Het weigeren van de documentaire 'Jesse' is een schoolvoorbeeld van censuur

Geen van de deelnemers aan het debat heeft de film gezien

De weigering om 'Jesse' uit te zenden is genomen onder druk van een niet geïnformeerd publiek debat.

BNN-Vara heeft mede onder druk van de NPO, zo blijkt uit berichtgeving in de Volkskrant van 29 augustus, haar aanvankelijke beslissing om de documentaire van Joey Boink, die in overleg met hem is gemaakt, uit te zenden, teruggedraaid. De omroep heeft zich het auteursrecht laten overdragen en weigert ook de film elders te laten vertonen.

De druk is ontstaan, omdat afgelopen vrijdag vanuit De Telegraaf kritiek is geuit dat Boink ten tijde van het maken van de opnamen voor de film nog stond op de loonlijst van GroenLinks, waar hij als voorlichter werkzaam was. Het zou dus wel een met publieke middelen gemaakte partijpolitieke propagandafilm zijn geworden.

Geen van de deelnemers aan het publieke debat heeft de film gezien

Boink heeft gesteld dat dit bij de programmaredactie van BNN-Vara bekend was en dat dit feit ook als zodanig bij de film wordt meegedeeld. Anders dan het Commentaar van de Volkskrant van 28 augustus vinden wij de weigering uit te zenden geen verstandig besluit en wij vinden dit ook geen blijk van de onafhankelijkheid van de publieke omroep, zoals de voorzitter van de NPO Shula Rijxman op 29 augustus in deze krant betoogt.

Wij vinden het een schoolvoorbeeld van censuur. Dat heeft zowel een inhoudelijke als een auteursrechtelijke kant. De inhoudelijke kant is dat de beslissing is genomen naar aanleiding van een publieke discussie over een film die geen van de deelnemers aan dat debat (waaronder gezaghebbende opiniemakers) heeft gezien.

Opiniedruk is de reden geweest om het besluit terug te draaien

Degenen die binnen de verantwoordelijke zendgemachtigde de film hebben gezien, hebben op redactionele gronden het besluit genomen om deze film uit te zenden. Shula Rijxman heeft verklaard dat zij de film wel heeft gezien, maar dat de inhoud geen aanleiding was om het besluit tot uitzending terug te draaien.

Wie binnen de NPO en BNN-Vara de film nog meer hebben gezien, is niet bekend, maar over de inhoud van de film hebben wij niemand van de besluitnemers en opiniemakers binnen en buiten de omroep gehoord. We mogen dus veilig aannemen dat opiniedruk de reden is geweest om het besluit terug te draaien.

Wij worden dagelijks geconfronteerd met door spindoctors ingestoken 'nieuwsfeiten'

Dat is de klassieke situatie van censuur: onder druk van en uit vrees voor mogelijke politieke repercussies besluiten de boven ons gestelden informatie niet openbaar te maken. Het is in dit geval nog ernstiger omdat in het Nederlandse pluriforme omroepmodel de zendgemachtigde de redactionele eindverantwoordelijkheid heeft en deze is gezwicht voor druk van bestuurders die hoger in de hiërarchie van de publieke omroeporganisatie staan.

Het gebezigde argument dat de schijn van partijdigheid (doordat Boink ten tijde van het filmen nog op de loonlijst van GroenLinks stond) moet worden voorkomen, is bovendien om verschillende redenen ondeugdelijk. Je kunt deze voor nieuwsrubrieken toegepaste regel niet zonder meer vertalen naar documentaires. Wij worden dagelijks geconfronteerd met door spindoctors ingestoken 'nieuwsfeiten'. Je zou kunnen zeggen dat de wekelijkse persconferentie van de minister-president, die ruimhartig wordt uitgezonden, één reclamespot voor de zittende politieke coalitie is.

Het publiek wordt mogelijk zeer relevante informatie onthouden

Binnen een democratie wordt door belangen gekleurde informatie door allerlei filters van kleur ontdaan of van andere kleur voorzien. Dat is zeker zo naar aanleiding van deze film omdat er een keur aan fora is waarop die film had kunnen worden bediscussieerd. Aan de andere kant wordt het publiek mogelijk zeer relevante informatie onthouden.

Uit een enkel minifragment dat de kijker van de film heeft kunnen zien, was op te maken dat de film ook een inzicht geeft in de partijpolitieke machtsverhoudingen die achter het imago Klaver schuilgaan. Dat is natuurlijk wat iedereen wil weten.

De grote verliezer in dit verhaal is de publieke omroep

De auteursrechtelijke kant heeft betrekking op het verbodsrecht. Uit de geschiedenis van het auteursrecht blijkt dat de negatieve kant daarvan is dat informatie aan het publiek wordt onthouden, niet in het belang van de exploitatierechten van de auteur, maar van rechthebbenden op het auteursrecht die verspreiding van de informatie om inhoudelijke redenen proberen te belemmeren. Die situatie lijkt zich voor te doen, aangezien BNN-Vara al of niet onder druk van boven of van buiten de verspreiding van de film absoluut onmogelijk wil maken. De auteur wordt door het verbodsrecht dus niet geholpen, maar monddood gemaakt.

De grote verliezer in dit verhaal is de publieke omroep, wiens imago van onafhankelijkheid door deze affaire een geduchte deuk heeft opgelopen.

Egbert Dommering is emeritus hoogleraar informatierecht. Nico van Eijk is directeur van het Instituut voor Informatierecht.