De Nederlandse staatsman Abraham Kuyber (1837-1920) te midden van zijn twee dochters die bij het Rode Kruis werkten
De Nederlandse staatsman Abraham Kuyber (1837-1920) te midden van zijn twee dochters die bij het Rode Kruis werkten © Judith Baas

Het verleden toont aan dat men minder overspannen moet reageren op identiteitspolitiek

Alle vormen van identiteitspolitiek gelijkstellen aan extreme varianten als uit de nazitijd is absurd.

'Identiteitspolitiek' is voor velen hét schrikbeeld van deze tijd. Partijen als Denk en Bij1 zouden hiermee de samenleving splijten. Wanneer antiracisten pleiten voor aanpassing van Zwarte Piet of koloniale standbeelden, dan wordt dit weggezet als schadelijke identiteitspolitiek.

Columniste Elma Drayer noemt het een 'giffabriekje' (de Volkskrant, 28 april 2017), en voor socioloog Eric Hendriks ligt identiteitspolitiek op één lijn met de excessen van zowel de Culturele áls de Franse Revolutie (NRC, 5 sept. en 25 okt. 2017). Het bepleiten van maatschappelijke veranderingen vanuit een groepsidentiteit ligt in het Nederland van 2018 dus zeer gevoelig.

Historisch gezien is deze gevoeligheid echter opmerkelijk. Nederland is immers sterk gevormd door identiteitspolitiek, en strijd om identitaire belangen heeft onze rechten en vrijheden altijd verbreed. Wat nu doorgaat voor 'de' tolerante en liberale Nederlandse identiteit, is in feite het resultaat van vele historische vormen van identiteitspolitiek.

Neem bijvoorbeeld de strijd van een grote 19e-eeuwse politicus als Abraham Kuyper. Hij eiste eigen scholen voor zijn gereformeerde achterban, richtte daartoe een eigen krant op, een eigen universiteit en een eigen politieke partij, de ARP. De rechten en vrijheden die Kuyper met zijn identiteitspolitiek verwierf golden echter breder: ook andere groepen kregen nu vrijheid van onderwijs.

Hedendaagse antiracisten hebben in historisch perspectief nog vrij bescheiden eisen: zij strijden voor het recht niet gediscrimineerd te worden op de arbeidsmarkt, niet als karikatuur op kinderfeesten te dienen en medezeggenschap te hebben in de herinnering aan een gedeelde geschiedenis

Hetzelfde gold voor de socialisten Ferdinand Domela Nieuwenhuis en Pieter Jelles Troelstra. Zij eisten kiesrecht en sociale rechten voor hun achterban, op basis van hun groepsidentiteit als arbeiders. De sociale rechten die de socialisten met hun identiteitspolitiek verwierven golden echter voor álle Nederlanders. Feministen als Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker eisten kiesrecht voor álle volwasssen Nederlanders vanuit hun identiteit als vrouw. In het Nederland van nu lijken we deze identiteitspolitieke verworvenheden vergeten te zijn of willen we ze negeren.

Het hoogtepunt van de Nederlandse identiteitspolitiek was de verzuiling, die Nederland bijna een eeuw, vanaf circa 1880 tot 1970, beheerste. Nederland was een land waarin meerdere 'naties' huisden, verdeeld naar religie en politieke overtuiging. Nog in 1954 verboden bisschoppen hun achterban om VARA te luisteren en het Vrije Volk te lezen. Hoewel velen deze verdeeldheid betreurden, was het motto toch 'leven en laten leven' en compromissen sluiten aan de top: de typisch Nederlandse pacificatiepolitiek. Nederland leerde omgaan met diepe, vrijwel onoverbrugbare verschillen in levensovertuiging.

Hoewel velen deze verdeeldheid betreurden, was het motto toch `leven en laten leven¿ en compromissen sluiten aan de top: de typisch Nederlandse pacificatiepolitiek.

En toen de zuilen instortten was de identiteitspolitiek niet voorbij. Jongeren, vrouwen en homoseksuelen eisten op basis van hun groepsidentiteit het recht op om zichzelf te zijn, op gelijke behandeling in de werkplaats en in het huwelijk. Erkenning van de eigen levensovertuiging in de publieke sfeer (denk aan de omroepverenigingen), het homohuwelijk, vrouwenrechten, sociale rechten: allemaal aspecten van de hedendaagse Nederlandse identiteit die het historische resultaat zijn van identiteitspolitiek.

Natuurlijk kan identiteitspolitiek ook gevaarlijk zijn. De wreedheden van nazi-Duitsland werden gemotiveerd door extreme raciale identiteitspolitiek. In de Sovjet-Unie en maoïstisch China werden hele volksklassen geëlimineerd op basis van hun veronderstelde klassenidentiteit. Maar elke vorm van identiteitspolitiek gelijkstellen aan deze extreme varianten is absurd.

De Nederlandse geschiedenis toont dat identiteitspolitiek, wanneer zij ingebed is in een democratische cultuur met stevige grondrechten, zich bedient van liberale instrumenten zoals het publieke debat en oog heeft voor andere perspectieven, vooral leidt tot meer rechten en vrijheden voor iedereen. Hedendaagse antiracisten hebben in historisch perspectief dan nog vrij bescheiden eisen. Zij strijden voor het recht om niet gediscrimineerd te worden op de arbeidsmarkt, om niet als karikatuur op kinderfeesten te dienen en om medezeggenschap te hebben in de herinnering aan een gedeelde geschiedenis. De historicus Piet de Rooy noemde Nederland een 'republiek van rivaliteiten': een land waarin vanouds vele minderheden politiek bedrijven mede vanuit een groepsbelang. Laten we vanuit dat historische perspectief minder overspannen reageren op hedendaagse identiteitspolitiek.

Adriejan van Veen is universitair docent politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit.