Leerlingen voor de Nachtwacht van Rembrandt in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Leerlingen voor de Nachtwacht van Rembrandt in het Rijksmuseum in Amsterdam. © Marcel Wogram / de Volkskrant

Collectie Rijksmuseum is niet representatief voor Nederland

Artistiek en geografisch eenzijdig en geen minderheden te zien

Het is geen goed idee om schoolkinderen te verplichten het Rijksmuseum te bezoeken om ze de 'nationale identiteit' in te peperen, betoogt Eric Storm. Tal van andere musea doen trouwens ook veel aan educatie.

Afgelopen week werd bekend dat het nieuwe kabinet overweegt om een bezoek aan het Rijksmuseum verplicht te maken voor scholieren. Hier werd over het algemeen vrij lacherig op gereageerd en veel columnisten meenden dat het niet verstandig is de nationale identiteit van bovenaf op te leggen. Opvallend genoeg trok vrijwel niemand de band tussen het Rijksmuseum en de Nederlandse identiteit in twijfel.

Laat ik voorop stellen dat ik het Rijks een geweldig museum vind en een bezoek van harte kan aanbevelen, maar dan wel op vrijwillige basis.

Een duidelijke beperking is dat het museum zich vooral richt - in ieder geval in de presentatie - op een deel van het vaderlandse (artistieke) verleden. Dat is ook enigszins logisch; de meeste meesterwerken in het museum komen immers uit de Gouden Eeuw.

Uiteraard vallen er vraagtekens te plaatsen bij de onderbelichte positie van de overzeese gebiedsdelen, de LGTBQ gemeenschap en Nederlanders met een migratie-achtergrond in de zalen van het museum. Maar afgezien daarvan is ook de meest zichtbare minderheid uit de Gouden Eeuw opvallend afwezig. Behalve de Joodse bruid van Rembrandt, hangt er - aldus de website van het museum - geen enkel schilderij op zaal die de omvangrijke joodse minderheid afbeeldt.

Dus degenen die beweren dat de Westerse (c.q. Nederlandse) beschaving wortelt in de joods-christelijke traditie zouden dan ook een bezoek aan het Joods Historisch Museum verplicht moeten stellen.

Ook artistiek is het Rijksmuseum allesbehalve representatief. Alle aandacht gaat uit naar professionele kunstenaars. Handwerkers en amateurs blijven grotendeels buiten beeld. Dat betekent dus ook dat er vrijwel geen werk van vrouwen - met Judith Leyster als de uitzondering die de regel bevestigt - te zien is.

Geëmigreerde beeldhouwers zijn zonder uitzondering niet in de Nederlandse canon opgenomen

Onder de professionals krijgen schilders bovendien de voorrang boven beeldhouwers. De Amerikaanse kunsthistoricus Thomas DaCosta Kaufmann heeft overtuigend laten zien dat veel beeldhouwers uit de Republiek tijdens de zeventiende eeuw actief waren in vorstendommen in Centraal Europa.

Zij zijn vrijwel zonder uitzondering niet in de Nederlandse canon (en collectie van het Rijks) opgenomen. Is dat omdat zij als emigranten geen goede vaderlanders waren, of omdat hun werk grotendeels barok van aard was en dus niet paste in het beeld van de sobere, protestantse Nederlandse volksaard?

Verder is de collectie van het Rijksmuseum ook geografisch weinig representatief. Tijdens de Gouden Eeuw behoorde een belangrijk deel van Limburg niet tot de Republiek. Noord-Brabant, Zeeuws-Vlaanderen en het andere deel van Limburg waren Generaliteitslanden, oftewel bezet gebied. Tenslotte had Drenthe geen stemrecht in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Wat we in het Rijksmuseum zien is vrijwel uitsluitend het erfgoed van het gewest Holland

Het is geen wonder dat Limburg, Brabant en Drenthe vrijwel afwezig zijn in het Rijksmuseum. En kent u schilders uit Friesland, Groningen, Overijssel of Gelderland? Dus wat we in het Rijksmuseum zien is vrijwel uitsluitend het erfgoed van het gewest Holland.

Dus door de nadruk op de schilders uit de Gouden Eeuw - vrijwel allemaal afkomstig uit een handjevol steden in het gewest Holland - en het ontbreken van vrouwen, plattelanders en minderheden geeft het museum een zeer eenzijdig beeld van het Nederlandse verleden. Als je er alleen heen gaat om mooie schilderijen te bewonderen is dat geen probleem, als het de bedoeling is dat de nationale identiteit versterkt wordt, is het dat wel.

En dan de boodschap die uit de kunstwerken spreekt. De Republiek liep op veel terreinen 'voor' op de rest van Europa. Maar het beeld dat uit het merendeel van de kunstwerken oprijst is dat van een witte, hiërarchische, patriarchale, religieuze en vaak gewelddadige maatschappij. Is dit de les die wij de jeugd van tegenwoordig willen meegeven?