De geschiedenis van de slavernij moet verplichte lesstof zijn

We moeten bewust zijn van onze geschiedenis en identiteit

Overheidsadviseur en oud-PvdA-Kamerlid Amma Asante veranderde radicaal van standpunt over het oprakelen van het slavernijverleden.

DE OUDE OPVATTING

'Laat het verleden het verleden en richt je op je toekomst hier in Nederland. Voorwaarts mars! Met die boodschap ben ik, dochter van een migrant uit Ghana, opgevoed. Het is zinloos je druk te maken over de pijnlijke geschiedenis van de slavernij. Huidskleur is maar een heel klein onderdeel van je identiteit. Het verschil tussen een donkere en lichtere huidskleur is een kwestie van een paar honderdste milligram melanine, waar hebben we het over?'

Het kantelpunt

Ik besefte dat een slavernijverleden van je voorouders nu nog van invloed kan zijn

'In het voorjaar, tijdens een verkiezingsdebat met studenten van de Vrije Universiteit over identiteit, vroeg een student of ik weleens ben teruggegaan naar mijn roots in Afrika en hoe ik dat heb gedaan. 'Gewoon', antwoordde ik. 'Ik koop een vliegticket naar Ghana, pak mijn koffer en ga daar op bezoek bij mijn oma.' De student vertelde dat zij dat niet kan omdat ze niet weet waar ze naartoe moet gaan. Ze heeft geen idee uit welk Afrikaans land haar voorouders komen en als slaaf zijn verhandeld.

'Ik besefte door de opmerking van de student dat een slavernijverleden van je voorouders nu nog van invloed kan zijn. Zoals bij veel Nederlanders met Afrikaanse voorouders. Voor je identiteit is het bepalend te weten waar je vandaan komt, wat je familiegeschiedenis is.

'Ik heb het mij altijd kunnen permitteren niet met de slavernijgeschiedenis bezig te zijn omdat ik in Ghana ben geboren en mijn voorouders niet door Hollanders zijn verhandeld naar Suriname of de Antillen. Ik was 19 jaar toen mijn vader mij vanuit Nederland meenam naar Fort Elmina in Ghana. We liepen door de kerkers waar Afrikanen gevangen zaten voordat ze als slaven werden verscheept naar de koloniën van Europese landen. Er waren veel Afro-Amerikanen bij de rondleiding. In de kerkers begonnen ze te huilen en te schreeuwen. Dat begreep ik niet. Ik beschouwde de slavernij niet als deel van mijn geschiedenis. De Afro-Amerikanen wel. Zij werden in het fort geconfronteerd met wat hun voorouders hadden doorstaan.'

De nieuwe opvatting

'In een samenleving waarin veel culturen samenleven is het belangrijk elkaars verleden te kennen en daar openlijk over te praten. Wat de slavernij betreft gaat het niet om de schuldvraag. Het gaat erom te weten hoe de slavernij de beeldvorming van zwart over blank en blank over zwart en hun identiteit heeft beïnvloed. Zodat je elkaar beter kunt begrijpen. Waarom voelen veel mensen met een donkere huidskleur zich minderwaardig? Waarom voelen velen zich gekwetst door Zwarte Piet? En waarom worden zij nog vaak gediscrimineerd? De geschiedenis van de slavernij zou verplichte lesstof op scholen moeten zijn.'

Dat iemand mij vanwege mijn huidskleur minderwaardig kan vinden, wijt ik aan een gebrek aan kennis over de oorzaak die in het verleden ligt

Het effect

'In het dagelijks leven, zoals in de opvoeding van mijn twee dochters, ben ik bewuster bezig met geschiedenis en identiteit. Zo riep mijn dochter van 8 jaar pas trots: 'Ik kan het woord 'neger' schrijven en weet wat het betekent: het is een ander woord voor bruine mensen.' Ik vertelde haar dat deze betekenis niet klopt. Dat het een scheldwoord was voor bruine mensen, in de tijd dat witte mensen hen als slaaf hielden.

'Ik kon niet geloven dat kinderen dit woord op school leren met een dergelijke uitleg. Jawel, hield mijn dochter vol, het staat in mijn spellingboekje. Die week ben ik op haar juf afgestapt. Inderdaad, het stond in het spellingboekje. Ik vertelde de juf over de oorsprong en betekenis van 'neger'. Vervolgens heb ik de directeur laten weten dat dit echt niet kan. Hoe belangrijk is het dat leraren en schrijvers van lesboeken de geschiedenis kennen.

'Het is de vraag of ik hier voorheen zo'n groot punt van zou hebben gemaakt. Ik begrijp het racismedebat nu beter en voel mij sterker en weerbaarder bij discriminatie. Dat iemand mij vanwege mijn huidskleur minderwaardig kan vinden, wijt ik aan een gebrek aan kennis over de oorzaak die in het verleden ligt. Daar kan ik nu zelfbewuster op wijzen. Als iemand zegt dat ik terug moet naar Afrika, zeg ik: te láát. Hadden je voorouders maar niet de boot naar Afrika moeten pakken om mensen te verhandelen.'