Bevat populisme altijd een waardeoordeel?
© Martijn Beekman

Bevat populisme altijd een waardeoordeel?

Ombudsvrouw Annieke Kranenberg

Populisme heeft soms een vieze bijsmaak, maar kan ook neutraal worden gebruikt - mits de krant de betekenis duidelijk maakt.

Ineens was daar een opvallende rubricering. in de krant. 'Populisme in Europa', luidde de toevoeging bij Ten eerste. Zaterdag werd onder deze noemer vooruitgeblikt. 'Populistisch rechts krijgt mogelijk vijf serieuze kansen op succes; in Nederland, Frankrijk, Duitsland en wellicht ook in Italië en Oostenrijk', aldus het intro, dat afsloot met een vraag: 'Valt de opmars van de populisten te stuiten?'.

Maandag werd onder dezelfde titel teruggeblikt op de verkiezingen in Oostenrijk en Italië. De 'populist' van de FPÖ verloor in Oostenrijk, in Italië zou een nee 'koren op de molen zijn van populisten als de Vijfsterrenbeweging' (het werd een nee). Dinsdag gaf de kop antwoord op de vraag van zaterdag: 'De opmars van het populisme is zeker niet gestuit'.

Populisme, de krant stond er vol van. Alleen werd nergens uitgelegd wat de redactie onder die term verstaat, mailde een lezer. Het roept bij hem allerlei vragen op: 'Is een Italiaanse populist uit hetzelfde hout gesneden als een Nederlandse?'

Het is niet de eerste keer dat het redactionele gebruik van de term door lezers wordt bekritiseerd. Elk politiek gedachtengoed dat 'niet voldoet aan de linkse maatstaven van de Volkskrant-redactie' wordt weggeschreven als 'populistisch, xenofobisch of onderbuik', fulmineerde een lezer die zich stoorde aan het 'wegzetten' van Trump als populist. In september maakte een ander bezwaar tegen het gebruik van 'populistisch' in een artikel over de verkiezingswinst van AfD (Alternative für Deutschland) in Mecklenburg-Voorpommeren.

Een politicus die populistische retoriek bedrijft, heet al snel een volksmenner

Dat in de term 'populisme' een waardeoordeel wordt gelezen, is niet vreemd. In het gewone taalgebruik heeft populisme een vieze bijsmaak. Van Dale definieert het als volgt: '(minachtend) neiging zich te richten naar de massa van de bevolking'. Een politicus die populistische retoriek bedrijft, heet al snel een volksmenner. Dat Jan Terlouw vanwege zijn spraakmakende pleidooi bij DWDD door een columnist in Vonk een 'beschaafde populist' werd genoemd, was niet complimenteus bedoeld.

Van oudsher sleept het woord 'allerlei historische ballast en normatieve bijbetekenissen met zich mee', stelt de Duitse politicoloog Jan-Werner Müller in Was ist populismus?. 'Dat geldt tot op de dag van vandaag.' Toch weerhoudt dit wetenschappers en journalisten er niet van de term te gebruiken. 'Het is geen scheldwoord', zegt Hans Wansink, commentator van de Volkskrant en auteur van De populistische revolutie, dat in januari zal verschijnen. In zijn proefschrift De erfenis van Fortuyn (2004) typeerde hij het populisme nog als een tijdelijke ontregeling van het politieke bedrijf. Twaalf jaar later is duidelijk dat het populisme 'veel duurzamer is dan de meeste waarnemers voor mogelijk hadden gehouden'.

Populisme is alom. Het woord niet gebruiken omdat het onduidelijk of gekleurd is - zoals onlangs werd betoogd in NRC - is geen optie. Temeer daar er wel degelijk neutrale definities bestaan. Wansink gebruikt een in de politicologie gangbare definitie van de Britse populismekenner Margaret Canovan. 'De centrale boodschap van elke populistische beweging luidt: 'De politiek is van ons, het soevereine volk heeft het recht op directe zeggenschap over het beleid. Maar we worden van de macht uitgesloten door corrupte politici en een niet-representatieve elite die onze belangen verraadt, onze opvattingen negeert en ons met minachting bejegent.'

Populisme is geen levensbeschouwing, maar een protestbeweging tegen de gevestigde orde

Het zou goed zijn als de krant - in elk geval de komende tijd - in stukken over populisme duidelijk maakt wat zij bedoelt. Bovenstaande definitie is te lang voor de meeste artikelen, maar een rudimentaire versie zou al houvast bieden: populistische bewegingen keren zich tegen een in hun ogen corrupte elite en beloven het volk de macht terug te geven. Deze betekenis zou tenminste uit de context moeten blijken.

Het kan geen kwaad te benadrukken dat populistische bewegingen zowel links als rechts kunnen zijn. Populisme is geen levensbeschouwing, maar een protestbeweging tegen de gevestigde orde. Het laat zich dus goed combineren met een gedachtengoed zoals nationalisme of socialisme. Rechts-populisme wortelt vooral in onvrede over immigratie, islam en de Europese integratie. Links-populisme - dat sterker in het zuiden van Europa is vertegenwoordigd - ageert voornamelijk tegen de bezuinigings- en hervormingsdictaten van 'Brussel'.

Om grote ontwikkelingen te schetsen, kunnen uiteenlopende partijen op basis van hun populistische kenmerken onder een noemer worden gebracht. Zodra het over concrete partijen of politici gaat, is het raadzaam deze preciezer te definiëren. Doorgaans doet de krant dit aardig secuur met 'streepjes-populisme'. Vóór het streepje wordt de politieke inhoud benadrukt en ná het streepje de politieke stijl, zoals bijvoorbeeld nationalistisch-populisme of anti-Europa-populisme. Het Duitse AfD wordt vrij consequent rechts-populistisch genoemd en de Poolse regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid conservatief-populistisch.

In deze krant evolueerde de FPÖ van extreemrechts naar rechts-populistisch

Complicatie is wel dat partijen die overduidelijk voldoen aan de kenmerken van populisme zichzelf meestal niet zo noemen. Columnist Jean- Pierre Geelen beschreef onlangs welk antwoord twee 17-jarige vwo-scholieren kregen van PVV'er Martin Bosma op hun vragen over populisme voor een werkstuk. 'Wij zijn geen populisten. Veel succes verder.' De 'jeugd van Syriza in Nederland' meldde zich in 2015 om bezwaar te maken tegen een stuk waarin Syriza niet alleen met links-populistische partijen figureerde, maar ook met 'extreem- en uiterst rechts'. Hun strijd, mailden ze, viel niet onder 'de sfeer van populisme maar die van solidariteit'.

Er zijn ook tekenen dat het populisme als geuzennaam wordt omarmd. In zijn debuutrede vertelde VNL-leider Jan Roos: 'Ik ben een populist en daar ben ik trots op.' Er is een kentering waarneembaar. Sommige partijen worden niet langer extreemrechts genoemd maar 'populistisch'. In deze krant evolueerde de FPÖ van extreemrechts naar rechts-populistisch.

De krant zal ervoor moeten waken dat populisme een containerbegrip wordt. Een precies, eensluidend en zo neutraal mogelijk begrippenkader biedt daartegen de beste garantie. Meestal betekent populisme dat een partij zicht afzet tegen het establishment, soms betekent populistisch dat een partij demagogisch het volk wil bespelen. De krant zal duidelijk moeten maken wanneer wat wordt bedoeld. Ook wanneer beide betekenissen samenkomen.

Volg en lees meer over:

Reacties (3)

U hebt javascript nodig om een reactie achter te laten.
Plaats een reactie Nog 600 tekens
  • ruud volkskrant -
    @Sam Gosens: Ik denk eigenlijk, dat u weinig communistische landen op de wereld aan zult kunnen wijzen..Rusland niet en China ook niet..Al die landen worden geregeerd door een elite en het volk heeft maar weinig in te brengen..Om eerlijk te zijn, denk ik dat Zwitserland nog het dichtst in de buurt van een communistisch land komt.
  • Gezond verstand 1 -
    Populisme is het verwoorden wat een bepaalde groep mensen graag ziet gebeuren, maar ja dan kan ik net zo goed naar de plaatselijke kroeg gaan en de daar aanwezige klanten een beetje uithoren en vervolgens volkomen gelijk geven. Het zal mij een hoop gratis bier opleveren, maar ik betaal mijn bier liever zelf.
  • Sam Gosens -
    Populisme is een nietszeggende term. Het communisme kan overal met uitzondering van communistische landen dan ook populistisch worden genoemd. De Columbiaanse FARC wordt terecht nooit populistisch genoemd, omdat het simpeler is om het communistisch te noemen.