Harriët Duurvoort: Schande dat uitgerekend Nederland geen slavernijmuseum heeft
©

Harriët Duurvoort: Schande dat uitgerekend Nederland geen slavernijmuseum heeft

Slavernij is een hoofdplot geweest in het vuistdikke geschiedenisboek van Nederland

Ik heb een zwak voor Afrika, vooral rond Ketikoti. Het staat symbool voor mijn grotendeels in nevelen gehulde familiegeschiedenis. Zoals Noraly Beyer en Typhoon in de prachtige documentaire Amsterdam, Sporen van suiker zeiden: Als je meer weet, krijg je vastere grond onder je voeten over wie je bent.

Het stemt moedeloos dat ik Afrika niet anders ken dan als een continent van pijn. Hongersnood, oorlog, armoede. Ik groeide op met We are the World. Anno nu word ik moedeloos van de beelden waarin Afrikanen in het zoveelste gammele bootje half zinkend hun familie hebben gestouwd. Get Rich or Die Tryin', vrij naar 50 Cent. 'Rich' is misschien een bijstandsuitkering in een land als Nederland, want veel meer lijkt er niet in te zitten. Het zijn niet eens oorlogsslachtoffers, maar gelukzoekers. Velen vinden dat immoreel.

Men kan klagen over globalisering, maar deze aanspoelende Afrikaanse wanhoop is nadelige bijvangst van het feit dat dit óns nog steeds, dankzij oneerlijke handelsverdragen, het meest oplevert. Het is de dolksteek voor zwakke Afrikaanse economieën, nooit opgekrabbeld na eeuwen ontvolking en kolonialisme en nu geteisterd door verziekte corrupte regimes. Het gebrek aan historisch besef, juist in Nederland, stoort.

Stiekem vraag ik mij af hoe een Afrikaan die er toch in slaagt in Nederland te mogen blijven, ingeburgerd wordt

Stiekem vraag ik mij af hoe een Afrikaan die er toch in slaagt in Nederland te mogen blijven, ingeburgerd wordt. Hoe presenteert de Nederlandse cultuur zich, juist aan Afrikanen?

Hopelijk niet zoals aan mijn buurvrouw. Ze is nu rond de zeventig en werd nog ingeburgerd avant la lettre, in Suriname, toen onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. De Rijn komt bij Lobith ons land binnen, leerde zij. Ze is een ingebouwde TomTom, weet de kleinste Hollandse dorpjes te vinden op de kaart. Want wie dat niet leerde, kreeg met een rietje. Slavernij, in haar jeugd pas honderd jaar afgeschaft en voor haar als zwarte vrouw haar directe geschiedenis, werd afgedaan met 'ja, het was wreed, maar laten we nu naar de toekomst kijken'. Maar Baron, Boni, Jolicoeur, die in verzet kwamen tegen de Hollandse planters, waren oproerkraaiers geweest. Binnen zwarte gezinnen schaamde men zich en daarom werd er ook thuis niet over gepraat.

We leerden het vrolijke kinderliedje Faya si ton, dat over brandmerken bleek te gaan en een meester Jantje die alweer een kind had vermoord

Dat is voor mij herkenbaar, hoewel ik een generatie later in Nederland geboren en getogen ben. Aan de ene kant maakten we bij elke pijnlijke situatie het gebaar van de wrede bok. En leerden we het vrolijke kinderliedje Faya si ton, dat over brandmerken bleek te gaan en een meester Jantje die alweer een kind had vermoord. Maar vragen naar context en duiding was taboe.

Het was een glorierijk tijdperk voor Europa dat wereldhegemonie en welvaart bracht. En Verlichting, hoewel de vraag 'wat hebben we in vredesnaam te zoeken op al deze plekken?' niet opkwam. Centen laat je niet liggen, was de tijdgeest. Niet alleen de witten dachten zo, maar ter plekke ook de Afrikanen over hun broedervolken. En de Arabieren. Zwart goud, die handel in menselijke lichamen die als gebruiksvoorwerp dienden. Eenmaal afgerekend in witte handen, in het Hollandse Fort Elmina in Ghana bijvoorbeeld, begon de helletocht die onderdeel was van de grootste gedwongen volksverhuizing in de menselijke geschiedenis. Aangekomen in de nieuwe wereld wachtte slavernij, generaties lang. Drie eeuwen gruwelijke dwangarbeid, verkrachting, spaanse bokken, zweepslagen, vierendelingen als normale orde van de eindeloze dagen.

Hollandsch bloed, dat bloed heeft nog wel moed! Al bennen we niet groot, zingt men in de Zilvervloot. Nietsontziende ambitie maakte een piepklein landje tot wereldmacht die overal ter wereld diepe sporen en wonden naliet. In de 16de, 17de en 18de eeuw had Nederland nog geen twee miljoen inwoners, maar het Nederlandse aandeel in de trans-Atlantische slavenhandel wordt geschat op 600 duizend Afrikanen. Hun miljoenen nazaten vind je niet alleen in Suriname en de Nederlandse Antillen maar ook in de VS, Brazilië en overal in het Caribisch gebied. De New Yorkse Sojourner Truth bracht haar beroemde 'Ain't I a woman'-speech, mijlpaal in de abolitionistische beweging die zou uitmonden in de Amerikaanse burgeroorlog, met een dik Nederlands accent dankzij de eigenaar die haar als 9-jarige kocht.

Met het Ninsee vind ik het gênant dat uitgerekend Nederland geen slavernijmuseum heeft als in Liverpool of Washington. Nederland heeft het nodig de eigen koloniale geschiedenis in volle breedte te kennen en te erkennen, voor te gaan lamenteren over globalisering. Slavernij was geen zwarte bladzijde, maar is een hoofdplot geweest in het vuistdikke geschiedenisboek van Nederland.

Harriet Duurvoort is publicist.