Een bezoeker bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark in Amsterdam.
Een bezoeker bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark in Amsterdam. © ANP

Gevolgen van slavernij zitten in maatschappelijke ongelijkheid, niet in cijfers

Martin Sommer vertroebelt de weg naar gelijkheid

Met verbazing las ik het stuk van Martin Sommer 'Verslaafd aan slavernij' (Opinie, 26 augustus). Sommer lijkt niet te beseffen dat de inbedding van de gevolgen van slavernij niet in de cijfers zit, maar in de maatschappelijke ongelijkheid gebaseerd op kleur of afkomst. Deze ongelijkheid heeft onder meer haar wortels in de tijd dat Nederland een actieve speler was in de slavenhandel. Argumenten dat de handel in tot slaaf gemaakten een 'marginale sector' was en de reders die zich ermee inlieten 'vooral verlies leden' zijn daarbij irrelevant.

Het gaat erom dat we in de Gouden Eeuw noemen een sociale constructie hebben gebouwd waarin wit als superieur werd gezien

Sommer maakt een interpretatiefout door de uitspraak van Taco Dibbits dat 'slavernij ons in de vezels zit' te koppelen aan cijfers die het Nederlandse aandeel aan de slavenhandel lijken te verkleinen. Door te focussen op de juistheid van de cijfers gaat hij voorbij aan het doel van het diversiteitsdebat: erkennen van het Nederlandse aandeel in slavernij is erkennen dat er in Nederland een systematische ongelijkheid bestaat voor een groep Nederlanders met een cultureel diverse achtergrond.

Het gaat er niet om de huidige generaties verantwoordelijk te houden voor de daden van hun voorvaderen. Het gaat erom de bouwstenen van de huidige maatschappij bloot te leggen. En daar vormt de geschiedenis een onuitwisbaar fundament van. Als je de huidige maatschappij ziet als een huis waarvan de fundamenten door onze voorvaderen zijn gelegd en waar wij aan doorbouwen, kun je er niet omheen dat er constructiefouten zijn gemaakt.

Daarom gaat het er niet om dat ook in Europa mensen in erbarmelijke omstandigheden leefden. En ook niet of een paar miljoen meer of minder tot slaaf gemaakten tegen hun wil naar de koloniën werden gebracht. Het is niet zozeer van belang of meer of minder dan 1 procent van de Nederlanders actief was in de slavenhandel. Het gaat erom dat we in de tijd die we de Gouden Eeuw noemen een sociale constructie hebben gebouwd waarin wit als superieur werd gezien en niet wit als minderwaardig. Elementen van die constructie van ongelijkheid zijn nog steeds de dagelijkse realiteit van een aantal Nederlanders met een cultureel diverse achtergrond.

Zolang de premier zegt dat Mohammed zich moet invechten om dezelfde positie te krijgen als Jan, realiseer ik me dat het sociale construct van ongelijkheid nog diep geworteld is

Zolang in onze maatschappij mensen met een Nederlandse naam en een strafblad meer kans op een baan hebben dan Nederlanders zonder strafblad met een buitenlands klinkende naam, kan het mij niet schelen welke wetenschapper de juiste aantallen over de slavenhandel hanteert. Zolang de premier zegt dat Mohammed zich moet invechten om dezelfde positie te krijgen als Jan, maar dat hij daar niets aan kan doen, realiseer ik me dat het sociale construct van ongelijkheid nog diep geworteld is. Zolang zulke uitspraken zonder gene gedaan kunnen worden, besef ik dat we nog ver verwijderd zijn van een oplossing die gelijkwaardigheid van elke Nederlandse burger waarborgt.

Het lijkt mij dat Sommer zijn argumentatie niet gebruikt om naar een oplossing te zoeken in het diversiteitsdebat, maar met het betwisten van de cijfers de weg naar gelijkheid juist vertroebelt.

Jörgen Tjon A Fong is regisseur en schrijver.