Lakshmi Sundaram, Kasawadu Abubakari en Prinses Mabel van Oranje van Girls not Brides tijdens een persconferentie over de uitreiking van de Geuzenpenning aan haar organisatie Girls Not Brides.
Lakshmi Sundaram, Kasawadu Abubakari en Prinses Mabel van Oranje van Girls not Brides tijdens een persconferentie over de uitreiking van de Geuzenpenning aan haar organisatie Girls Not Brides. © ANP

Gastcolumn: 'Bestrijd moderne slavernij en weiger niet-slaafvrije producten'

Iedereen kan iets doen tegen moderne slavernij, betoogt gastcolumnist Kathleen Ferrier. Betrokkenheid van het bedrijfsleven is daarbij nodig.

Op 13 maart ontving de organisatie Girls Not Brides de Geuzenpenning. Deze penning wordt jaarlijks uitgereikt aan een persoon of organisatie die, net als de Geuzen in 1941, onverschrokken opkomen voor mensenrechten.

Girls Not Brides doet dat. Het is een samenwerkingsverband van meer dan negenhonderd organisaties in 95 landen die streven naar een wereld waarin meisjes kind kunnen zijn en niet voor hun 18e uitgehuwelijkt worden.

Onderwijs speelt daarbij een cruciale rol en niet alleen basisonderwijs. Hoger, beroeps- en universitair onderwijs aan meisjes verdienen meer politieke prioriteit. Daarmee voorkom je effectief kindhuwelijken, wordt de economische zelfstandigheid van vrouwen bevorderd en daarmee de economie van het land.

Ik spreek uit ervaring. Sinds 2016 ben ik als Honorary Professor Mensenrechten verbonden aan de Asian University for Women (AUW) in Bangladesh. Deze in 2008 opgerichte universiteit heeft vele tientallen meisjes opgeleid tot leiders van hun gemeenschappen. Momenteel zijn er meer dan vijfhonderd studenten, afkomstig uit de meest kansarme gebieden van vijftien Aziatische landen, zoals het platteland in Afghanistan, vluchtelingenkampen in Syrië, de textielindustrie in Bangladesh, Rohingya-meisjes uit Myanmar. 

Toba uit Afghanistan was vier toen ze seksueel misbruikt werd door haar oom. De reactie van haar moeder: 'Wen er maar aan, dit hoort erbij als je een meisje bent'

Gretige drive

Zij zijn streng geselecteerd, niet alleen op hun intellectuele capaciteiten, maar vooral op hun vermogen creatief en oplossingsgericht te denken. Afgestudeerden komen terecht op plekken waar ze het verschil kunnen maken. Zo is AUW met de textielindustrie in India en Bangladesh overeengekomen dat de families van de studenten worden doorbetaald en dat de meisjes na hun afstuderen kunnen terugkomen. Niet meer aan de lopende band, maar op plekken waar beslissingen worden genomen.

Ieder jaar doceer ik een aantal weken in Chittagong en iedere keer weer raak ik onder de indruk. Van de gretige drive van deze jonge vrouwen en van hun prestaties. Maar ook van wat zij hebben meegemaakt. Toba uit Afghanistan was vier toen ze seksueel misbruikt werd door haar oom. De reactie van haar moeder: 'Wen er maar aan, dit hoort erbij als je een meisje bent.' Farida uit Pakistan werd uitgehuwelijkt toen ze 12 was, haar ouders wilden voorkomen dat ze ongehuwd zwanger zou raken. 'Ik kan nog steeds niet geloven dat ik mag studeren. Het is een bevrijding uit de hel.' En Renu uit India werd gered uit handen van een mensenhandelaar, die haar verkocht aan een landbouwbedrijf in Sri Lanka.

Niet alleen meisjes worden slachtoffer van mensenhandelaren. De mooie baan op een Thaise vissersboot die Tom werd aangeboden, bleek een horrorverblijf van vele maanden op zee. Gedrogeerd worden om het werk van minstens 14 uur per dag vol te kunnen houden, nauwelijks eten krijgen en wie klaagt of ziek wordt, wordt overboord gegooid.

Ik heb hier in Zuidoost-Azië kennisgemaakt met organisaties die moderne slavernij aanpakken, ik heb slachtoffers ontmoet en veel geleerd over de miljoenenindustrie die mensenhandel is. Er zijn meer slaven dan ooit, 45.8 miljoen, 25 procent komt terecht in de seksindustrie en meer dan 60 procent in productieketens van onze dagelijkse boodschappen. Ondanks alle inzet wordt nog niet 1 procent van de slachtoffers geïdentificeerd en bijgestaan.

Een belangrijke les is dat voor een effectieve aanpak samenwerking tussen sectoren en betrokkenheid van het bedrijfsleven nodig zijn. De onlangs in Nederland gelanceerde 'e-module herkenning mensenhandel' is hier een mooi voorbeeld van.

Transparantie in de productieketen

Eisen stellen aan het bedrijfsleven is iets waar de politiek vaak huiverig voor is

Een andere les is dat wetgeving cruciaal is. Sinds 2015 is in het Verenigd Koninkrijk de Modern Slavery Act van kracht. Anders dan de Nederlandse regelgeving - vooral gericht op kinderen, het straffen van daders en beschermen slachtoffers - gaat het hier om de aanpak van het probleem in volle breedte. Het is een actiegerichte wet die transparantie in de productieketen vereist. Eisen stellen aan het bedrijfsleven is iets waar de politiek vaak huiverig voor is. Onnodig: uit evaluatie blijkt dat het (internationale) bedrijfsleven juist positief reageert op de Britse wet: samenwerking van het bedrijfsleven met ngo's is verdubbeld en tussen verschillende bedrijfssectoren vindt meer onderlinge afstemming plaats.

Inmiddels zijn andere landen, zoals Australië, bezig met het opstellen van vergelijkbare wetgeving. Het is te hopen dat ook Nederland dit Britse voorbeeld volgt.

Bij de aanvaarding van de Geuzenpenning maakte Girls Not Brides duidelijk dat bij de aanpak van kindhuwelijken er een appèl gedaan wordt op ons allemaal. Het gaat immers om moraliteit, medemenselijkheid en het onverschrokken opkomen voor menselijke waardigheid. Datzelfde geldt voor de aanpak van moderne slavernij: iedereen kan een bijdrage leveren aan de aanpak, door signalen te durven herkennen (zie de e-module) en te weigeren producten te kopen die door moderne slaven gemaakt zijn.

Kathleen Ferrier, deze maand gastcolumnist van de Volkskrant, was Kamerlid voor het CDA. Ze woont nu in Hongkong waar ze als universitair docent werkt en betrokken is bij de aanpak van moderne slavernij.