Het huis waar de vermeende Utrechtse jihadist woonde. De politie deed er dinsdag een inval.
Het huis waar de vermeende Utrechtse jihadist woonde. De politie deed er dinsdag een inval. © Raymond Rutting / de Volkskrant

Hou op met cliché over armoede en terrorisme

Dé Syriëganger bestaat niet. Hoezeer in de media ook de archetypische Syriëganger geschetst wordt als kansarme allochtone jongere uit een achterstandswijk, uit internationaal onderzoek blijkt dat de groep jongeren die naar Syrië vertrekt heel divers is. Achterstandswijken vormen beslist een voedingsbodem, maar radicalisering komt in alle sociale lagen voor. De 9/11-aanslagplegers waren hoogopgeleid, net als de derdejaars medicijnenstudent die uit Nederland naar Syrië vertrok. Marion van San, onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, sprak met ouders van Syriëgangers en stelt vast dat ze maar in één geval een situatie van armoede en achterstand tegenkwam. Van San snapt dan ook niet waar het beeld van kansarme jongeren dat in de media wordt geschetst vandaan komt.

Mijn expertise ligt niet op het gebied van Syriëgangers, maar op plegers van schoolaanslagen. Dé school shooter bestaat niet, net zo min als dé Syriëganger. Maar ik zie wel overeenkomsten. Het gaat over het algemeen om jonge mannen met een intentie om mensen te doden. Verlies van eigen leven wordt op de koop toe genomen. Doel: grote maatschappelijke impact en media-aandacht bereiken.

Existentiële vragen

Daarom is het ook typisch dat video's en/of schriftelijke boodschappen opduiken, waarin de jongens hun acties rechtvaardigen. In hun verklaringen geven ze zichzelf de status van martelaar en leggen zij de schuld voor hun daad neer bij de samenleving. Omdat deze verklaringen van hen zelf komen en dus de meest authentieke informatie bevatten, moeten we ons onderzoek en de verklaring van het fenomeen hierop richten. Er zijn opvallende overeenkomsten in deze boodschappen: de uiting van existentiële vragen die blijkbaar de drijfveer voor dit soort extreem geweld zijn. Het gaat om het niet willen onderkennen dat we sterfelijk zijn en alleen, dat onze vrijheid beperkt is door keuzes die we moeten maken, en dat ons bestaan zinloos is tenzij wij er zelf zin aan geven.

Om onsterfelijkheid te bereiken, houden Syriëgangers vast aan de belofte van het paradijs; om de existentiële eenzaamheid te kunnen negeren, zoeken ze broederschap met andere moslims; om hun eigenwaarde en identiteit te definiëren, nemen ze de rol aan van verdediger van het geloof; en om vrijheid te simuleren, breken ze met hun verleden en de maatschappij waarin ze zijn opgegroeid.

De illusie die ze hiermee creëren proberen ze in stand te houden door te focussen op bevestigingen voor hun onsterfelijkheid, verbondenheid, superioriteit, absolute vrijheid en zin van hun leven. Daarbij helpen de radicale imam, andere strijders en de propagandamachine van IS. Op een gegeven moment wordt de illusie zo groot dat ze metaforisch lijkt op een grote ballon die dreigt te knappen. Om de illusie niet te verliezen, gaat men tot actie over.

Syriëgangers zijn niet in staat om met hun existentiële vragen om te gaan. Dát is de oorzaak, en niet hun religieuze overtuiging of een kansarme situatie.