© Illustratie: Gabriël Kousbroek

Ik begeef mij graag onder de verschoppelingen van deze rotwereld

Ik, Arthur van Amerongen

Mijn vriendin vroeg waarom ik haar nooit noemde in mijn columns. Daar had ik even geen pasklaar antwoord op. Ik was natuurlijk lange tijd alleen geweest en vergroeid met het beeld dat ik van mijzelf had geschapen in de Volkskrant: een oude, eenzame, alcoholische, manisch masturberende hondenfluisteraar die in de rimboe van de Algarve op de genadige dood zat te wachten.

Net als de Heere Jezus begeef ik mij graag onder de verschoppelingen van deze rotwereld

Ik realiseer me ineens dat mijn alter ego verdacht veel lijkt op de Britse consul in Under the Volcano van Malcolm Lowry. Alleen duurde de bezoeking van Geoffrey Firmin maar een dag.

Twee keer in de maand zwabberde ik in het holst van de nacht naar de grote stad Olhão om daar met Angolese transgenders, Kaapverdische seropositieve hoeren en psychopatische bajesklanten de vredespijp te roken. Diversiteit is mijn middelste naam en net als de Heere Jezus begeef ik mij graag onder de verschoppelingen van deze rotwereld.

Die escapades en de daaruit voortvloeiende schaamteloze ontboezemingen leverden mij een kleine schare hardnekkige fans op, met name lezeressen van de derde leeftijd.

Die wilden mij dolgraag pamperen met warme baden, voetmassages en fellatio. Rond Kerstmis kreeg ik dichtbundels van Paulo Coelho, knuffels, zelfgebreide truien en andere huisvlijt opgestuurd. Om deze lieve dames niet voor het hoofd te stoten, schreef ik daarom nooit over mijn scharrels. Die haakten sowieso af zodra ze zagen dat ze mijn ledikant moesten delen met drie honden.

In het beste geval kon er dan nog een vluggertje van af tegen de eeuwenoude johannesbroodboom in mijn gaarde, maar daar wordt een gevoelsmens als ik niet echt gelukkig van. Dan kan ik net zo goed noodgeil achter de laptop gaan zitten fappen want dat scheelt tijd en post-coïtaal geouwehoer.

Gevoelige columns over de liefde verbinden veel meer dan dat eeuwige gefap op die stomme websites

Ik vertelde dit vanuit literair oogpunt volkomen geloofwaardige verhaal aan mijn vriendin en zei: 'Shatzie, ik schrijf je dolgraag in mijn columns. Weet je hoeveel nieuw en dankbaar materiaal dat mij gaat opleveren? Bovendien is het reuze handig want ik hoef de deur niet meer uit om inspiratie op te doen.'

Ze pinkte een traantje weg en sprak: 'Het is goed dat je je andere kant eens laat zien. Die lieve, warme, serene Tuur die in zijn hangmat mij uit Tessa de Loo voorleest.'

'Klopt als een bus, Car', antwoordde ik. 'Gevoelige columns over de liefde verbinden veel meer dan dat eeuwige gefap op die stomme websites.'

'Fap je dan?', vroeg ze verbaasd.

'Alleen als je in Nederland bent, engel. En nooit op kinderporno!'