Studenten volgen college aan de Erasmus Universiteit.
Studenten volgen college aan de Erasmus Universiteit. © ANP

Er is veel voor te zeggen om oud-studenten als geldschieters te rekruteren

Commentaar

Er is veel te zeggen voor fondsenwerving door universiteiten. Zolang ze er niet afhankelijk van worden.

Geld geven aan de universiteit waar je ooit hebt gestudeerd: het is in Nederland niet de gewoonte. Studenten onderhouden na hun afstuderen hooguit contacten met hun gezelligheidsvereniging, hun vroegere huisgenoten en soms met een studievereniging, maar niet met de universiteit. In die situatie komt aarzelend verandering. Sinds een paar jaar worden alumni op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen van hun universiteit en wordt soms een beroep gedaan op hun expertise. Maar als donateur worden zij nog maar zelden aangesproken.

De Nederlandse overheid geeft volgens de OECD gemiddeld ruim 19 duizend dollar per jaar per student uit

De Rotterdamse Erasmus Universiteit brengt verandering in die situatie. Met een op Amerikaanse leest geschoeide fondsenwerving onder oud-studenten. Het streven is een fonds van 100 miljoen euro. In vergelijking met de meest prestigieuze zusterinstellingen in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten - die jaarlijks al snel een miljard dollar ophalen - is dat peanuts. Maar in vergelijking met landen waar het hoger onderwijs een overwegend publieke aangelegenheid is, is Nederland nu al vergaand afhankelijk van private middelen. Volgens de OECD werd drie jaar geleden al zo'n 30 procent van de activiteiten buiten de overheid om gefinancierd. In Denemarken was het hoger onderwijs slechts voor 5,3 procent 'geprivatiseerd', in België voor 12,1 en in Duitsland voor 14,2 procent.

Er is veel voor te zeggen om oud-studenten, die in de regel maatschappelijk profijt hebben gehad van hun opleiding, als geldschieters te rekruteren. Temeer omdat de bekostiging per student is afgenomen naarmate de deelname aan het hoger onderwijs toenam. Voor haar primaire taken mag de universiteit echter niet afhankelijk worden van deze - instabiele - bron van inkomsten. De noodzaak daarvoor ontbreekt ook, gezien de omvang van de publieke bekostiging. De Nederlandse overheid geeft volgens de OECD gemiddeld ruim 19 duizend dollar per jaar per student uit. In België en Duitsland bedragen die cijfers respectievelijk ruim 17 duizend en ruim 16 duizend dollar. Om te suggereren dat particuliere giften voor Nederlandse universiteiten een levensnoodzaak zijn, zoals hoogleraar filantropie René Bekkers doet, is wellicht wat overdreven. Maar een welkom extraatje vormen ze zeker.