passen vaak niet in grote thematische onderzoeksvoorstellen.

Een evenwichtige verdeling van middelen over de volle breedte van de wetenschap is dan ook noodzakelijk. Alleen vanuit een brede kwaliteit kan de Nederlandse wetenschap alert inspelen op wereldwijde ontwikkelingen en de toenemende behoefte van de maatschappij aan wetenschappelijke denkkracht.

Extra investeren in vrije ruimte voor ongebonden onderzoek betekent bovendien bouwen aan een toekomstbestendige universiteit, waar steeds nieuwe generaties studenten zich maximaal kunnen ontplooien door de kruisbestuiving tussen onderwijs en onderzoek.

José van Dijck is president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). 
Jacques Thomassen is voorzitter van de KNAW-adviescommissie.