Koeien zoeken verkoeling in de schaduw van bomen in de rivier de IJsel, 29 augustus
Koeien zoeken verkoeling in de schaduw van bomen in de rivier de IJsel, 29 augustus © Nederlandse Freelancers

Een koe moet lekker in de wei kunnen lopen

Wie het wezen van de koe respecteert, ontkomt niet aan weidegang, het laten zogen van kalfjes en natuurlijke inseminatie, meent Wim van Oort. De Caring Vets vinden dat de mensheid beter af is met plantaardige voeding.

Een wetenschapper kan een koe niet naar haar levensgeluk vragen, maar wetenschappelijk onderzoek heeft wel veel inzichten over de fysiologische en gedragsbehoeften van een koe opgeleverd. Een veehouder die nog echt contact heeft met zijn vee en niet alleen gericht is op productie, weet heel goed wat voor het dier wenselijk is. Het is zorgelijk om te constateren dat steeds meer veehouders en wetenschappers op wezensniveau van het dier de verbinding zijn kwijtgeraakt.

Een gezond mens wil van nature bewegen en naar buiten. Iemand met obesitas, een verstoorde energiebalans met overgewicht als gevolg, voelt zich vaak behaaglijker binnen en met minimaal bewegen. Te veel bewegen kan zelfs tot ernstige gezondheidsklachten leiden. We mogen en kunnen mensen niet vergelijken met dieren en vanuit ons menselijke bewustzijn gewaarwordingen toedichten aan dieren, maar het voorbeeld maakt wel duidelijk dat welzijn afhankelijk is van de leefomstandigheden van de betreffende persoon.

Gaan we bij een toenemend aantal obesitaspatiënten accepteren dat hun welzijn de nieuwe norm wordt? In de melkveehouderij lijkt dat wel het geval. Fokprogramma's gericht op meer melk hebben ertoe geleid dat de melkproductie per koe de afgelopen decennia enorm gestegen is. Dit in combinatie met uitgebalanceerde voerschema's, op de intensieve veehouderij aangepaste huisvestingsmethoden en geautomatiseerde melkinrichtingen (robots). Rond 1900 gaven Nederlandse koeien 2.500 liter melk per jaar, 50 jaar later 3.980 liter en momenteel zo'n 8.000 liter met uitschieters naar 12 duizend liter.

Hierdoor is er voor de koeien veel veranderd. Voorheen ging het domesticatieproces zeer geleidelijk en kon de koe zich in de loop van eeuwen geleidelijk aanpassen aan veranderen-de omstandigheden. Dat was een natuurlijke evolutionaire ontwikkeling. De aanpassingen die de koe als soort de afgelopen decennia heeft ondergaan zijn echter naar verhouding ongekend groot en snel. Als reactie daar-op heeft het dier een 'tweede natuur' ontwikkeld, noodzakelijkerwijs berustend in de nieuwe situatie.

Iedereen is beter af met veel minder koeien

De Caring Vets vinden dat de mensheid beter af is met plantaardige voeding.

Bij sterke melkstuwing blijft de koe liever in de buurt van de melkrobot en bij klauwproblemen zijn langere loopafstanden geen optie. Een verblijf in de stal komt dan het welbevinden tot op zekere hoogte ten goede, maar heeft wel een negatieve invloed op de vitaliteit en levensenergie van de koe. Er ontstaat een vorm van levensmoeheid en men gaat voorbij aan de intrinsieke waarde van het dier.

Maar wat is dan de eerste natuur van de koe, de meest natuurlijke staat van zijn? Wezensbehoeften van runderen zijn onder andere toegespitst op het zelf in rust voedsel en water kunnen opnemen, grazen waarbij hun speciale tong zich om het malse gras wikkelt en dat via hun tanden wordt afgerukt. Daarbij ervaren ze waarneembaar meer consumptiegenot dan bij het eten van droog voer in een ligboxenstal. Ook het drinken uit nippeldrinkbakken is voor het dier wezenlijk anders dan de natuurlijke drinkwijze vanuit een sloot of grote drinkbak (andere tongbeweging). Wanneer er kruidenrijk grasland is, zijn geen aanvullende voedingssupplementen nodig en verbetert de natuurlijke weerstand tegen ziekten. Dit voorkomt de inzet van antibiotica.

Met de introductie van de melkrobot lijkt de koe definitief vervallen tot 'productieding'

Door de grote melkgiften zijn tepels aan het 'uitlubberen', met pijnlijke gevolgen. De melkrobot maakt op mechanische wijze contact en versterkt dit proces. Voorheen werden uier en spenen voor het melken vaak nog gewassen door de veehouder en was er een paar keer per dag fysiek contact met het dier. Met de introductie van de melkrobot lijkt de koe definitief vervallen tot 'productieding'. Het aantal gevallen van uierontsteking is drastisch toegenomen, met antibiotica als reddende engel.

Koeien houden ervan al liggend de huid 'aaibaar te prikkelen', bijvoorbeeld door met de onderbuik over rul gras te schuren. Bij weidegang kunnen ze zelf een geschikte plek uitzoeken, wat in de stal bijna onmogelijk is. Ze hebben ook behoefte aan een natuurlijk dag- en nachtritme, een dagelijkse rustperiode. In stallen waar 's nachts kunstmatige verlichting aan is ter stimulering van de voedselopname ervaren ze dat niet meer. Ook dat is welzijnsbeperking.

Een argument tegen weidegang is dat het vee onvoldoende beschutting heeft. Dit is zeker een punt van aandacht, vooral met de toename van hittestress. Op schilderijen van oude meesters is te zien hoe belangrijk bomen voor koeien zijn. Die verdienen weer een plek in het landschap en tot het zover is, kan bij extreem weer mobiele schuilgelegenheid worden ingezet. Het zelfregulerende vermogen is bij dieren sterk ontwikkeld, maar zal wel enkele liters melk kosten.

Kiezen we voor het respecteren van hun intrinsieke waarde, dan ontkomen we niet aan weidegang, evenals aan kalfjes laten zogen bij het moederdier, natuurlijke inseminatie en behoud van hun hoorns.

Wim van Oort is redacteur DierenPerspectief en ambassadeur dierenwelzijn van De Vrije Mare.