Minister Stef Blok in de Tweede Kamer tijdens een debat over het rapport van de tijdelijke commissie ICT.
Minister Stef Blok in de Tweede Kamer tijdens een debat over het rapport van de tijdelijke commissie ICT. © ANP

ICT-bedrijven komen veel te makkelijk weg

Zo streng als de Tweede Kamer is voor de banken, zo slap is de politiek als het om de wanprestaties van ICT-leveranciers gaat.

In de Tweede Kamer werd vorige week scherpe kritiek geuit op de maatregelen die minister Stef Blok gaat nemen om toekomstige ICT-debacles van de overheid te voorkomen. De plannen van de rijksoverheid zullen door het op te richten BIT (Bureau ICT Toetsing) worden getoetst op uitvoerbaarheid en kosten. Maar volgens de oppositie is dit BIT volkomen ontoereikend: 'tandeloos', 'geen Duitse herder, maar een poedel', 'geen waakhond, maar een schoothondje'. De coalitiepartijen sputterden plichtmatig wat mee, om vervolgens even plichtmatig hun minister te steunen.

Los van de kynologische vergelijking had de oppositie gelijk met haar kritiek op een BIT dat toetreedt tot de slagers die hun eigen vlees keuren. Inderdaad had de Tijdelijke commissie ICT, onder leiding van Ton Elias, vorig jaar een veel machtiger en onafhankelijker BIT voorgesteld.

Maar het is merkwaardig dat dezelfde Kamerleden die 'wereldvreemde' en 'graaiende' bankiers de mantel uitvegen, zich door de vertegenwoordigers van ICT-bedrijven zand in de ogen laten strooien. Hebben de banken de overheid als suikeroom gebruikt en grossiert de top in hoge salarissen, de grote ICT-bedrijven gebruiken de overheid al decennia als melkkoe en, ja, de top laat zich daarvoor goed betalen. Omdat het om commerciële bedrijven gaat, mogen we op het laatste geen kritiek hebben. Maar ze worden wel betaald uit de staatskas.

De overheid heeft zich de afgelopen decennia volkomen overgeleverd aan het bedrijfsleven, dat vervolgens ongehinderd grote bedragen kon vragen om de stagnerende en ontsporende ICT-projecten te helpen redden

Politici hebben het vaak over belangenverstrengeling, maar zwijgen over objectief strijdige belangen. Dat taboe is ingegeven door het adagium dat de markt de oplossing is voor alle problemen. Maar de doelstelling van elk bedrijf is winstmaximalisatie, ook van elk ICT-bedrijf. Want waarom zouden de belangen van een commerciële onderneming die gewoon optimaal wil verdienen aan een overheidsopdracht, samenvallen met die van een overheid die zo zuinig en zorgvuldig mogelijk omgaat met publieke middelen en zoveel mogelijk betrouwbare en efficiënte voorzieningen en diensten wil scheppen?

Aanvankelijk was het inschakelen van externen nog niet zo'n gek idee. In de jaren tachtig kon de overheid binnen haar loongebouw inderdaad onvoldoende goede ICT'ers werven en behouden. Toen werd besloten om naast het maken van de computers en de programmatuur, ook de ontwikkeling, invoering, het projectmanagement en het beheer van de automatisering aan de markt te laten. Rekencentra van gemeenten en het rijk werden verzelfstandigd of verkocht. Zij zouden elkaar als marktpartijen gaan beconcurreren en de overheid kon de problemen die ze zelf niet onder controle kreeg, voortaan als eis doorgeven aan de markt.

Rond het jaar 2000 was met het millenniumvraagstuk en de invoering van de euro al duidelijk dat de verzelfstandigde overheidsdiensten snel hadden geleerd. De voormalige ambtenaren die precies wisten hoe de systemen in elkaar zaten, hadden de trui verruild voor een maatpak en hun maandsalaris was tot dagtarief verheven. De overheid heeft zich de afgelopen decennia volkomen overgeleverd aan het bedrijfsleven, dat vervolgens ongehinderd grote bedragen kon vragen om de stagnerende en ontsporende ICT-projecten te helpen redden in de wetenschap dat alle inspanningen door die overheid werden vergoed.

Als dit zo doorgaat, bepaalt voortaan de ene marktpartij samen met de andere marktpartij wat onze overheid aan ICT doet

Want een mislukt project van de overheid is vaak een zeer geslaagd project voor de ICT-leveranciers, vertelde de voormalig Rijksjurist Ruud Leether vorig jaar in een hoorzitting van de commissie-Elias. Later dat jaar sprak Leether in een interview zelfs van een markt die jarenlang dankbaar 'misbruik heeft gemaakt' van de onwetendheid van de overheid en 'er goudgeld aan heeft verdiend'. Hij meent ook dat falende ICT-leveranciers harder moeten worden aangepakt en dat de 'ICT-braindrain' bij de overheid moet stoppen.

Uit de reactie van Stef Blok blijkt zonneklaar dat de overheid haar afhankelijkheid van de markt niet durft op te geven en daar nog steeds de hoofdprijs voor wil betalen.

Die verspilling bedraagt volgens de commissie-Elias per jaar tussen de 1 en 5 miljard euro. Nu al zijn sommige overheidsdiensten voor 90 procent afhankelijk van de markt als het gaat om ICT-kennis inzake juridische, technische en projectmatige problemen.

Als dit zo doorgaat, bepaalt voortaan de ene marktpartij samen met de andere marktpartij wat onze overheid aan ICT doet. En hoeveel zij daarvoor betaalt. Zonder werkelijke democratische controle, en nogmaals, bekostigd uit belastinggeld. De Kamer zou dus, net als deze week de commissarissen van ABN Amro, ING en Aegon, ook de collega's van de grote ICT-bedrijven moeten ontbieden, die de afgelopen decennia overheidsopdrachten hebben vervuld.

Volg en lees meer over:

Reacties (0)

U hebt javascript nodig om een reactie achter te laten.
Plaats een reactie Nog 600 tekens