De nobele kunst van het tegendenken

Rozendaal: 'Bij sommige onderwerpen is het hard nodig een ander geluid te laten horen'

De wereld heeft vaak wel héél snel zijn mening klaar over bètaonderwerpen. Gemakzucht, vindt Simon Rozendaal, de altijd wat tegendraadse wetenschapsredacteur van Elsevier Weekblad. Dit weekeinde gaat hij met pensioen.

Eerlijk is eerlijk: op deze plek had een ander verhaal moeten staan.

Simon Rozendaal, wetenschapsredacteur bij Elsevier Weekblad, zou aan de hand van onthutsende voorbeelden betogen dat wetenschappers zichzelf in het publieke debat nogal eens overschreeuwen. De wetenschapper heeft zijn ivoren toren verruild voor de zeepkist: in die woorden zal Rozendaal het morgen vertellen op een symposium ter gelegenheid van zijn pensionering.

Maar net was het interview af, of Rozendaals woorden zélf bleken aan de grote kant. Een door Greenpeace betaalde leerstoel waarover hij klaagt, blijkt bij navraag al tien jaar niet meer te bestaan. Een hoogleraar milieukunde die volgens Rozendaal zou hebben verkondigd dat hij graag angstvisioenen inzet om de maatschappij te beïnvloeden, bleek dat bij naspeuring genuanceerder te hebben gezegd.

Zelfs de klacht dat de postmodernistische filosoof Bruno Latour het vriespunt van water zou hebben aangeduid als een door mensen afgesproken sociale constructie - schandalig!, vindt Rozendaal - begint bij nadere inspectie te verdampen. Rozendaal blijkt het eens te hebben gelezen. In Elsevier.

Pot verwijt ketel. Wie staat hier nu eigenlijk op de zeepkist te overdrijven? Het is niet eens zo dat hij de boel bedondert; eerder heeft Rozendaal, polemist en mooischrijver, zich iets te veel laten meeslepen door zijn eigen heilige verontwaardiging.

Streep door het interview. Opnieuw. Want het is wel Simon Rozendaal die hier met pensioen gaat

'Een paar slordigheden, ontstaan wanneer je bij een interview enthousiast met elkaar zit te praten', geeft hij achteraf, zeer in verlegenheid gebracht, toe. 'Maar mijn betoog klopt, dat houd ik staande. En een beetje polemiseren hoort daarbij.'

Verdomme, Simon. Dat kan zo de krant niet in. Koortsachtig overleg achter de schermen. E-mail aan de chef van dit katern: 'Simon blijkt erg impressionistisch. Niet de keiharde, krakende analyse waarop we hadden gehoopt (zijn afscheidsrede leek beloftevoller!)'

Streep door het interview. Opnieuw. Want het is wel Simon Rozendaal die hier met pensioen gaat. Al ruim veertig jaar een begrip in de wetenschapsjournalistiek. Zelfverklaard vooruitgangsoptimist. Auteur van onder meer Het Grote Goed Nieuws Boek, waarin hij - nu wél goed dichtgetimmerd met cijfers en feiten - betoogt dat het van een afstandje bezien steeds beter gaat met de wereld, en dat we dat in de waan van de dag telkens vergeten. Rozendaal schreef het allemaal al op, jaren voordat anderen dat ook gingen doen.

We spreken hem in historisch Delfshaven, een oase van rust vlakbij de knus krioelende wirwar van telefoniewinkels, nagelstudio's en barbecuetenten van het Nieuwe Westen in Rotterdam. Al van ver zie je hem aankomen: groot, vierkant, fysiek, gestoken in loszittend zomers pak. Een nette heer, bij wie het volkse nooit ver weg is. Doosje sigaren op zak voor na het gesprek.

'Ik heb geleerd: als een heleboel mensen iets zeggen, dan moet je je achter de oren krabben'

Rozendaal

Tegendraads en dwars, zijn de typeringen die u altijd aankleven. Hoe ziet u dat zelf?

'Noem me liever een zelfstandig denker. Iemand die zich niet zo laat beïnvloeden door hypes en stromingen. Ik ben niet bewust tegendraads. Wel heb ik geleerd: als een heleboel mensen iets zeggen, dan moet je je achter de oren krabben. Mensen hebben de neiging om achter elkaar aan te lopen.'

Maar een beetje jennen is u niet vreemd. Als de vleesindustrie ter discussie staat, begint u over de voordelen van het 'lekkere stukje vlees'; als de man-vrouwgelijkheid of die tussen rassen een maatschappelijk thema wordt, schrijft u prompt dat er wel degelijk ook biologische verschillen zijn. Is dat nadrukkelijk omarmen van het politiek incorrecte nou een maniertje, of meent u het?

'Ik meen het - een beetje. Ik denk dat het goed is om tegengas in de samenleving te hebben. Bij sommige onderwerpen denk ik dat het zelfs hard nodig is om een ander geluid te laten horen. Natuurlijk zijn man-vrouwverschillen voor een belangrijk deel cultureel bepaald. Maar je moet er niet in doorschieten. Dan verlies je iets uit het oog. Want iedere arts en bioloog kan je vertellen: aangeboren verschillen zijn er wel degelijk.'

En er zijn uw immer relativerende artikelen over klimaatverandering. Toen Trump president werd, kopte u: 'Dit mag er weer over het klimaat gezegd worden nu Trump president is'. Het geeft u het imago van klimaatscepticus.

'Ik vind mijzelf absoluut geen klimaatscepticus. De klimaatwetenschap is een stuk rijper geworden en ook ik ben er inmiddels van overtuigd dat de mens inderdaad invloed heeft op het klimaat. Maar of het nou voor 30 procent is, 80 procent of 90 procent, dat kunnen we volgens mij nog steeds niet goed zeggen. Even los van de precieze details: het lijkt er sterk op dat de opwarming langzamer gaat dan veel mensen denken. Maar eigenlijk zeg ik: laten we over twintig jaar nog eens terugkijken.'

Toch doet het allemaal ook erg rechtsig aan. Altijd vóór de industrie en kernenergie, altijd tégen milieuhypes en klimaatactivisme.

'Tja, ik weet dat mensen mij zo zien en zo aanspreken, omdat ik bij Elsevier zit. Maar ik ben niet partijpolitiek gebonden en ik beschouw mijzelf ook absoluut niet als rechts. Ik denk bijvoorbeeld dat ik op het vlak van immigratie en moslims moeilijk als rechts ben in te delen.'

Simon Rozendaal

1951 Geboren in Schiedam

1973 Ingenieur organische chemie, TU Delft

1975 Wetenschapsjournalist, stichting Biowetenschappen en Maatschappij

1977 Redacteur wetenschap NRC Handelsblad

1979 Glaxo-award voor wetenschapsjournalistiek

1982 Initiatiefnemer wetenschapsbijlage W&O, NRC Handelsblad

1986 Overstap naar het weekblad Elsevier

1987 Van Marum-medaille, voor het populariseren van chemie

2000 Presentator diverse televisieprogramma's

2005 Erelid Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging (KNCV)

2007 Het grote goed nieuws boek

2011 Bloemlezing: Gesprekken met grote geleerden

2011 Autobiografie: De winkel van mijn vader

2015 Boek: Alles wordt beter! (Nou ja, bijna alles)

Rozendaal woont in Rotterdam met zijn vrouw Debbie en heeft drie zoons en een dochter.

Terwijl daar toch ook een wetenschappelijk tegengeluid is te geven. Dat er tegenwoordig minder terrorisme is dan vroeger bijvoorbeeld, of dat veruit de meeste islamitisch geïnspireerde aanslagen gericht zijn tegen andere moslims.

'Dat is waar, en ik kan je verzekeren dat ik binnenskamers op de redactie daar heus ook wel eens mijn mond over opentrek en regelmatig een wat andere positie inneem. Maar op een redactie heb je specialismen. En hier schrijven anderen over.'

Bedenk even: ooit was hij dienstweigeraar, langharig tuig, lid van milieudefensie. Maar ook toog Rozendaal naar de TU Delft, om er chemische technologie te studeren. Daar, in de poriën van de katalytische mineralen genaamd zeolieten vond hij een diepe waarheid: wetenschap brengt evenwicht, geeft rust, verbetert de wereld. Als er gedonder is over het een of ander: pak de wetenschap erbij, doe metingen, laat de feiten je leiden. Je kop erbij houden is de sterkste troef die een mens voorhanden heeft, beseft hij als winkelierszoon uit de hectische Rotterdamse hoerenwijk Katendrecht als geen ander.

Maar je hebt altijd weer van die types die het feest der rationaliteit verstoren. Met paniekverhalen, hypes, hele en halve leugens. Woest kan hij dan worden. Staat hij opeens voor de camera demonstratief een banaan te eten (stralingsinhoud 0,1 microsievert), om aan te tonen dat de kernramp in Fukushima helemaal niet de stralingsramp was die iedereen ervan maakt.

Ook nu nog gaat zijn stem omhoog van opwinding als je hem ernaar vraagt: 'Zestienduizend mensen zijn daar verdronken door een tsunami. En door de straling: tot dusver nul!'

Kunt u aangeven wat u precies zo raakt aan dat soort dingen?

'Veel wetenschappelijke onderwerpen zijn zó gepolitiseerd. Fukushima, ik vind dat nog steeds een van de meest schokkende, amorele gebeurtenissen van de afgelopen jaren. Dat we ons zó druk hebben gemaakt om bijna niets. Met dat besluit van Merkel om af te stappen van kernenergie als gevolg.' (In 2013 concludeerde de Wereldgezondheidsorganisatie dat er door de straling na de kernramp van Fukushima inderdaad geen doden zijn gevallen, en dat eventuele kankergevallen 'verborgen zullen blijven in de ruis', red.)

Uw bètageest geeft u dan in: tel het aantal doden en je weet hoe het zit.

'Ik geloof heilig in objectieve waarheden in de natuurwetenschap. Toen ik scheikunde studeerde, draaide de bètawereld nog om het zo objectief mogelijk bij de waarheid komen. Van vooral de geesteswetenschappen wist je: dat is gepolitiseerd, daar heb je discussie over van alles en nog wat. Maar de afgelopen decennia zie je, beginnend bij milieuonderwerpen, dat het politiseren van allerlei bètaonderwerpen oprukt.'

'Bij wetenschap hoort meer een vraagteken dan een uitroepteken'

Rozendaal

Goede zaak toch juist? Kennelijk hebben meer mensen oog voor bètaonderwerpen.

'Ja, maar het moet natuurlijk wel op een beetje nette manier gebeuren. Voor mij staat wetenschap niet voor zeker weten, maar voor twijfel. Bij wetenschap hoort meer een vraagteken dan een uitroepteken. Daarom stoor ik me zo aan types die heel stellig zeggen: wij weten hoe het zit.

'Ik zie de waarheid als een soort verzameling feiten naast elkaar. En bij veel wetenschappelijke onderwerpen wordt in het publieke debat maar een deel van die feiten gegeven. Ik vind het de uitdaging om daar andere feiten tegenover te zetten. In de hoop dat we zo op termijn iets dichter bij de waarheid komen. Een soort democratisch doel.'

Waarom glijdt de beeldvorming dan toch vaak één richting op?

'Mensen hebben nu eenmaal de neiging om bepaalde makkelijke standpunten in te nemen. Kernenergie is levensgevaarlijk, straling is dodelijk, gif is eng, et cetera. De wetenschap staat dan toch een beetje buitenspel.'

We horen: in Fukushima is er iets met een kerncentrale, én zijn er doden gevallen. En in de perceptie wordt dat al snel: dat zal wel met elkaar te maken hebben.

'Precies. Bij veel kwesties is er sprake van een zekere intellectuele luiheid, ook in de journalistiek. Dat zie je nu weer bij die fipronil-eieren. Je zou twee- tot driehonderd besmette eieren per dag moeten eten voordat je gezondheid in gevaar komt! In plaats daarvan is het: 'gifeieren', 'de eiercrisis'. Gekte. Gekte. We zijn helemaal ontspoord in het denken over gif.'

Al helemaal woest wordt u over wetenschappers die volgens u overdrijven: die zeepkistgeleerden uit uw toespraak.

'Bèta is aan het politiseren. En wetenschappers staan veel vaker dan vroeger op de zeepkist, in de hoop om meer geld binnen te halen. Het stoort me mateloos als ze daarbij overdrijven. Want ik vind: voor mensen die in dienst staan van de waarheid, ligt de lat extra hoog. Hoogleraren horen hogepriesters van de waarheid te zijn.'

U bent ook wat selectief in uw verontwaardiging. In uw afscheidsrede klaagt u dat Greenpeace een tijdje een deeltijdhoogleraar aan de UvA sponsorde. Terwijl we u nou nooit horen over het feit dat er in Wageningen alleen al 22 deeltijdhoogleraren rondlopen die worden betaald door bedrijven als BASF, Nutreco of Syngenta. Zijn die wél te vertrouwen?

'Eerlijk gezegd vind ik het veel minder erg wanneer hoogleraren namens het bedrijfsleven de universiteit binnenkomen - mits ze een serieuze staat van dienst hebben - dan wanneer dat namens Greenpeace gebeurt. Bedrijven zijn deels winstmachines, maar ook organisaties met veel kennis en uitstekende wetenschapsmensen. Greenpeace niet: dat is een actieorganisatie. Er zitten wel mensen met een academische achtergrond, maar geen wetenschappers die onderzoek doen. Daarom ben ik veel milder over een hoogleraar op een leerstoel die deels gefinancierd is door BASF.

'Misschien komt het ook doordat ik in Delft heb gestudeerd. Daar leer je al snel: naast de universiteiten heb je nog een aantal andere uitstekende laboratoria, vol know-how: Shell, Philips, Unilever.'

Behoorlijk positief schrijft u ook over de farmaceutische industrie. Taboe, onder veel wetenschapsjournalisten.

'Ik heb er geen moeite mee. Die mensen hebben niet alleen maar dollartekens in de ogen, maar ook molecuulstructuren. Er zit daar ontzettend veel kennis en kunde. En de farmaceutische industrie heeft ons veel gebracht.'

'Als journalisten dragen we allemaal bij aan hypes. Het is vreselijk moeilijk om je los te maken van de waan van de dag'

Rozendaal

Sluit u dan niet de ogen voor de misstanden? De patenten, de woekerwinsten, de cynische omgang met ontwikkelingslanden?

'Ik geloof van niet. Zeker, de farmaceutische industrie heeft een dramatische reputatie, en bij geen bedrijfstak zie je zoveel marmer in de kantoren als daar. Maar ze hebben hun leven, onder grote maatschappelijke druk, de laatste decennia ook behoorlijk gebeterd. Allerlei farmaceutische bedrijven geven hun medicijnen vrijwel voor niets weg in de Derde Wereld. Geven Heineken of Toyota hun producten ook weleens weg uit compassie?

'Ook hier zit een soort makkelijk denken achter. Ik denk dat we moeite hebben om te accepteren dat er bedrijven rijk worden dankzij andermans ziekten, om het zo maar te zeggen. Maar draai het eens om. Misschien hebben bedrijven die zieke mensen beter maken wel meer recht om geld te verdienen dan bedrijven die auto's maken waarmee je harder kunt rijden zodat je eerder doodgaat.'

Later vertelt hij hoe hij lang geleden voor NRC Handelsblad de kernramp bij Three Mile Island versloeg. 'Mijn stukken hebben nog bijgedragen aan de anti-nucleaire gekte. Ik heb op de voorpagina van de NRC gezet dat er een radioactieve wolk van Harrisburg naar New York dreef. Dat was achteraf gezien helemaal niet waar, er was geen enkele straling naar buiten gekomen.'

Hij pauzeert een moment. Zucht. 'Maar ja, dat doen we als journalisten allemaal. We dragen bij aan hypes. Het is vreselijk moeilijk om je los te maken van de waan van de dag. Ontzettend moeilijk om te doorzien hoe de zaken eigenlijk liggen.'

Wat hij de argeloze burger zou willen meegeven?

'Raak niet te snel in paniek', zegt hij. 'Realiseer je bijvoorbeeld dat bijna alles tegenwoordig veel beter, veiliger en gezonder is dan vroeger, en dat de meeste ontwikkelingen in de samenleving voortdurend de goede kant op gaan. Dát is door de bomen het bos zien.'



(In een eerdere versie van dit artikel stond dat er in Wageningen ongeveer tachtig deeltijdhoogleraren werken die extern worden gefinancierd door het bedrijfsleven. Dat zijn er 22: het getal van tachtig slaat op álle extern gefinancierde deeltijdhoogleraren, ook die van bijvoorbeeld andere onderzoeksinstituten.)