Markies de Canteclaer
Markies de Canteclaer © Toonder Compagnie BV

De opkomst van de strawberries, de nieuwe elite met het Engels als voertaal

Allemaal moderne markiezen de Canteclaer

Kent u Lousewies van der Laan nog? Waarschijnlijk niet en het hoeft ook niet. Ruim tien jaar geleden was ze partijleider van D66. Ik herinner me haar van een televisie-uitzending. Ze was op toernee en telefoneerde met haar zoontje. Wel je strawberries opeten hoor, zei ze. Het zoontje was 24-karaats Nederlands. Maar hij moest toch zijn strawberries opeten.

Zelf leerde ik nog Frans op de lagere school. Zolang is dat nog niet geleden

U kunt het verhaal terugvinden op Geenstijl.nl. Geen wonder, want Lousewies onthulde zichzelf als een soort Engelstalige markies de Canteclaer. Die kent u vermoedelijk ook niet meer, maar de markies was een haan uit de strip van Ollie B. Bommel. Voorzien van lorgnet en door het voortdurend uitroepen van 'parbleu' en 'fi donc' liet hij zien hoe chic hij was. Lousewies heeft school gemaakt en sindsdien is het snel gegaan met het Engels, vooral aan de universiteiten.

Tien jaar geleden was de norm en stond in de wet dat Nederlands de voertaal was. Er waren buitenlandse studenten en ook wel buitenlandse professoren. Zij leerden Nederlands. Zo staat het ook nog steeds in de wet, maar het schijnt niet meer te kunnen. Het Engels als universitaire voertaal is niet te stuiten, kun je lezen in rapport na rapport. Er zijn tal van officiële argumenten. De globalisering. Het moet van Europa. De zegeningen op het gebied van diversiteit. De standaard van het wetenschappelijke debat.

Engels als voertaal is gewoon een sociaal selectiemiddel, al eten de betrokkenen liever hun hoed op dan dat toegeven

Heel veel minder hoor je over de strawberries. Terwijl ik denk dat die de doorslag geven. Nieuwe dames en heren van stand dienen zich aan. En die bedienen zich van het Engels, zoals de hogere stand van vroeger zich van het Frans bediende. Frans was de diplomatieke taal, de taal van de cultuur. Maar toch vooral de taal waarmee adel en patriciaat zich van het volk onderscheidde. Zelf leerde ik nog Frans op de lagere school. Zolang is dat nog niet geleden.

Nu is het Engels geworden. Een beetje vader en moeder in Amsterdam-Zuid doen hun kind op de tweetalige school. Dan volgen de international classroom en het university college. De hele wereld ligt immers open. Maar er is ook veel concurrentie en dan komt dat Engels mooi van pas.

Datzelfde argument gaat op voor de universiteiten. Tegenwoordig gaat 40 procent van de jeugd naar het hbo of hoger. Cru gezegd heb je daar dus weinig meer aan. Iedereen kan studeren, de onderscheidende waarde van het hoger onderwijs is bijna weg.

Dan gaan we het in het Engels doen, al zal 80 procent van de afgestudeerden verder hun leven lang ook op het werk gewoon Nederlands spreken. Het maakt niet uit. Engels als voertaal is gewoon een sociaal selectiemiddel, al eten de betrokkenen liever hun hoed op dan dat toegeven.

Ik zal u zeggen waarom ik dat zo zeker weet. In het laatste KNAW-rapport over deze materie staat zonder omwegen dat Engelstalig onderwijs ten koste gaat van de toegankelijkheid. En dat vooral de allochtone jongeren daarvan het slachtoffer zijn. Normaliter is toegankelijkheid het eerste gebod aan de universiteiten. En het tweede gebod luidt dat allochtone jongeren zoveel mogelijk kansen moeten hebben. Tot het Engels als universiteitstaal ter sprake komt. Dan zijn al die geëngageerde bestuurders ineens heel stil.

Het zijn allemaal moderne markiezen van Canteclaer, fi donc en parbleu, maar dan in het Engels. Eet je strawberries, schatje.

Deze tekst spreekt Martin Sommer morgen uit bij het NPO 1 Radio Nationale Taaldebat (zaterdag van 11.00-13.00 uur). (Organisatie: NPO Radio 1 i.s.m. de Taalstaat, de Radboud Universiteit Nijmegen en de Volkskrant).

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.