Studenten krijgen les aan de Universiteit van Wageningen.
Studenten krijgen les aan de Universiteit van Wageningen. © ANP

De exacte wetenschap heeft baat bij Engelstalig onderwijs

In een opiniestuk in de Volkskrant van 28 juni maakt Felix Huygen bezwaar tegen de invoering van volledig Engelstalig onderwijs in de bachelorfase. In dat stuk laat hij na te vermelden dat er ook voordelen zitten aan het lesgeven in het Engels. Dit geldt vooral bij die opleidingen waar het onderwijs sterk verweven is met internationaal onderzoek, zoals bij de exacte disciplines. Ik zie de volgende voordelen:

1. Engels is de gangbare taal binnen de exacte wetenschappen. Alle toonaangevende publicaties zijn in het Engels en je kunt niet vroeg genoeg leren je in het Engels over het vak uit te drukken als je wilt dat onderwijs en onderzoek elkaar versterken.

2. Engelstalige colleges sluiten aan bij de studieboeken. Deze zijn allemaal in het Engels geschreven en een vertaling van belangrijke begrippen naar het Nederlands kan verwarrend zijn en doet het college en de studenten zelden goed.

3. Engelstalig onderwijs biedt afgestudeerde studenten meer mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Zeker op de internationale arbeidsmarkt, maar ook in Nederland, is de voertaal binnen de organisatie van veel multinationals gewoon Engels.

Als belangrijkste argument tegen Engelstalig onderwijs hoor je vaak dat doceren in het Nederlands de communicatie verfijnt

Bij deze studies helpt het gebruik van de Engelse taal om het beste onderwijs te bieden aan onze Nederlandse studenten en hen optimaal op een verdere carrière voor te bereiden. De invoering van Engelstalig onderwijs zal mogelijk leiden tot de instroom van buitenlandse studenten; hun aanwezigheid zal voor iedereen een verrijking zijn.

Naast de genoemde voordelen valt er ook iets af te dingen op de nadelen die Felix Huygen en anderen noemen. Als belangrijkste argument tegen Engelstalig onderwijs hoor je vaak dat doceren in het Nederlands de communicatie verfijnt. Dat klopt voor algemene discussies tussen Nederlanders, maar geldt minder voor gespecialiseerde discussies in de exacte wetenschappen, waar veel vaktermen nodig zijn, en geldt zeker niet voor discussies met wetenschappers van buitenlandse komaf.

En bij opleidingen in de exacte wetenschappen praten we dan al snel over een aanzienlijk deel van de docenten en promovendi; promovendi die naast hun onderzoek ook werkcolleges geven en studenten begeleiden. Onderzoekers in de exacte wetenschappen praten, denken en dromen vooral in het Engels als het over wetenschap gaat.

En dan tot slot het argument dat sommige studenten problemen hebben met spelling, zinsbouw en tekststructuur. Dat is inderdaad een probleem, maar vooral van de basisschool en het middelbaar onderwijs. Het is goed om ook op de universiteit aandacht te besteden aan schrijfonderwijs, maar dat kan ook in het Engels.

Koudwatervrees voor de Engelse taal mag geen reden zijn om niet aan een leuke en uitdagende exacte opleiding te beginnen.

Martin van Exter is hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit Leiden.