Thomas van Luyn: 'De basisschool is lief, met z'n broodtrommeltjes. De middelbare is eenzaamheid, cijferstress en depressie'
© Robin de Puy

Thomas van Luyn: 'De basisschool is lief, met z'n broodtrommeltjes. De middelbare is eenzaamheid, cijferstress en depressie'

Oh oh oh, wat zijn die middelbare scholen leuk. Vol lieve slimme nerdy jongens en meisjes die allemaal maar wát blij zijn dat ze op de tofste school van het land zitten. Zo lijkt het tenminste wanneer je, zoals ik nu, de open dagen bezoekt. Mijn oudste moet er eentje uitkiezen, want hij is zonder mij te raadplegen ineens klaar met de basisschool. Da's nogal een schok. De basisschool is lief: broodtrommeltjes, handje vasthouden, pleister plakken en kusje erop. Middelbare school is eenzaamheid, cijferstress, depressie en klap voor je muil, zo pieker ik 's nachts. Had ik maar bonsai-kinderen die ik met een beetje bijknippen klein kon houden. Maar ze moeten de grote gevaarlijke kutwereld in, er is niets aan te doen.

Mijn gesomber staat in schril contrast met de positiviteit die de scholen op hun open dagen uitstralen. Het verbaast me altijd een beetje: waarom die wervende presentaties? Ze zitten al overvol, daarom moet er tenslotte geloot worden. Toch heeft ook de school waar elk jaar duizend keer meer kinderen op willen dan er ruimte is, een ronkend verhaal dat overigens bijna woordelijk overeenkomt met dat van alle andere. Iets met aandacht voor het individu, dat schijnt heel belangrijk te zijn. Ook het woord ontplooien valt vaak, dat er een veilige omgeving gecreëerd wordt, en dat het óók om de ontwikkeling als mens gaat. Nergens een school die zegt: 'wij zijn echt retestreng. Hier zitten de kinderen een meter uit elkaar, zodat ze niet kunnen klieren. En wie een grote bek heeft, krijgt een mep met de lineaal. We garanderen discipline, concentratie en hoge cijfers. We doen niet aan toneel en schilderen, want dat kost maar tijd en hobby's zijn voor volwassenen. Let maar niet op het huilende meisje in de hoek, die moet de hele nacht nablijven omdat haar mobiel afging tijdens de les. En nou oprotten, ik moet werkstukken nakijken.'

Ik moet maar varen op het instinct van mijn 11-jarige, die voorlopig een enorm ouderwets stoffig gymnasium op nummer 1 heeft gezet, op de voet gevolgd door een nieuwe hippe funky scholengemeenschap. Geen peil op te trekken. Ik speur ondertussen vergeefs naar aanwijzingen dat mijn zoon hier leuke vriendjes en inspirerende leraren zal vinden, dan wel waarschuwingen dat hij hier dagelijks zal worden afgeperst en ondersteboven in de prullenbak gestopt. Ik kan echter door de mist van optimisme die overal hangt weinig zien. Alle bezoekende kinderen hebben er zin in, in die toekomst, en alle leerlingen die er rondlopen zijn mooi, slim en lief, ik wil ze allemaal als vrienden voor mijn zoon. Sterker nog: ik wil er zelf bijhoren. Ik wil overnieuw beginnen, weer 12 zijn en ditmaal bij de astronomieclub gaan of zoiets sufs. En dan een disco organiseren in de sterrenwacht. Ach jongens, ik wist het wel. Youth is wasted on the young.

Straks fietst hij gewoon elke dag naar een gebouw aan de andere kant van de stad, hij zal er voor zijn gevoel een eeuw lang in lokalen zitten en door gangen lopen. Hij zal verliefd worden op een meisje dat dwars door hem heen ziet, en begeerd worden door een ander zonder dat hij het doorheeft. Hij zal leren dat je voor sommige jongens moet oppassen, en zuinig moet zijn op andere. Boven alles zal hij een muzieksmaak ontwikkelen. Dat is het belangrijkste, wat die zal het langste meegaan van alles wat hij er leert.

t.vanluyn@volkskrant.nl

@thomasvanluyn