De aflevering van Arjen Lubach over de Zwarte Pietendiscussie.
De aflevering van Arjen Lubach over de Zwarte Pietendiscussie. ©

Asha ten Broeke: Uit de mond van Lubach werden feiten over Zwarte Pietendiscussie eyeopeners, waarom?

'Held!!!' 'Super gedaan!' 'Ik had het niet beter kunnen uitleggen, hartstikke goed gezegd.' 'Goed uitgelegd! Was nodig.' 'Geweldig Arjen, je opent vele ogen volgens mij. Het was weer fantastisch vanavond!'

Het programma Zondag met Lubach had dit weekend een item over Zwarte Piet, en veel mensen lieten op Twitter weten dat ze er blij mee waren. Of, om specifieker te zijn: veel witte mensen. Het was dan ook geen slechte uitzending. Lubach hield een geestige bespreking van de gebruikelijke argumenten voor en tegen Zwarte Piet, legde staatssecretaris Knops en premier Rutte vakkundig over de knie omdat die hadden laten weten dat ze een beetje eigenrichting op de snelweg niet zo'n punt vinden, want 'emoties' en 'kinderen niet confronteren met boze demonstranten', en sprak zich tot slot uit tegen Zwarte Piet. Best puik.

This is how whiteness works, Lubach gets to be the hero van de strijd tegen Zwarte Piet

anti-racist Arzu Aslan

Toch was niet iedereen bereid om Lubach onmiddellijk tot het heldendom te verheffen. Zo kwam de immer scherpzinnige anti-racist Arzu Aslan op Twitter met een kritische analyse van Lubachs bewieroking. Waar zwarte activisten vanwege hun anti-Zwarte Pietuitspraken te maken krijgen met ellende en serieuze bedreigingen, zijn dezelfde woorden uit de mond van een witte man ineens welgesproken eyeopeners. Een wit privilege waarvan Lubach zich niet bewust toont. Bovendien krijgt hij nu alle lof, maar de activisten van kleur waaraan hij zijn inzichten te danken heeft, laat hij in zijn programma niet aan het woord. 'This is how whiteness works', schreef Aslan. 'Lubach gets to be the hero van de strijd tegen Zwarte Piet.'

Net onder de oppervlakte van een moppig item in Zondag met Lubach zit een giftige dynamiek: dat veel mensen zich door hem wel laten overtuigen, maar niet door de mensen die racisme letterlijk aan den lijve ondervinden. Het zegt veel over de machtsverhoudingen in Nederland.

Het is een dynamiek die me niet onbekend is. Vlak nadat ik in 2011 columnist was geworden, schreef ik over Zwarte Piet. Aanleiding was de gewelddadige arrestatie van Quinsy Gario en Jerry Afriyie bij de intocht in Dordrecht; ik schaam me ervoor dat ik toen, net als Lubach nu, hun naam niet noemde. Vanwege die column mocht ik aanschuiven bij het televisieprogramma Debat op 2, samen met zwarte activisten als Gario en Akwasi. Die wisten natuurlijk duizend keer beter waarover ze spraken dan ik als snotneuscolumnist die één stukje had getikt. Toch kreeg ik vaker het woord. De activisten werden weggezet als schreeuwers, maar de presentator complimenteerde mij achteraf met mijn redelijkheid.

Toen was ik trots. Ik had me laten gelden als beginnend opiniemaker en verstandige dingen gezegd. Allemaal waar, maar bovenal had ik geprofiteerd van de dynamiek dat witte mensen liever naar andere witte mensen luisteren. En door dat niet te zien en niet ter sprake te brengen, werkte ik daaraan mee.

Zelfs als je iets goeds doet, kun je onderdeel zijn van een fout systeem

In 2013 schreef ik hier dat het Zwarte Pietendebat laat zien dat in Nederland zwarte pijn minder waard is dan wit plezier. De positieve reacties waren talrijk. Allerlei witte mensen die tot op dat moment het zwarte activisme met enige weerzin hadden bekeken, waren nu de schellen van de ogen gevallen. Ik voelde me fijn; als witte mensen het nodig hebben dat ik de woorden van zwarte mensen voor hen vertaal naar iets dat ze wel willen verteren, is mijn rol dan niet, nou ja, nobel? Het was weer die dynamiek. Begrijp me niet verkeerd: schelloze witte mensen maken is een jofel streven. Ik heb geen spijt van mijn anti-Zwarte Pietcolumns. Maar zelfs als je iets goeds doet, kun je onderdeel zijn van een fout systeem. Een symbool bestrijden zonder dat systeem te doorgronden, zonder kritisch te zijn over machtsverhoudingen waarvan je voordeel hebt, is op zijn best een onvolledig en op zijn slechtst een schadelijk idee.

Wat kunnen witte mensen dan beter doen? In haar boek Witte onschuld reikt emeritus hoogleraar Gloria Wekker een uitstekend alternatief aan: '... het zich teweerstellen tegen witte onschuld, het zichzelf positioneren als wit, als een machtige raciale/etnische positie bezettend, het cognitief en emotioneel kennisnemen van de Nederlandse geschiedenis van imperialisme, van de vele vormen van wit privilege en dat privilege gebruiken om machtsverschillen te doorbreken...'

Ik zou hier nog van alles aan kunnen toevoegen; ik zou haar advies kunnen herhalen in mijn eigen woorden, en daar zou het voor andere witte mensen misschien overtuigender van worden. Maar laat ik dat nu eens niet doen.


Deze activisten vertellen over hun strijd tegen Zwarte Piet

Jerry Afriyie werd in 2014 opgepakt terwijl hij protesteerde tegen Zwarte Piet bij de Sinterklaasintocht in Gouda, twee jaar later oordeelde de rechter dat de arrestatie onrechtmatig was. 'Heel Nederland moet zijn verantwoordelijkheid nemen om van Sinterklaas een veilig feest te maken - voor wit en zwart.'

Quincy Gario vertelt over de bedreigingen die hij ontvangt sinds hij strijdt tegen Zwarte Piet: 'Ik krijg anonieme brieven. Daarin staat dat mensen me een kogel door mijn kop gaan jagen.'

Sylvana Simons: 'Ik zal eerlijk zijn: die hele Zwarte Piet is voor mij een gepasseerd station. De slag is nog gaande, maar hij is al aan het verdwijnen.'

Sunny Bergman na het verschijnen van haar documentaire Wit is ook een kleur: 'Toen ik me activistisch ging inzetten tegen Zwarte Piet leerde ik veel over de privileges die ik heb omdat ik wit ben.'