Elmar Hellendoorn, post-doctoraal research fellow, Harvard Kennedy School
Elmar Hellendoorn, post-doctoraal research fellow, Harvard Kennedy School ©

Het is de vraag of de huidige vorm van wereldvrijhandel onze samenlevingen en onze geopolitieke positie ten goede komt

Als je alle cultuuruitingen moreel of financieel hetzelfde waardeert, bestaat er geen cultuur meer.

De dreigende handelsoorlog van Trump zou haaks staan op westerse liberale waarden. Kapitalisme, vrije markten en ondernemerschap zijn essentiële bouwstenen van het Westen. Maar ongelimiteerde vrijhandel en massaconsumptie kunnen de liberale orde ook ondermijnen. Steeds meer wordt duidelijk dat economische globalisering en massacultuur schadelijk zijn voor westerse liberale democratieën. Het is de vraag of de huidige vorm van wereldvrijhandel onze samenlevingen en onze geopolitieke positie ten goede komt.

Na 1989 leek de traditionele vijand van de westerse democratie, het oosterse despotisme, ten dode opgeschreven. De apolitieke globalisering van markten werd leidend; politieke keuzes werden veelal ondergeschikt gemaakt aan marktdiscipline. Leiderschap uitte zich niet langer in het verdedigen van het politieke systeem en de culturele gemeenschap. Management van het internationale systeem stond voorop; politieke visie en eruditie werden secundair aan de technocratische benadering.

Tegelijkertijd werkte de postmoderne erfenis van 1968 cultuurrelativisme in de hand. De historische Europese culturele rijkdom werd gelijkgesteld aan niet-westerse culturen, ondanks fundamentele verschillen. Westerse intellectuele elites keerden zich tegen het Westen zelf. Onder het mom van de bevrijding van het individu vielen traditionele patronen in de samenleving weg, zonder dat er goede alternatieven voor in de plaats kwamen.

Onder het mom van de bevrijding van het individu vielen traditionele patronen in de samenleving weg

1968 legde de intellectuele basis voor zelftwijfel in westerse liberale democratieën. Dat uitte zich destijds in openlijke sympathieën voor totalitaire dictaturen en extreem-links terrorisme. Later ontnam het groeiende cultuurrelativisme aan liberaal-democratieën de rechtvaardiging voor intellectuele strijd met de islam, een inherent politieke religie.

Economische globalisering en cultuurrelativisme gaan bijzonder goed samen en versterken elkaar. Vanwege schaalvoordelen proberen producenten zoveel mogelijk consumenten te bereiken met zoveel mogelijk gestandaardiseerde producten. Dat is belangrijk, want de materiële wereld die ons omringt, staat continu in wisselwerking met onze ideële wereld. We kopen steeds meer global culture, behalve de rijke '1 procent' die zich nog een eigen identiteit kan veroorloven en niet slechts massaproducten koopt. Maar als alle cultuuruitingen au fond hetzelfde worden gewaardeerd (moreel door de cultuurrelativist, en financieel door de consument), bestaat er geen cultuur meer.

Economische globalisering en cultuurrelativisme gaan bijzonder goed samen en versterken elkaar

Economische globalisering vereist internationale politieke samenwerking en pragmatisme - het overstijgen ofwel negeren van de eigen waarden. Zolang dat breed gedeelde financiële voorspoed leek op te leveren, waren verreikende (en dus niet verrijkende!) culturele en politieke compromissen aanvaardbaar. Maar door offshoring naar lage lonenlanden zijn grote delen van Europa en de VS gedeïndustrialiseerd. Op het platteland heerst de wanhoop van lokale gemeenschappen. In de grote steden heerst onzekerheid en frustratie door flexibele arbeidscontracten.

Grote bevolkingsgroepen hebben het gevoel dat ze niet delen in de financiële voordelen van globalisering. Dat gevoel is op veel punten fundamenteel en feitelijk correct. Diezelfde groepen voelen dat hun (culturele) eigenwaarde verloren gaat, verdrukt wordt, of gecompromitteerd. Een rijke cultuur en identiteit zijn zeker zo'n belangrijk bron van trots als financiële voorspoed.

Vrije markten en ondernemerschap zijn een groot goed zolang ze het algemene belang dienen

De combinatie van culturele en economische verliezen leidt tot opstand tegen - vermeende - elites en het politieke systeem. Dat versterkt zowel het 'populisme' en de groeiende neoromantiek ter rechterzijde, als de 'identity politics' ter linkerzijde. Immigranten keren zich naar radicale vormen van de islam zolang Europese samenlevingen niet zelfverzekerd genoeg zijn om overtuigend een cultureel en politiek alternatief te bieden. Verdere versplintering is het gevolg.

Die interne fragmentatie en voortdurende zelftwijfel maken Europa een prooi voor buitenlandse inmenging. In afwezigheid van daadwerkelijke politieke en culturele elites domineert de middelmaat. De kracht van vrije en erudiete denkers moet worden aangeboord. Een krachtig intern debat is misschien wel de belangrijkste strategie in de politieke oorlog met het Kremlin en Poetins anti-liberale bondgenoten. Maar ook de herwaardering van vakmanschap en de traditionele Europese culturele verscheidenheid is essentieel om economische productie terug te winnen uit Azië.

Vrije markten en ondernemerschap zijn een groot goed zolang ze het algemene belang dienen. Dat algemene belang moet centraal gesteld worden als middel tegen de fragmentatie van het liberale Westen. De markt is te belangrijk om aan economen over te laten. Het past in de westerse traditie om het idee van vrije wereldhandel kritisch tegen het licht te houden, zoals elk idee, en het niet te beschouwen als een dogma.

Elmar Hellendoorn, post-doctoraal research fellow, Harvard Kennedy School.