Greta Riemersma woonde in Friesland én de Randstad en ziet dat 'de kloof' tussen die twee niets nieuws is

'Het noorden en het westen zijn twee totaal verschillende werelden'

Sinds de blokkade door pro-Zwarte Piet-activisten staan de media bol van 'de kloof' tussen de Randstad en de provincie en dan met name Friesland. Niks nieuws, betoogt Greta Riemersma, die in beide werelden heeft geleefd.

Op 21 februari 1985 kwamen in Friesland twee werelden bij elkaar. Voor het eerst sinds 22 jaar werd op die dag een Elfstedentocht gehouden, waardoor het hele gebied aan weerszijden van de Bonkevaart even buiten Leeuwarden onherkenbaar veranderde. Naast de finish kwam een vloed van uitzendwagens en geïmproviseerde studio's uit Hilversum te staan, die de hele dag live zouden uitzenden.

Het scheen iets heel bijzonders te zijn. 'Als het begint te vriezen, ontdooien de Friezen', hoorde je Nederlanders zeggen

Ik studeerde in Groningen en kwam de avond ervoor bij mijn ouders in Oenkerk, een dorpje tussen Leeuwarden en Dokkum waar ik opgroeide. Ik herinner mij de sfeer bij ons thuis, onze lichte verbijstering over al die niet-Friezen die zich massaal stortten op ónze Elfstedentocht. Mijn vader toog naar 'de Bonke' en kwam terug met het verhaal dat hij Mart Smeets had zien lopen. Mart Smeets! In Friesland! 'Groot lijf heeft hij', zei mijn vader.

De Nederlanders, zoals ik de niet-Friezen toen noemde, verbaasden zich ook over ons. Dat openbaarde zich na 21 februari, toen ze niet uitgepraat raakten over de Friezen, die in hun ogen een onverwachte losheid hadden vertoond. Heel Nederland had op de televisie gezien hoe Friezen langs de Elfstedenroute met hoempabandjes uit hun dak gingen. Het scheen iets heel bijzonders te zijn. 'Als het begint te vriezen, ontdooien de Friezen', hoorde je Nederlanders zeggen.

Afgelopen weekend kwamen deze perikelen bij me boven naar aanleiding van de blokkade op de snelweg bij Joure. Friezen verhinderden drie bussen met anti-Zwarte Piet-activisten de doorgang naar Dokkum, waar ze zouden demonstreren bij de Sinterklaasintocht. Sindsdien gonst het op allerlei mediakanalen: er gaapt een kloof tussen de Randstad en de provincie. Er zou sprake zijn van 'verdeeldheid', een 'schisma' zelfs, een 'Randstad-plattelandoproer'. Anderen weerspreken dat en hebben het over een 'fopkloof'.

Hoe zit het nu? Ik geloof zeker dat er een kloof is, alleen is die niet nieuw. Het is het aloude verschil tussen stad en platteland waarover vaak alleen clichébeelden worden uitgewisseld. Volgens Randstedelingen zijn Friezen 'stug' omdat ze altijd in de plooi blijven, behalve in bijzondere gevallen. Friezen vinden Randstedelingen 'arrogant' omdat ze alles beter weten. Als het vriest zijn ze ineens expert op het gebied van ijsdikte, klúnen en Beerenburg, en nu willen ze ook al de sfeer bepalen op een Friese Sinterklaasintocht. Het enige verschil met 1985 is dat de clichébeelden nieuwe namen hebben gekregen: de Friezen heten 'bezorgde burgers' en de Randstad is verengd tot de 'culturele elite' in Amsterdam.

Na al die jaren wordt het tijd de kwestie serieus te nemen: is de kloof echt zo diep als die lijkt na afgelopen weekend?

Na al die jaren wordt het tijd de kwestie serieus te nemen. Wat schuilt er achter de clichés? En is de kloof echt zo diep als die lijkt na afgelopen weekend? Ik heb in beide wereld geleefd, wat als voordeel heeft dat ik meerdere keren met de ogen van een vreemdeling heb gekeken. Na achttien jaar Friesland volgden Groningen, Rotterdam, Amsterdam en opnieuw Groningen waar ik voor de Volkskrant vier jaar correspondent in de drie noordelijke provincies was. In die contreien woon ik nog steeds, maar ik zwerf vaak door de rest van Nederland.

Met grote zekerheid kan ik zeggen dat het noorden en de grote steden in het westen van Nederland totaal verschillende werelden zijn. Lees de bestseller van Geert Mak uit 1996, Hoe God verdween uit Jorwerd, voor een adequate beschrijving van het platteland. Ik herkende alles, het was mijn terrein, met koeien en trekkers en disco's in boerenschuren. Het was er soms onbehouwen, maar daarachter school vaak vriendelijkheid.

Voor mij was de Randstad aanvankelijk een soort Mars. In de horeca kreeg je er soms het wonderlijke gevoel dat ze je liever zagen ophoepelen. In winkels was er geen caissière die je aankeek en iedereen zei maar 'je' en 'jij' tegen elkaar of nog erger: 'Schat.' De eerste keer dat een wildvreemde in Amsterdam 'schat' tegen me zei, dacht ik dat ik het niet goed hoorde. Schat? In mijn dorp betekende dat ongeveer een huwelijksaanzoek.

Er zijn meerdere oorzaken voor de kloof tussen stad en platteland, maar dit lijkt me de belangrijkste: het verschil in inwonersaantallen. In een dorp ben je met weinig, in een stad met veel en dat is allesbepalend voor de sociale omgang. Van mijn Friese dorp was ik gewend dat bijna iedereen elkaar kende, met alle gezelligheid maar ook sociale controle van dien. Je hield altijd rekening met het eventuele oordeel van anderen, de schaamte was nooit ver weg.

De eerste keer dat een wildvreemde in Amsterdam 'schat' tegen me zei, dacht ik dat ik het niet goed hoorde. Schat? In mijn dorp betekende dat ongeveer een huwelijksaanzoek.

In Amsterdam leerde ik die houding snel af. In een stad sluit je je af voor de meeste andere mensen, leef je meer in de anonimiteit. Het wakkert misschien de eenzaamheid aan, maar ook de creativiteit, het zelfbewustzijn. Wat kan jou het schelen wat de buren van je denken. Die ken je vaak toch niet. Dat geeft vrijheid.

Op een hoofdstedelijke slemppartij maakte ik mee hoe iemand met zijn blote kont in de spoelbak belandde. Ik had in Friesland wel gekkere dingen gezien: de plaatselijke fietsenmaker die tijdens een dorpsfeest aan het vechten sloeg en met een bebloed gezicht aftaaide, of pakken hooi die tijdens een feest in de fik gingen.

Maar dit was het verschil: in ons dorp had iedereen het er dagen later nog over, in Amsterdam lachte iedereen en ging over tot de orde van de dag. Randstedelingen, constateerde ik, waren net speelgoedpoppetjes die altijd weer overeind veren. Woorden en daden wogen er net iets minder zwaar. Ik moest eraan wennen, maar vond het na een tijd wel relaxed.

Hoe past de Friese snelwegblokkade in dit verhaal? Initiatiefnemer Jenny Douwes wilde voorkomen dat er tijdens de intocht anti-Zwarte Pietdemonstranten tussen de kinderen zouden staan, verklaarde ze overal. Op het filmpje waarin ze in het Fries opriep tot haar 'ludieke actie' voegde ze toe: 'Laten ze gewoon met hun agressieve gesodemieter... überhaupt met dat gezeur in Amsterdam blijven. Dat ze daar niet goed bij hun hoofd zijn, weten we allang. Maar wij hebben hier nog een beetje nuchter verstand.'

Mijn hele leven heb ik van Friezen dit soort opmerkingen gehoord, die perfect hun onbegrip illustreren over de Randstad. Ze hebben het dan niet over een specifiek deel van de Randstad, maar over een mentaliteit. Nogal wat Friezen kunnen niet tegen de Randstedelijke goedgebektheid, al dat zelfvertrouwen.

In 2001 sprak ik voor een reportage met de eigenaar van café-bar De Driesprong in Paesens-Moddergat, een gehucht onder de Friese zeedijk. Hij ergerde zich groen en geel aan 'de Hollanders' die in zijn dorp waren komen wonen. 'Ze werken zich op in de gemeenteraad en Dorpsbelang omdat ze wat beter kunnen lullen dan de meeste anderen hier. Maar ze weigeren zich aan te passen', zei hij.

Laten we eerlijk zijn: voor de meeste Randstedelingen bestaat Nederland uit de Randstad, dus wat maakt het ze uit hoe de mores in Friesland zijn

De nieuwkomers deden er alles aan om van Paesens-Moddergat 'een bejaardenoord' te maken. Ze hadden commentaar op een bultje stront, aldus de café-eigenaar, want dat bleek te stinken. De timmerman mocht naar zijn zeggen niet meer timmeren, vanwege de geluidsoverlast. 'Als zij hun zin krijgen', zei hij over de Randstedelijke dorpsbewoners, 'dan gaat straks de laatste haan in een geluidsdicht hok.'

Het is een cultuurverschil waar Randstedelingen waarschijnlijk nauwelijks bij stilstaan. Laten we eerlijk zijn: voor de meeste Randstedelingen bestaat Nederland uit de Randstad, dus wat maakt het ze uit hoe de mores in Friesland zijn. Daar heb je leuke folklore en af en toe wat onbegrijpelijke reacties van Friezen, maar verder gaat hún leven wel door.

Omgekeerd fokken Friezen zich wel degelijk over de Randstad op. Door de bank genomen vinden ze het storend dat zij in een vergelijking tussen die twee werelden als de domme Japies eindigen. Dat oordeel doet hun geen recht, de desinteresse spat ervan af. Hoezo ontdooiden wij alleen als het vriest? Ik was niet de enige die in 1985 die opmerking absurd vond. Wat wisten die mensen eigenlijk van ons? Kwamen ze de Randstad weleens uit?

In dat onbegrip cultiveren Friezen hun imago als de niet-Randstedelingen, de niet-aanstellers. Jenny Douwes zei het bij Pauw zo: 'Normaal gesproken zijn wij nuchtere mensen. Normaal gesproken zeggen wij dus blijkbaar niet zo snel wat wij vinden.' Nee, dat is in kleine gemeenschappen niet verstandig, alles zeggen wat je vindt. Deze keer liep het dus overduidelijk anders.

Friezen lijden een beetje aan het Calimero-syndroom. En in hun bewijsdrift slaan ze soms door. In de jaren van mijn correspondentschap stond op de gemeentegids van Leeuwarden wel drie keer pontificaal de Achmea-toren vereeuwigd, een enorme fallus die de stad uit de verte iets San Francisco-achtigs gaf. In werkelijkheid woonden er nog geen 100 duizend mensen in Leeuwarden en als je richting Groningen reed, mocht je niet harder dan 80 kilometer per uur.

Begrijp me goed, Friesland heeft me veel gegeven: een geweldige familie, de Friese taal, mijn eerste liefde, schaatsen, de geur van hooi, vriendschappen die tot vandaag duren. Ik ken veel warme Friezen. Maar dit moet ik ook zeggen: de Friese aard is complex. We voelen ons klein en groot. We kunnen losgaan en zijn tegelijkertijd trots op onze nuchterheid. In die tweespalt kunnen ontsporingen ontstaan.

In 2004 sprak ik met groepen Friese jongeren die zichzelf 'nationalisten' noemden en zeiden alle 'zwarten' te haten. Op kozijnen en houten banken in Dokkum en Zwaagwesteinde hadden ze hakenkruizen gekerfd en teksten als 'I hate niggers','white power' en '88', codetaal voor heil Hitler, immers twee keer de achtste letter van het alfabet.

In Dokkum trof ik Friese jongeren die met witte veters in zwarte kisten de superioriteit van het 'blanke ras' uitdrukten. Ze gaven alle 'buitenlanders' de schuld van hun eigen niet al te beste toekomstperspectief. Het was niet toevallig dat juist in Dokkum en omstreken dit soort jongens rondliep. Al decennia is het een krimpregio. Ik ken het gebied goed, alle vier mijn grootouders woonden er. Mijn moeder was dertig jaar lerares op de huishoudschool in Dokkum.

Mijn moeder vertelde in de jaren tachtig al over de enorme hoeveelheid uitkeringsgerechtigden die vooral boven Dokkum woonde. De banen, de middenstand en vervolgens de mensen verdwenen er, maar met 'buitenlanders' had dat niets te maken. Ik kan mij niet herinneren dat ik er destijds ooit één in die contreien ben tegengekomen. Verwrongen nationalistische gevoelens wortelen goed in een schrale bodem.

Het dichten van de kloof tussen Friesland en de Randstad is niet moeilijk. Een beetje werkelijke interesse in elkaar

In 2004 bestond het rechts-extremisme in Friesland uit splintergroepjes. Hoe wijdverbreid het nu is, is onduidelijk. Jenny Douwes heeft meerdere keren gezegd dat ze er niets mee te maken heeft en ze wijst daarbij op de massale steun die ze voor haar actie kreeg. Dat zijn natuurlijk niet allemaal rechts-extremisten. In De Telegraaf vertelde ze wel dat ze steeds vaker wakker ligt van 'de immigratie, Oekraïne, die vreselijke politieke correctheid, drammerige feministen, het gedoe rond Zwarte Piet'. Onheilspellend vond ze het.

Ik weet wel wat andere zaken om wakker van te liggen: de situatie boven Dokkum. Of de situatie in andere Friese streken die werk kunnen gebruiken - en winkels, zwembaden en politiebureaus, sportscholen, pinautomaten en huisartsenposten. Eén ding staat vast: met het tegenhouden van anti-Zwarte Piet-activisten krijg je niet één van die zaken terug.

En ondanks alle krimp is het leven in Friesland zo slecht nog niet, constateer ik elke keer als ik er kom. Burenhulp is er behoorlijk normaal. Mensen bouwen schuren met elkaar, snoeien gezamenlijk bomen, verzorgen zieken. Ze trekken zich nog steeds elkaars lot aan.

Het dichten van de kloof tussen Friesland en de Randstad is niet moeilijk. Een beetje werkelijke interesse in elkaar. In de beste traditie van het Friese platteland.


Dit schreven we ook over de kloof

Bestaat de kloof tussen de Randstad en het platteland wel?
Groeiende verschillen tussen Randstad en de gebieden daarbuiten, het gaat er de laatste jaren vaker over. Telegraaf-journalist Duk, die berichtte over het Friese anti-anti-Zwarte Piet-protest, constateert ook een cultureel schisma. 'Thema's als genderneutrale toiletten, 'diversiteit' en vooral het debat over Zwarte Piet worden door een kleine culturele elite aan de rest van Nederland opgedrongen.' Maar wordt Nederland echt zo uiteengereten door een kloof?

Een fopkloof negeert alle andere valkuilen in de maatschappij
Margriet Oostveen ziet in Leeuwarden hoe pas echt een afgrond loopt tussen twee arme Friese buurten.