Archiefbeeld van een lerarenkamer.
Archiefbeeld van een lerarenkamer. © Aurélie Geurts

Opinie: Geef leraren het vetorecht bij de keuze van hun rector of directeur

Leraren zouden op zijn minst een vetorecht moeten hebben bij de keuze van rector of directeur.

Ik lees in een bericht van een regionaal dagblad dat mijn school een nieuwe rector heeft. Een paar uur later vind ik de bevestiging in mijn mailbox. Mijn collega's halen de schouders op. Zij willen vakantie.

Hoe anders ging dit vroeger. De selectie van leiderschap in het onderwijs is onder invloed van het bekostigingsstelsel en bestuurlijke schaalvergroting wezenlijk veranderd. Vroeger was de schoolleider een eerste onder zijn gelijken. De primus inter pares. Nu is het een filiaalhouder van een maatschappelijke onderneming. Voor de samenwerking op en met de werkvloer is dit niet goed. Geef daarom leraren het vetorecht bij de keuze van hun schoolleider.

Mijn vader was rector. Gedurende het laatste kwart van de vorige eeuw. Toen hij de baan kreeg, eiste hij dat zijn benoeming niet zou uitlekken. Eerst wilde hij zich presenteren op school. Later mocht de rest het weten. Hij wist: met de leraren moet ik het doen. Respect vereist wederkerigheid. In die tijd leverde de overheid het geld. Leraren en hun praktijkkennis bepaalden de inrichting van de school. Als er een functie vrijkwam in de directie, beslisten zij middels stemming wie de vacature ging vervullen. Op deze vorm van lerarenzelfbestuur valt best wat aan te merken, maar leiding en werkvloer waren met elkaar verbonden. Dat maakte de school stuurbaar, zij het moeizaam.

En dat is niet meer. De neoliberale jarennegentigverschuiving van government naar governance verandert de gezagsverhoudingen. Niet het ministerie maar besturen zijn de beleidsmakers van de scholen. Door die verzelfstandiging transformeert dat bestuur naar een maatschappelijke onderneming. De schoolleider fungeert als filiaalhouder en bewaakt de missie van die onderneming. Vandaar dat het bestuur de selectie van leiders naar zich toetrekt. Leraren degraderen in deze constructie tot vakkenvullers, een MR-afgevaardigde mag meedoen in de selectie van leiders, de rest staat gerangeerd op een zijspoor.

Deze onderwijsinvulling van een maatschappelijke ontwikkeling geeft ambitie een nieuwe dynamiek. Leidinggevenden richten zich niet meer op de leraren met wie ze werken, maar op de boven hen gestelde bestuurders met bijbehorende managementcultuur. En dus kleden ze zich anders, hanteren een onderscheidend jargon rond begrippen als innovatie, sturing en verantwoording. Leraren staan ondertussen in klaslokalen en hebben andere zaken aan hun hoofd. Zij verwerken per dag gemiddeld 150 leerlingen. De onderlinge verwijdering is een feit. Met ontwrichting van de schoolorganisatie en desintegratie als tastbare gevolgen.

Dit lerarengedrag is als het welvaartsverlies van het klassieke gevangenendilemma

Dit is een heuse kwestie. Kinderen met al hun behoeften en mogelijkheden aan het leren krijgen, opvoeden tot burger, vereist namelijk samenwerking. Samenwerking rust op de pijlers binding, vertrouwen en wederkerigheid. En leraren zijn net mensen. Vanaf het moment dat die pijlers wankelen, prevaleert het eigen belang. Het lelijke gezicht van lesgeven. Dat ziet er zo uit. Wat er aan het begin van de les af gaat, komt er aan het einde niet bij en dus beginnen we wat later. Als kinderen moe zijn, ach, laat ze, dan doen we lekker niks. Herrie in de klas heet zelfstandig werken. En voor slechte scores op toetsen geldt: eigen verantwoordelijkheid. En kijk nou, de zoemer gaat, snel naar huis.

Dit lerarengedrag is als het welvaartsverlies van het klassieke gevangenendilemma. Twee misdadigers plegen een moord tijdens een overval. De politie heeft geen bewijs. Ze worden apart verhoord. Zwijgen betekent drie maanden vast voor verboden wapenbezit. Als één gevangene bekent, krijgt hij vrijspraak, de ander levenslang. Allebei bekennen staat voor vijf jaar straf. Het eigenbelang staat voor snel bekennen. De ander krijgt straf, jij niet. En als jij niet bekent, doet de ander het. Jammer, want met zwijgen zijn beide partijen beter af. Maar daarvoor is vertrouwen nodig. Vertrouwen dat de ander ook zwijgt. Het is aan wijze en gezaghebbende leiders om dat vertrouwen te organiseren. Door het vragen van offers ten behoeve van het geheel. In ruil voor een tegoedbon met waardering.

Het is aan de leraren om te beoordelen of een potentiële schoolleider de kwaliteit heeft de vereiste samenwerking te organiseren

Maar momenteel kunnen leraren zeggen: die schoolleider, dat bestuur, het staat zoooo ver van me af, ik doe wat ik doe, heb het daar erg druk mee, laat gaan. En zo ontstaat een schoolcultuur van ja zeggen, nee doen, met enorme verschillen in lesaanpak, veelal persoonsgebonden en intuïtief. Iemand met een beetje arbeidsmarktwaarde wil hier niet bijhoren. De gedesintegreerde schoolorganisatie is een veel gebezigd motief voor vertrek uit het onderwijs.

De goed werkende school vereist cohesie. En daarom verdienen leraren meer verantwoordelijkheid bij de inrichting van hun eigen werkomgeving. Het is aan hen om te beoordelen of een potentiële schoolleider de kwaliteit heeft de vereiste samenwerking te organiseren. Een door het bestuur voorgestelde kandidaat komt er niet in zonder hun toestemming. Geef leraren vetorecht. Na hun ja mag dan eindelijk dat persbericht van de afdeling communicatie de deur uit.

Ton van Haperen is leraar in Eersel, lerarenopleider in Leiden en columnist van het Onderwijsblad.