Heeft Nederland nou gewoon niet zoveel met muziek?

Volgens André Doorlag is onze liefde voor muziek net zo vlak als het land waarin we leven

De publieke omroep laat Nederlandse muziektalenten niet aan bod komen, maar draait liever het hele jaar Top 2000-muziek.

Binnenkort breekt het Top 2000-geweld weer los. Miljoenen luisteraars zullen aan hun radio of smartphone gekluisterd zijn. Toch hebben wij niet zoveel met muziek. Op een paar subtoppers na hebben wij geen grote componisten gehad. Mooie traditionals hebben we ook niet. De volkse zangers André Hazes, Frans Bauer, Lee Towers of Jan Smit worden zo ongeveer als de grootste talenten beschouwd, terwijl we toch te maken hebben met muziek op het niveau van bruiloften en partijen.

Ter vergelijking: in Frankrijk waren Jacques Brel en George Brassens door iedereen geliefde volkszangers. Dan heb je het toch over een heel ander niveau. Dat deze volkse muziek veel aandacht krijgt is nog tot daar aan toe, maar dat we onze echte talenten, die er zeker zijn, verwaarlozen is kwalijker. Veel artiesten klagen er zelf ook over dat ze geen podium hebben om in aanraking te komen met het grote publiek.

Muzikaal scheetje

Als ze geluk hebben mogen talenten aanschuiven in een praatprogramma, waar ze een muzikaal scheetje mogen laten

Al in de jaren negentig verzuchtte Mathilde Santing - een van onze beste zangeressen, die prachtige covers heeft gemaakt met een heel eigen interpretatie - tegen mij: 'Wat ik ook maak, ze draaien het gewoon niet. Het is om gek van te worden.' Talenten als Eric Vloeimans, Ellen ten Damme, Blaudzun, Fay Claassen, Jan Kuiper, of recentelijk My Baby (veelbelovend), zie of hoor je nauwelijks.

Als ze geluk hebben mogen ze aanschuiven in een praatprogramma (DWDD, Pauw), waar ze een muzikaal scheetje ( 1 minuut!) mogen laten. Ook van de huidige grote internationale talenten Ane Brun, Agnes Obel, Björk, Silje Nergaard - de Scandinaviërs doen het heel goed - of Bon Iver, Fleet Foxes, London Grammar, Goldfrapp, Patrick Watson et cetera wordt zelden iets gedraaid.

Georganiseerde onverschilligheid

Het lijkt alsof er een muzikaal ijzeren gordijn om het land is getrokken

Het lijkt alsof er een muzikaal ijzeren gordijn om het land is getrokken, waar alleen de mainstream middelmaat nog doorheen weet te breken. Levensmuziek, pop en klassiek krijgen nog enige aandacht, maar al die andere genres (crossover, world, new age, filmmuziek) en zelfs jazz komen er bekaaid van af. De grote internationale namen in die genres Manu Katché, Khalil Chahine, George Winston, René Aubry of Mari Boine zijn hier nagenoeg onbekend.

Ironisch genoeg hoor je hun werk nog wel eens als achtergrondmuziek in een documentaire. Dat aan het eind van het jaar de Top 2000 wordt gedraaid kan niemand op tegen zijn, hoewel veel van die nummers zo langzamerhand diep in het verzadigingsgebied zitten. Erger is dat de rest van het jaar door de muziekzenders bijna ook uitsluitend Top 2000-muziek wordt gedraaid; een vorm van georganiseerde muzikale onverschilligheid.

Je kunt je afvragen waarom er niet meer protest tegen is tegen de Top 2000-plaatjes

Vlak/plat

Deze zenders hebben geen enkele intentie de luisteraars eens muzikaal te verrassen met iets wat ze nog niet kennen. Spotify en andere muziekplatforms zijn geen alternatief, omdat deze uitgaan van de keuzes die je zelf al hebt gemaakt. Voor muziek geldt wat ook voor het eten geldt: als je nog nooit van gratin dauphinois gehoord hebt, vraag je er ook niet naar tot je het een keer op je bord krijgt.

Duidelijk is dat de NPO op dit punt zijn publieke taken verzaakt. Die is vooral gericht op de kijk- en luistercijfers (lees reclame-inkomsten). Je zou toch van een publieke omroep kunnen verwachten dat die regelmatig (tweewekelijks bijvoorbeeld) een programma heeft waarin muziektalenten hun werk uitgebreid voor het voetlicht kunnen brengen, zoals we dat ook bij veel buitenlandse publieke omroepen zien. Hebben wij niet zoveel met muziek en zijn we al tevreden met wat Top 2000-plaatjes? Je kunt je afvragen, waarom er niet meer protest tegen is.

Een Amerikaanse vriend vroeg zich geërgerd af waarom wij toch steeds maar weer proberen die Amerikanen te imiteren in plaats van eigen muziek te maken zoals de Scandinaviërs of de Belgen wel doen. Misschien heeft het landschap onze weinig muzikale volksaard gevormd. We leven in een vlak/plat land. Onze liefde en gevoel voor muziek is ook vlak en voorspelbaar.