Bert Wagendorp.
Bert Wagendorp. ©

Bert Wagendorp: Halbe is weleens in het buitenland geweest, maar dat is het dan ook wel zo'n beetje

Kennis van de materie waarover je gaat beslissen lijkt me handig en goed voor het land

Ferdinand Grapperhaus wordt minister van Justitie in Rutte III. Zijn benoeming is opmerkelijk; hij is jurist en we mogen er dus van uitgaan dat hij enig verstand heeft van de materie waarover hij straks de scepter zwaait. Dit in tegenstelling tot het merendeel van de andere beoogde ministers. Die moeten zich nog flink inwerken in de materie en dossiers vreten.

Zo wordt Halbe Zijlstra minister van Buitenlandse Zaken. Halbe is weleens in het buitenland geweest, maar dat is het dan ook wel zo'n beetje. Sander Dekker wordt minister van Veiligheid. Hij zit altijd op zijn racefiets met een helm op. Hugo de Jonge krijgt Ouderenzorg onder zich. Hij komt weliswaar net als ouderenzorgvoorvechter Hugo Borst uit Rotterdam, maar zijn kennis ligt toch vooral op het terrein van het onderwijs. Op Onderwijs komt de uitkeringenspecialist Bruno Bruins. Die was in 2006 en 2007 weliswaar zeven maanden staatssecretaris op dat ministerie in het rompkabinetje Balkenende III, maar hij zal flink aan de bak moeten om te ontdekken wat er is veranderd.

Dekker op veiligheid: altijd fietsen met helm op

De financiële whizzkid van D66, Wouter Koolmees, gaat niet naar Financiën maar naar Sociale Zaken. Want op Financiën komt Wopke Hoekstra, voormalig student rechten en geschiedenis te Leiden. Eric Wiebes, van de belastingen, wordt minister van Economische Zaken en Klimaat. In een portretje in de Volkskrant werd geconstateerd dat hij in elk geval altijd op de fiets naar zijn werk gaat.

Carola Schouten, door de media al aangewezen als minister van Sociale Zaken, gaat kennelijk naar Landbouw. Ank Bijleveld naar Defensie. Bij die benoemingen lijkt meer te zijn gekeken naar het beroep van beider vaders dan naar ervaring: de vader van Schouten was boer, die van Bijleveld beroepsmilitair. Kajsa Ollongren heeft vooral verstand van Economische Zaken, dus die gaat naar Binnenland. Cora van Nieuwenhuizen, die als Kamerlid VVD-woordvoerder integratie, asiel en immigratie was en daarna sociale zaken deed, wordt genoemd als minister van Infrastructuur. Gelukkig hebben we Mark Rutte nog. Die blijft bij zijn specialisme, premier zijn.

Nu wil ik niet flauw doen. We hebben hier te maken met de bloem der natie, met mannen en vrouwen die heus wel in staat moeten worden geacht snel de weg te vinden in terra incognita. Jeroen Dijsselbloem is landbouweconoom, maar hij had als minister van Financiën de wind er flink onder en redde en passant de EU van de ondergang. Henk Kamp was rechercheur van de FIOD, maar daarna toch een bekwame minister van VROM, Defensie, Sociale Zaken en EZ. De bedrijfskundige Stef Blok deed eerst Wonen en daarna Justitie; hij werd opeens uitgeroepen tot rots in de branding en hoeksteen van het kabinet.

Maar aan de andere kant had wetenschapper Ronald Plasterk het op OCW vermoedelijk beter gedaan dan op Binnenlandse Zaken en had Melanie Schultz van Haegen ook beter iets anders kunnen doen dan het ministerie van 130 kilometer-borden en Schiphol - ik weet even niet wat.

Kennis van de materie waarover je gaat beslissen lijkt me handig en goed voor het land, maar dat is een naïeve gedachte. Het gaat bij de toewijzing van ministerschappen om persoonlijke en partijpolitieke belangen, er moet worden verdeeld en beloond. De keuze uit geschikte kandidaten is beperkt, want je moet lid zijn van een partij. Het kabinet is zodoende geen bedrijfsdirectie waar per se de beste mensen op de beste plek zitten, maar een uitruilmachine. Soms gaat het goed, soms niet; eigenlijk is dat best een merkwaardige benadering.