Bert Wagendorp: Zelfs iconen als De Telefoongids worden vergeten, vaak sneller dan je denkt
©

Bert Wagendorp: Zelfs iconen als De Telefoongids worden vergeten, vaak sneller dan je denkt

Ik was eerlijk gezegd al vergeten dat hij nog bestond, maar hij bestaat dus nog, zij het dat hij dit jaar voor het laatst wordt gedrukt: de goeie ouwe telefoongids. De uitgever DTG (De Telefoon Gids) houdt ermee op, omdat nog maar 2 procent van de Nederlanders de gedrukte gids als 'onmisbaar' beschouwt. Dat zijn allemaal ouderen, en die krijgen nu een cursus aangeboden waarin hen wordt geleerd hoe ze moeten omgaan met de digitale telefoongids.

Bij een stuk van Sander van Walsum over het verdwijnen van de papieren gids stond vrijdag een fraaie foto, uit 1930. Een burger en een politieagent kijken samen in een telefoonboek. Het onderschrift: 'Er is een auto te water geraakt; in de telefoongids wordt het nummer van de hulpdiensten opgezocht.'

Dan heb je het dus niet zozeer over andere tijden, maar over een diep verleden waarvan wij ons geen voorstelling meer kunnen maken. Er is een auto te water geraakt, maar van paniek is geen sprake. Een getuige van het voorval is rustig naar binnen gelopen, heeft de telefoongids gepakt en is daarna buiten, gezellig samen met de agent, onder de h op zoek gegaan naar 'hulpdienst'. Het nerveuze 112 bestond nog niet. Na het vinden en noteren van het nummer is de agent, mag je aannemen, naar binnen gelopen om daar kalm en beheerst de hulpdienst te bellen.

De telefoongids was de eerste zoekmachine

Een ander land was het, waarvan amper nog getuigen in leven zijn, een land van rustgevend geblader in de telefoongids, van zacht geritsel van pagina's en beschaafd hulpgeroep uit een auto in de gracht.

Bij ons thuis kregen wij pas ergens in het begin van de jaren zeventig telefoon met bijbehorende telefoongids. Tussen aanvraag en installatie van de telefoon zat zeker een half jaar, de PTT was nog niet geprivatiseerd en ze deden er nog kalm aan. Daarna moest je een flinke tijd wachten op de eerstvolgende uitgave van de telefoongids om je naam in druk te zien: een sensationeel moment. Voor het eerst had je zwart op wit de publieke bevestiging dat je bestond, met adres en telefoonnummer en al.

Ik vergeet nu soms mijn mobiele nummer, maar ons allereerste telefoonnummer weet ik nog, net als het nummerbord van onze eerste auto. Wij lazen dat triomfantelijk aan elkaar voor, het was het bewijs van onze grote sprong voorwaarts - het scheelde niet veel of we hadden het serienummer van de nieuwe koelkast uit ons hoofd geleerd.

De telefoongids was de eerste zoekmachine. De verspreiding van de telefoongids toont de welvaartsontwikkeling van Nederland. Over honderd jaar zijn de telefoongidsen van de twintigste eeuw waardevolle studie-objecten voor historici, je kunt er de structuur van de samenleving uit aflezen. De oude gidsen tonen ook hoe open en egalitair de samenleving was: de premier stond erin, de midvoor van Oranje, de directeur van Philips en de hoofdredacteur van de Volkskrant.

Op de site van de NOS stond gisteren een lijstje van fenomenen uit de analoge tijd die inmiddels het loodje hebben gelegd of zwaar in de marge zijn beland. De laatste kaartenmaker verkoopt per jaar nog een half miljoen wegenkaarten. Vroeger verkochten ze alleen al een paar miljoen 'Shell Stratengidsen' per jaar - tot TomTom die de nek omdraaide.

Opmerkelijk was dat er nog altijd 'tienduizenden' mensen zijn die fotograferen met ouderwetse fotorolletjes, die ze vervolgens laten ontwikkelen en afdrukken bij Kruidvat. Lak aan mobieltjes waarmee je eventueel een speelfilm kunt opnemen, gewoon de oude Kodak en een beetje zuinig aan met foto's nemen - mooie grijze dwarsliggers die nooit op Wikipedia kijken maar gewoon in de Winkler Prins, die nog kerstkaarten met een postzegel versturen en voor de Franse vakantie Michelinkaarten aanschaffen. Kleine verzetshaarden in de digitale ratrace.

Het in memoriam van de gedrukte telefoongids is niet het laatste postuum voor een analoog monument. Economische wetmatigheden houden geen rekening met sentimenten.

Een 'iconisch' boek, noemde de directeur van de uitgeverij het. Maar ook iconen worden vergeten, vaak sneller dan je zou denken.


Einde aan een papieren instituut

'Ik vond het een wonder dat het telefoonboek überhaupt nog bestond', schrijft Bard de Weijer. 'Nu kennelijk elke Nederlander een mobieltje en internet heeft, is het eindelijk overbodig. De enige hoop die het telefoonboek rest, is dat het misschien ooit weer hip wordt er een te hebben'

In de jaren zeventig was het telefoonboek onmisbaar in elk huis. Nu is niemand rouwig om de verdwijning ervan. Behalve misschien carnavalsverenigingen, die het papier gebruiken om hun praalwagens mee te maken. 'De boeken zijn makkelijk om mee te werken en steviger dan kranten.'

Nostalgische gevoelens als u terugdenkt aan het bladeren in het telefoonboek? Ga dan hier terug in de tijd om The Beatles door de grachten te zien varen, luisterend naar je Walkman te dansen op Toto of over een overwinning van Oranje op de voorpagina van de Volkskrant te lezen.